Algemene Kinderbijslagwet

AKW

Huidige tekst

Artikel 17a AKW

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 15, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 15, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. 2

    In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is verleend.

  3. 3

    Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  4. 4

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of aan de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.

  5. 5

    De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.

  6. 6

    In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

  7. 7

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  8. 8

    Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

  9. 9

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.

  10. 10

    In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen.

  11. 11

    Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 24c, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  12. 12

    Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het elfde lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4743Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    AIO-aanvulling - intrekking, terugvordering en boete. Ontvangst erfenis. Schending inlichtingenplicht.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:586Centrale Raad van Beroep, 30 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Boetebesluit wordt herroepen. Geen wettelijke grondslag voor verrekening teveel ontvangen kinderbijslag en kindgebonden budget. Opdracht tot nieuw besluit op bezwaar.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:10492Rechtbank Den Haag, 20 mei 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Bestuurlijke boete Akw

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2413Centrale Raad van Beroep, 30 september 2021 (socialezekerheidsrecht)

    In hoger beroep is in geschil of appellant recht heeft op kinderbijslag voor zijn kinderen vanaf hun geboorte. Hoewel de door de rechtbank beoordeelde besluiten op een uiteenlopende juridische…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:7201Rechtbank Den Haag, 21 juni 2021 (bestuursrecht)

    AKW. Terugvordering en boete. Het dossier bevat geen (primair) terugvorderingsbesluit. Het gedeelte van het bestreden besluit wordt aangemerkt als een primair besluit. Het beroepschrift, voor zover…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:3120Centrale Raad van Beroep, 10 december 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Terecht kinderbijslag geweigerd, teruggevorderd en boete opgelegd. De Raad trekt de conclusie dat de kinderen, alles in aanmerking genomen, nog in Togo woonden in de kwartalen in geding. Het enkel…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:960Rechtbank Amsterdam, 17 februari 2020 (bestuursrecht)

    Kinderbijslag: terugvordering, boete, nieuwe aanvraag en verzoek tot herziening van een eerder besluit. Schending inlichtingenplicht. Boete terecht opgelegd. Exporteren kinderbijslag in dit geval…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:41Centrale Raad van Beroep, 9 januari 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Omdat uit de aanwezige gegevens volgt dat de Svb terecht het recht op kinderbijslag heeft herzien per het derde kwartaal van 2013, volgt hier ook uit dat ten onrechte kinderbijslag is betaald. De…

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.