Algemene Kinderbijslagwet

AKW

Huidige tekst

Artikel 17 AKW

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    De Sociale verzekeringsbank weigert de kinderbijslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de verzekerde of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een verplichting op grond van artikel 16 opgelegd, of de verplichting, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 15 niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen.

  2. 2

    Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

  3. 3

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.

  4. 4

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  5. 5

    Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 17a wordt opgelegd.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2002:AE3448Centrale Raad van Beroep, 20 februari 2002 (socialezekerheidsrecht)

    -

  • ECLI:NL:CRVB:2001:AD8577Centrale Raad van Beroep, 5 december 2001 (socialezekerheidsrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBGRO:2001:AD6635Rechtbank Groningen, 15 januari 2001 (socialezekerheidsrecht)

    In casu kan aanvraag AKW voor tweede kind niet als een te laat ingediende aanvraag worden gezien. Eiser heeft ten behoeve van zijn tweede kind, geboren in februari 1995, eerst op 4 mei 1999 een…

  • ECLI:NL:RBROT:2000:AA7319Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2000 (socialezekerheidsrecht)

    Art. 8:29 Awb is neerslag van evenwicht tussen de in art. 6 EVRM neergelegde beginselen van behoorlijke rechtspleging en het in art. 8 EVRM beschermde recht op privacy. Besluit inzake beëindiging…

  • ECLI:NL:RBZUT:1999:AA4074Rechtbank Zutphen, 25 mei 1999 (socialezekerheidsrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.