Advocatenwet BES

Huidige tekst

Artikel 36 Advocatenwet BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De raad van toezicht is bevoegd de overlegging der voor de begroting benodigde bescheiden te vorderen.

  2. 2

    De raad onderzoekt bij de begroting, of de gemaakte kosten en verschotten en de gedeclareerde vacatiën naar de aard der zaak nuttig, doelmatig of nodig kunnen geacht worden of door de cliënt zijn verlangd; hij wijzigt, royeert of vermindert de zodanige, welke daarbij geoordeeld worden overbodig te zijn of de grenzen ener billijke gematigdheid te overschrijden, daarbij in aanmerking nemende het gewicht der zaak en de daaraan verbonden moeilijkheden.

  3. 3

    Posten wegens betaalde zegel- en registratiekosten, alsmede wegens deurwaarderskosten, mits van derzelver voldoening behoorlijk blijkt, zijn niet aan vermindering onderworpen.

  4. 4

    Het bedrag der te hoog gestelde of onaannemelijke posten wordt doorgehaald; in plaats daarvan wordt in het daarvoor opengelaten witte vak de verschuldigde som ofwel «nihil» gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.