Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 21 Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 1 november 2004

  1. 1

    De in artikel 13, eerste lid, van de AOW (Algemene Ouderdomswet) bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote of weduwe na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

  2. 2

    De in artikel 13, tweede lid, van de AOW bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote van de rechthebbende na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

  3. 3

    In afwijking van het bepaalde in artikel 45, eerste lid, van de AOW en in artikel 47, eerste lid, van de AWW (Algemene Weduwen- en Wezenwet), is de op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko wonende echtgenoot van een werknemer die onderworpen is aan het stelsel van verplichte verzekering uitsluitend bevoegd zich krachtens deze wettelijke regelingen vrijwillig te verzekeren over tijdvakken gelegen na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, gedurende welke de werknemer krachtens deze wettelijke regelingen verplicht verzekerd is. Deze bevoegdheid eindigt op de dag waarop het tijdvak van verplichte verzekering van de werknemer eindigt. Deze bevoegdheid eindigt echter niet wanneer de verplichte verzekering van de werknemer onderbroken is ten gevolge van het overlijden van de werknemer en wanneer de bovengenoemde echtgenoot slechts een pensioen ontvangt krachtens de AWW. In ieder geval eindigt de bevoegdheid zich vrijwillig te verzekeren op de dag waarop de vrijwillig verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt. De premie voor de bovengenoemde vrijwillige verzekering, verschuldigd door de echtgenoot van een werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag volgens de AOW en de AWW verplicht verzekerd was, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde met betrekking tot de vaststelling van de premie voor de verplichte verzekering, met dien verstande dat de inkomsten van de echtgenoot in dit geval geacht worden in Nederland te zijn ontvangen. De premie voor de echtgenoot van een werknemer die op of na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag verplicht verzekerde is geworden, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde met betrekking tot de vaststelling van de premie voor de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de AWW.

  4. 4

    De in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid wordt slechts verleend: – indien de genoemde echtgenoot van de werknemer de Sociale Verzekeringsbank binnen een termijn van ten hoogste een jaar, volgend op het begin van het tijdvak van verplichte verzekering van laatstgenoemde in kennis heeft gesteld van zijn voornemen vrijwillig premie te betalen; – indien de genoemde echtgenoot van de werknemer, die op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag of onmiddellijk voorafgaand aan die datum verplicht verzekerde is geworden, de Sociale Verzekeringsbank binnen een termijn van ten hoogste een jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de genoemde wijziging, in kennis heeft gesteld van zijn voornemen vrijwillig premie te betalen.

  5. 5

    De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de tijdvakken die samenvallen met tijdvakken die in aanmerking worden genomen voor de berekening van een pensioen dat is verschuldigd ingevolge de wettelijke regeling inzake ouderdomsverzekering van een andere Staat dan Nederland en evenmin op tijdvakken gedurende welke de betrokkene een ouderdomspensioen heeft genoten ingevolge een dergelijke wettelijke regeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2000:AA6315Hoge Raad, 28 juni 2000 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1433Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De Svb is niet teruggekomen van een eerder besluit waarbij de aanvraag voor een AOW-pensioen op basis van huwelijkse tijdvakken is afgewezen. Naar aanleiding van de aangevallen uitspraak heeft de Svb…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2374Centrale Raad van Beroep, 28 oktober 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag ouderdomspensioen op grond van de AOW. Er is geen sprake van huwelijkse tijdvakken als bedoeld in artikel 21 van het NMV, omdat appellante nog niet met de echtgenoot was getrouwd…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:803Centrale Raad van Beroep, 31 maart 2022 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad kan zich geheel vinden in wat de rechtbank heeft overwogen en komt op grond van deze overwegingen tot hetzelfde oordeel. De rechtbank heeft terecht verwezen naar de uitspraak van 8 januari…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:1900Centrale Raad van Beroep, 29 juli 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag AOW-pensioen terecht afgewezen. Appellante is niet verzekerd geweest voor de AOW en komt ook niet in aanmerking voor een ouderdomspensioen op basis van huwelijkse tijdvakken. Niet…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2032Centrale Raad van Beroep, 22 juli 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek om herziening. Van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een herziening van het eerdere besluit van 9 juli 2019 kunnen leiden is niet gebleken.

  • ECLI:NL:CRVB:2021:166Centrale Raad van Beroep, 28 januari 2021 (socialezekerheidsrecht)

    De hoogte van het ouderdomspensioen is terecht vastgesteld op 62% van het maximale pensioen.

  • ECLI:NL:CRVB:2020:3389Centrale Raad van Beroep, 17 december 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Aanvraag ouderdomspensioen terecht afgewezen. Niet verzekerd voor de AOW. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.