Advocatenwet BES

Huidige tekst

Artikel 23 Advocatenwet BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De raad van toezicht neemt, indien de klager daartoe de wens te kennen heeft gegeven, geen beslissing dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de klager.

  2. 2

    De raad legt geen straf op dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de betrokken advocaat. Deze is bevoegd zich bij behandeling van een klacht door een advocaat te doen bijstaan. De betrokken advocaat en zijn raadsman worden in de gelegenheid gesteld tijdig van de processtukken kennis te nemen. Hun wordt door de secretaris van de raad tijdig medegedeeld, waar en wanneer deze gelegenheid bestaat.

  3. 3

    De raad kan getuigen en deskundigen oproepen en horen, 4 Op verzoek van de raad doet de officier van justitie hen dagvaarden. De getuigen en deskundigen zijn na dagvaarding verplicht te verschijnen. 5 De wettelijke bepalingen betreffende het oproepen, medebrengen en horen van, alsmede betreffende de schadeloosstelling en vacatiegelden aan getuigen en deskundigen in strafzaken zijn ten deze van overeenkomstige toepassing. 6 De leden van de raad nemen, op straffe van nietigheid, geen deel aan de behandeling van een zaak waarin zij zelf, hun echtgenoten, dan wel bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten als partij betrokken zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.