Arbeidstijdenbesluit vervoer

ATB

Huidige tekst

Artikel 2.5:1 ATB

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

  2. 2

    De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, en de bijrijder handelen in overeenstemming met: a.voor zover van toepassing, de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006; b.voor zover van toepassing, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag; of c.voor zover van toepassing, artikel 6 van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.

  3. 3

    De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 8, lid 8 bis, van verordening (EG) nr. 561/2006.

  4. 4

    De werknemer die taxivervoer verricht, heeft: a.in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren; en b.in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren.

  5. 5

    Van het vierde lid kan, met inachtneming van het zesde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het vierde lid is nietig.

  6. 6

    De werkgever organiseert de werkzaamheden zodanig, dat de werknemer die taxivervoer verricht: a.in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren heeft, welke rusttijd tweemaal in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; en b.in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren een rusttijd van 72 uren heeft, welke mag worden gesplitst in perioden van ten minste 24 uren.

  7. 7

    De in het vierde en zesde lid bedoelde periode begint op het eerste tijdstip van de dag waarop de arbeid van de werknemer aanvangt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2006:AU7106Hoge Raad, 10 januari 2006 (strafrecht)

    Arbeidstijdenbesluit vervoer art. 8:1.2. Wettelijke basis aansprakelijkstelling werkgever voor overtredingen werknemers. Uit de NvT op het KB van 27-11-00, Stb. 2001, 5, tot wijziging van het…

  • ECLI:NL:HR:2002:AE7573Hoge Raad, 22 oktober 2002 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE7573Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2002 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RVS:2009:BH5515Raad van State, 11 maart 2009 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 oktober 2006 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) [appellante] een boete van € 56.540,00 opgelegd.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.