Aanhef
Gedeputeerde Staten van Limburg,
Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op artikel 18.20, eerste lid van de Omgevingswet en paragraaf 13.2.2 en 13.3.2 van het Omgevingsbesluit
Overwegende dat:
-De Omgevingsdienst Zuid Limburg (ODZL) namens de provincie Limburg het toezicht en de handhaving bij Seveso-inrichtingen uitvoert;
-de ODZL hierbij de Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen dient te hanteren;
-de Provincie Limburg daartoe deze landelijke handhavingsstrategie als beleidsregel dient vast te stellen.
BESLUITEN
Vast te stellen de volgende beleidsregel
Beleidsregel Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen (LHS Seveso-inrichtingen)
Artikel 1 Vaststelling LHS Seveso-inrichtingen
Gedeputeerde staten van de provincie Limburg stellen de Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen (LHS Seveso-inrichtingen) vast als beleidsregel.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 september 2026.
Artikel 3 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen.
Voorwoord
Voor u ligt de Landelijke handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen. De eerste versie van de Landelijke Handhavingsstrategie is op 6 december 2012 vastgesteld. Tussentijds hebben in 2017 en 2023 alleen wetstechnische/tekstuele wijzigingen plaatsgevonden in verband met de inwerkingtreding van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) en de Omgevingswet. Sinds 2012 had echter geen algehele evaluatie meer plaatsgevonden.
Een volledige actualisatie was noodzakelijk omdat in 2022 is gestart met de nieuwe toezichtmethodiek, de Landelijke Benadering Risicobedrijven (LBR).
De vorige LHS Seveso-inrichtingen ging nog uit van de oude systematiek en bevatte bovendien verouderde begrippen, zoals LAT RB, verbeterprogramma BeteRZO en NIM 2. Daarnaast zijn er in de tussentijd nieuwe handhavingsinstrumenten opgenomen in de verschillende wet- en regelgeving van betrokken toezichthoudende overheidsorganisaties die nog niet in de LHS waren opgenomen. Dit alles was aanleiding voor het samenwerkingsverband SEVESO+ (voorheen BRZO+) om in 2024 een projectgroep Actualisatie Landelijke handhavingsstrategie de opdracht te geven om de handhavingsstrategie volledig te actualiseren en aan te laten sluiten op de laatste inzichten.
De projectgroep is vervolgens gestart met het volledig updaten van de tekst van de LHS. Zij heeft in 2025 een kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van de LHS in de periode 2018-2023. Ook is een kwalitatief onderzoek naar het gebruik van de LHS door de Seveso-toezichthouders uitgevoerd in de vorm van een enquête en diepte-interviews. Daarnaast is inbreng gevraagd aan het Openbaar Ministerie en de werkgroep LBR van de SEVESO+. De resultaten van deze inbreng en de uitgevoerde onderzoeken hebben geleid tot aanpassingen in de tekst van de LHS.
Vervolgens zijn vertegenwoordigers van de toezichthoudende overheidsorganisaties, het OM en de werkgroep LBR in de gelegenheid gesteld om commentaar op de concepttekst in te dienen. Daar is ruimschoots gebruik van gemaakt. De projectgroep heeft alle ingediende opmerkingen besproken en heeft de voorgestelde opmerkingen en aanpassingen grotendeels overgenomen. Naar de indieners is teruggekoppeld hoe hun inbreng is verwerkt.
Deze Landelijk handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen is het eindresultaat van het werk van de projectgroep in afstemming met de stakeholders.
Deze landelijke handhavingsstrategie is zodoende in gezamenlijkheid tot stand gekomen en is daarmee een gedragen strategie.
Projectgroep Actualisatie LHS Seveso-inrichtingen april 2026
4. Handhavingsstrategie, beoordeling ernst van de overtreding(en) en toepassen van sancties
4.2. Beoordelingskader: ernst van de overtreding en categorie
4.2.1. Bepaal de ernst van de overtreding
Na het vaststellen van een overtreding moet de ernst van deze overtreding beoordeeld worden.
Er zijn verschillen in de mate waarin overtredingen van paragraaf 4.2 van het Bal bijdragen aan de kans op een zwaar ongeval en dus is een beoordelingskader nodig om de ernst van een overtreding te kunnen afwegen. Het begrip ‘zwaar ongeval’ uit de Seveso III-richtlijn is hiervoor als uitgangspunt genomen. De definitie van een zwaar ongeval bepaalt in belangrijke mate de reikwijdte van de
Landelijke handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen en de manier waarop overtredingen gecategoriseerd worden. In bijlage 1 van het Bal is een zwaar ongeval als volgt gedefinieerd:
Zwaar ongeval: zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, dertiende lid, van de Seveso-richtlijn.
In artikel 3, dertiende lid, van de Seveso III-richtlijn is de volgende definitie opgenomen:
Zwaar ongeval: een gebeurtenis zoals een zware emissie, brand of explosie als gevolg van onbeheerste ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting waarop deze richtlijn van toepassing is, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de menselijke gezondheid of het milieu, binnen of buiten de inrichting ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
De LHS Seveso-inrichtingen wordt toegepast op overtredingen van de linker- en rechterkant van de vlinderdas of bow tie. Op overtredingen die niet zijn te relateren aan paragraaf 4.2 van het Bal en/of aan de definitie van gevaarlijke stoffen en/of aan de definitie van een zwaar ongeval zoals gedefinieerd in het Bal, is deze handhavingsstrategie niet van toepassing.
Het gaat dus om de linker- (voorkomen) en de rechterkant (beperken) van de vlinderdas:
Figuur 2: Vlinderdasmodel: voorkomen zware ongevallen en beperken van de gevolgen
Voor de Nederlandse situatie zijn op basis van de te beschermen ‘waarden’, drie domeinen verdeeld over drie Seveso-toezichthouders. Hierbij geldt dat overtredingen die vallen binnen een specifiek domein, worden gehandhaafd door de primair verantwoordelijke Seveso-toezichthouder. Het gaat hierbij om de volgende domeinen:
1Gezondheid van de mens binnen de Seveso-inrichting. Hiermee wordt bedoeld de veiligheid en gezondheid van de werknemer en andere personen die in de Seveso-inrichting of de onmiddellijke omgeving ervan aanwezig zijn. De bescherming van werknemers is wettelijk geregeld in de Arbeidsomstandighedenwet en het toezicht hierop is belegd bij de NLA;
2Gezondheid en veiligheid van de mens buiten de Seveso-inrichting en de bescherming van het milieu. Dit is geregeld in de Omgevingswet. Het toezicht is belegd bij het bevoegde gezag Omgevingswet en wordt uitgevoerd door de omgevingsdiensten;
3De voorbereiding op rampenbestrijding als bescherming van mens en milieu is via de Wet veiligheidsregio’s belegd bij de veiligheidsregio. Het toezicht op de informatieverplichting ten behoeve van de rampenbestrijding is daarmee ook belegd bij de veiligheidsregio’s.
Een overtreding kan een bedreiging vormen voor een of meerdere van bovenstaande domeinen tegelijkertijd. Overtredingen die niet zijn toe te delen aan één specifiek domein worden zoveel mogelijk aangepakt op de wijze die volgens het inspectieteam het meest effectief is, zowel qua mogelijkheden als qua bevoegdheden. De toezichthoudende overheidsorganisatie besluit wat het meest geschikte en effectieve sanctie- of handhavingsinstrument (of mix van sanctie- en handhavingsinstrumenten) is om toe te passen.
Op de afweging van de ernst van de overtreding heeft dit geen invloed, omdat de meest bedreigde waarde bepalend is voor de ernst van de overtreding. Met andere woorden, een overtreding met als gevolg een ernstige bedreiging van de veiligheid van werknemers wordt niet minder ernstig omdat het milieu of de externe veiligheid niet in het geding zijn. Het wordt wel gebruikt om te bepalen welke Seveso-toezichthouder de handhaving inzet en welke sanctie- en/of handhavingsmiddelen daarbij ingezet worden. De in te zetten sanctie- en/of handhavingsmiddelen gerelateerd aan de ernst van de overtreding, worden verderop in dit hoofdstuk nader uitgewerkt.
Wat wel invloed heeft bij de afweging van de ernst van de overtreding is de tijdfactor. Een onmiddellijke dreiging van een zwaar ongeval als gevolg van overtredingen vereist direct ingrijpen en rechtvaardigt de inzet van de zwaarste sanctie- en/of handhavingsmiddelen.
Voorgaande leidt tot een indeling van overtredingen in drie categorieën met daarbij behorende sancties:
1Onmiddellijke dreiging en/of onomkeerbaar risico op een zwaar ongeval, er is sprake van ernstig gevaar: direct ingrijpen met zwaarste sanctie- en/of handhavingsmiddelen, werkzaamheden en/of activiteiten stilleggen en pas toestaan de werkzaamheden en/of activiteiten weer aan te vangen als adequate (nood)maatregelen zijn getroffen. Geen hersteltermijn.
2Geen onmiddellijke dreiging van een zwaar ongeval, wel duidelijk onvoldoende maatregelen getroffen: herstel afdwingen met zware tot middelzware sanctie- en/of handhavingsmiddelen binnen redelijke hersteltermijn.
3Zeer geringe dreiging van een zwaar ongeval, wel lichtere tekortkomingen: herstel afdwingen met lichtere sanctie- en/of handhavingsmiddelen binnen redelijke hersteltermijn.
Na het indelen van de overtredingen in een van bovenstaande categorieën volgt het bepalen van de sancties en/of handhavingsinstrumenten. Dit is nader uitgewerkt in de volgende paragrafen.
4.2.2. Betekenis oordeel ‘Afwijking’
In geval van een afwijking is sprake van een situatie waarbij het systeem als passend wordt beoordeeld of waarbij het systeem over het algemeen consequent is toegepast. Ook kan er sprake zijn van een afwijking als de stand der techniek voldoet of de staat der techniek op orde is. Er is daarom geen sprake van een overtreding, maar er zijn wel verbeteringen mogelijk of wenselijk. In dat geval is sprake van een afwijking waarop een actie wordt verwacht.
Bij een afwijking kan het zo zijn dat bijvoorbeeld een VBS-element over het geheel genomen is toegepast, maar er nog verbeteringen mogelijk of wenselijk zijn. Het bedrijf dient hierop actie te ondernemen. Als het bedrijf geen actie onderneemt, kan dit leiden tot een overtreding (uitsluitend categorie 3) vanwege het niet sluiten van de PDCA-loop.
Indien de opvolging van een actie noodzakelijk is, dan dient dit punt van het begin af aan als overtreding te worden aangemerkt. In dat geval kan geen sprake zijn van een afwijking.
4.2.3. Bepaal de categorie van de overtreding
De LHS Seveso-inrichtingen gaat uit van drie categorieën van overtredingen (zie paragraaf 4.2.1). Voor de indeling van overtredingen is in de Werkwijzer LBR een tabel Oordeelsvorming LBR opgenomen.
8Tabel 9, pag. 244 en 245 Werkwijzer LBR versie 10 december 2023 (geldend op het moment van vaststelling handhavingsstrategie)
Aan de hand van deze tabel bepaalt het inspectieteam de categorie van de overtreding.
De tabel maakt gebruik van het oordeel: voldoende, matig voldoende, onvoldoende en zwaar onvoldoende op de aspecten: systeem passend, systeem toegepast, stand van de techniek en staat van de techniek. Het uitgangspunt hierbij is dat het oordeel onvoldoende in principe tot categorie 2 of 3 leidt en zwaar onvoldoende tot categorie 2, tenzij de criteria voor categorie 1 aan de orde zijn.
In de tabel Oordeelvorming wordt aangegeven dat bij het oordeel ‘zwaar onvoldoende’ sprake is van een categorie 1- of categorie 2-overtreding. Gelet op de aard van een categorie 1-overtreding volgt hieronder een beschrijving van de criteria wanneer hiervan in ieder geval sprake is. Voor categorie 2-en 3-overtredingen zijn de criteria niet nader gespecificeerd.
Criteria voor een categorie 1-overtreding
Er is sprake van een categorie 1-overtreding (onmiddellijke dreiging van een zwaar ongeval) als wordt voldaan aan de volgende twee criteria:
1Als technische of organisatorische maatregelen die als Line of Defense (hierna: LoD) dienen om een zwaar ongeval te voorkomen, dan wel de effecten van een zwaar ongeval te reduceren, falen of ontbreken.
2Als dit falen of ontbreken van de LoD’s leidt tot een zeer duidelijk risico op een zwaar ongeval, het ongewild vrijkomen van gevaarlijke stoffen of escalatie van scenario’s, en:
a.er activiteiten gaande zijn of nog aan moeten vangen waardoor ernstig gevaar kan ontstaan voor personen (werknemers en omstanders) of het milieu, of:
b.het falen of ontbreken van repressieve LoD’s leidt tot ernstig gevaar voor personen, waaronder incidentbestrijders.
4.2.4. Overtredingen die tijdens de inspectie zijn opgeheven
Het komt, zeker bij grotere bedrijven, voor dat een geconstateerde overtreding tijdens de Seveso-inspectie wordt opgeheven. In dat geval is tijdens de Seveso-inspectie een overtreding geconstateerd, dit betekent dat de overtreding ook als zodanig in het inspectierapport (en ook in de publieksvriendelijke samenvatting) dient te worden benoemd. Het is voor de overtreding dus niet relevant of deze tijdens de inspectie direct wordt opgeheven, er blijft sprake van een (geconstateerde) overtreding die in het inspectierapport als zodanig naar voren dient te komen. Voor de in te zetten sancties en/of handhavingsinstrumenten kan het direct opheffen wel relevant zijn. Er zal in dat geval weliswaar geen handhavingsinstrument worden ingezet om de overtreding ongedaan te maken, maar er kan wel worden gekozen voor het inzetten van een handhavingsinstrument om de overtreding ongedaan te houden of om een overtreding in de toekomst te voorkomen, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom of een eis. Afhankelijk van de ernst van de overtreding bestaat ook de mogelijkheid om strafrechtelijk op te treden dan wel een boete op te leggen.
Overtredingen die het bedrijf zelf heeft opgemerkt en waar het bedrijf al mee aan de slag is gegaan vóór de inspectie, maar die nog niet zijn opgelost en die het inspectieteam ook heeft geconstateerd, moeten ook als overtreding worden vastgelegd in het inspectierapport.
4.4. Toepassen van handhavingsinstrumenten en sancties
4.4.1. (Naleef)gedrag
De beoordeling van de ernst van een overtreding vindt plaats volgens het beoordelingskader zoals omschreven in paragraaf 4.2. In paragraaf 4.4 staat omschreven welke sancties vervolgens ingezet kunnen worden en welke afwegingen daarbij een rol spelen.
Het naleefgedrag van het bedrijf kan meewegen bij de bepaling van de in te zetten handhavingsinstrumenten en sancties. Dit geldt dus niet bij het bepalen van de ernst van de overtreding. De toezichthoudende overheidsorganisatie die bevoegd is tot handhaven betrekt deze informatie onder andere uit de onlinedatabase Gemeenschappelijke inspectieruimte (GIR2.0), eigen dossiers en van de eigen Seveso-toezichthouder. Het meewegen van het naleefgedrag kan zodoende bijdragen aan een effectieve aanpak van handhavend optreden.
Calculerend of opportunistisch gedrag van de overtreder kan aanleiding zijn om een zwaardere sanctie in te zetten. Onder calculerend gedrag wordt verstaan: als de overtreder wist of moest weten wat de gevolgen van zijn handelen of nalaten zouden zijn en die op de koop toe neemt of alleen tot normconform gedrag overgaat indien de toezichthouder daar uitdrukkelijk op wijst (of daarvoor een sanctie laat opleggen of oplegt) en zodoende bewust risico(’s) op overtreding neemt.
Ook notoir/crimineel gedrag van de overtreder kan aanleiding zijn om een zwaardere sanctie in te zetten. Onder notoir/crimineel gedrag wordt verstaan: als de overtreder bewust en structureel de regels overtreedt, controle bewust belemmert, criminele activiteiten ontplooit of deel uitmaakt van een criminele organisatie, er sprake is van fraude, oplichting of witwassen.
Het gedrag van de overtreder kan ook medebepalend zijn voor het al dan niet inzetten van het strafrechtelijke handhavingsspoor. In het kader van integrale handhaving moet steeds worden beoordeeld of er aanleiding is om de overtreder strafrechtelijk te bestraffen. Redenen voor bestraffing worden ontleend aan de feiten en omstandigheden rond de overtreding, de overtreder of een combinatie daarvan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreder al eerder in de fout is gegaan (recidive/herhaling) of dat de overtreder de overtreding calculerend of welbewust heeft gepleegd. Bij een goedwillende overtreder zal strafrechtelijk optreden minder snel aan de orde zijn.
4.4.2. Bepaal de handhavingsinzet
De keuze voor de handhavingsinzet en het sanctie en/of handhavingsmiddel is het sluitstuk van de werkwijze. Er wordt hiervoor verwezen naar tabel 2: Handhavingsinstrumenten en sancties per categorie overtreding.
Als de betreffende toezichthoudende overheidsorganisatie kiest voor een ander handhavingsinstrument of andere sanctie dan bij de betreffende categorie overtreding in tabel 2 is aangegeven, dan is er sprake van afwijking van de strategie. Dit moet in alle gevallen gemotiveerd worden in het handhavingsbesluit op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht.
4.4.3. Herinspectie
Na inzet van het handhavingstraject (waarschuwingsbrief, eis, last onder dwangsom etc.) wordt altijd gecontroleerd of de overtreding is opgeheven en/of aan de last is voldaan.
Is de overtreding niet opgeheven, dan volgen de stappen in de kolom Handhavingsinstrument/sanctie na herinspectie(s) om ervoor te zorgen dat de overtreding alsnog wordt opgeheven (tabel 2). Welke stappen dat zijn, is afhankelijk van de vraag of bijvoorbeeld de last onder dwangsom is volgelopen of de last onder bestuursdwang is geëffectueerd.
Bij een overtreding die niet is opgeheven, kan niet voor een aanpak worden gekozen waarbij de afzonderlijke overtredingen worden opgeschaald naar een hogere categorie. Immers, een overtreding die leidt tot een situatie die niet als onmiddellijk dreigend is aan te merken (categorie 2 of 3) kan niet ineens als wel onmiddellijk dreigend (categorie 1) worden ingedeeld. Het voortduren van een overtreding kan wel leiden tot bijvoorbeeld het inzetten van een zwaarder middel of een hogere dwangsom.
Blijkt bij een Seveso-inrichting ondanks inzet van handhavingstrajecten (stilleggingen, exploitatieverboden, (verhoogde) boetes, verbeuring van dwangsommen of zelfs opgelegde preventieve stilleggingen als gevolg van recidiveren, etc.), dat steeds opnieuw handhaving moet worden ingezet, dan wordt door de toezichthoudende overheidsorganisaties, eventueel in samenspraak met het Functioneel Parket, gezocht naar een andere aanpak om ervoor te zorgen dat de overtredingen worden opgeheven (zie ook de handleiding Uniforme benadering Seveso-zorgbedrijven).
4.5. Verzwarende omstandigheden en de hersteltermijn
4.5.1. Herhaling of recidive van een overtreding
Wordt binnen een bepaalde periode een (soortgelijke) overtreding opnieuw geconstateerd, terwijl de overtreding eerder na de handhavingsinzet was opgeheven, dan is sprake van herhaling of mogelijk een recidive. Hiermee wordt niet bedoeld een overtreding die tijdens een herinspectie nog niet is opgeheven. Er moet voor een herhaling of recidive sprake zijn van een nieuwe soortgelijke overtreding.
Herhaling of recidive?
Er is sprake van een herhaling als een overtreding tijdens een eerdere inspectie is geconstateerd en hiervoor een bestuurlijk handhavingstraject is opgestart (dit kan ook gaan om een waarschuwingsbrief) en na het opheffen ervan deze overtreding wederom wordt geconstateerd. Recidive is een formeel begrip uit het strafrecht en is aan de orde als voor een eerdere overtreding een boete onherroepelijk geworden is of een onherroepelijke strafrechtelijke sanctie is opgelegd na een proces-verbaal. Is de boete of strafrechtelijke sanctie nog niet onherroepelijk dan is alleen sprake van herhaling van de overtreding.
De periode voor herhaling of recidive is:
•5 jaar voor een categorie 2- of categorie 3-overtreding;
•10 jaar voor een categorie 1-overtreding.
In geval van herhaling of recidive van een overtreding wordt direct gehandeld volgens kolom Handhavingsinstrument/sanctie na herinspectie(s) van tabel 2.
4.5.2. Stapeling van overtredingen
Als tijdens een inspectie meerdere overtredingen zijn geconstateerd (stapeling van overtredingen), kan het zijn dat iedere overtreding afzonderlijk niet leidt tot “duidelijk onvoldoende maatregelen”(artikel 4.9 derde lid, van het Bal). De overtredingen kunnen in dat geval gezamenlijk wel leiden tot de conclusie dat duidelijk onvoldoende maatregelen in de zin van artikel 4.9 derde lid, van het Bal zijn genomen. In dat geval zet de Nederlandse Arbeidsinspectie of het bevoegd gezag Omgevingswet hiervoor het geëigende handhavingstraject in. Er kan ook sprake zijn van duidelijk onvoldoende maatregelen door een combinatie van overtredingen uit voorgaande inspecties met overtredingen uit de laatste inspectie.
Blijkt het bedrijf een notoire stapelaar te zijn, dan kan door de toezichthoudende overheidsorganisaties worden besloten dat de Seveso-toezichthouders een gezamenlijke maatwerkinspectie of een gezamenlijk maatwerkonderzoek uitvoeren vanwege (veelvuldig) gecombineerde overtredingen en delicten. In dat geval kunnen met het Functioneel Parket afspraken worden gemaakt om bij overtredingen door dat bedrijf direct een proces-verbaal op te kunnen maken. De afspraak hierbij is dat bij voorkeur niet wordt geschikt, maar dat dergelijke zaken voor de rechter komen. In dat geval kan hiernaast worden gezocht naar een andere aanpak om het bedrijf op het goede spoor te krijgen en het naleefgedrag van het bedrijf te verbeteren (hiervoor wordt verwezen naar de handleiding Uniforme benadering Seveso-zorgbedrijven).
Bijlage A: Tabel handhavingsmogelijkheden paragraaf 4.2 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
In de tabel hieronder is weergegeven welke bestuursorganen bevoegd zijn om de naleving van de verschillende wettelijke verplichtingen van paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) te handhaven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Onder bestuursrechtelijke handhaving wordt verstaan het toepassen van een bestuurlijk handhavingsinstrument (last onder bestuursdwang/dwangsom) of een bestuursrechtelijke sanctie (bestuurlijke boete). Ook is aangegeven wat de wettelijke grondslag is voor de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving.
De organisaties waarom het gaat zijn:
•Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)
•Bevoegd gezag Omgevingswet (BG)
•Bestuur van de veiligheidsregio’s (VR)
Handhavingsmogelijkheden paragraaf 4.2 Besluit activiteiten leefomgeving
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.4
Regels over arbeidsomstandigheden/Veiligheid en gezondheid van werknemers en van in de inrichting werkzame zelfstandige en werkgever die arbeid zelf verricht
1De regels in deze paragraaf die zijn gesteld met het oog op de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de in de Seveso-inrichting werkzame werknemers, zijn van overeenkomstige toepassing op:
a.de werkgever;
b.de werkgever die zelf arbeid verricht in de Seveso-inrichting en de zelfstandige; en
c.degene die de controle heeft over de Seveso-inrichting.
2Om naleving van die regels te waarborgen, werken de in het eerste lid genoemde personen samen met degene die de activiteit verricht.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en
13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.28 Ob
Br
+
-
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en
art. 13.30 Ob
Sr
+
-
-
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.5 eerste lid en tweede lid
4.5 (gegevens en bescheiden: als deze paragraaf van toepassing wordt) /Kennisgeving doen/ Moment indienen eerste kennisgeving
1Binnen een jaar nadat deze paragraaf van toepassing is geworden op een Seveso-inrichting, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2
a.de naam en functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht;
b.de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen en de categorie van gevaarlijke stoffen te identificeren die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;
c.een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of kunnen zijn in de Seveso-inrichting;
d.de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht;
e.informatie over de directe omgeving van de Seveso-inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, met gegevens over Seveso-inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, milieubelastende activiteiten waarop deze paragraaf niet van toepassing is en gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van of het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten; en
f.de gegevens, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onder a en b, als de Seveso-inrichting een hogedrempelinrichting is.
2Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en deze niet zijn gewijzigd.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 en
4.3 Ow en 2.9 bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
+
+
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.5 derde lid
Raadpleegbare lijst met de gevaarlijke stoffen
3De lijst, bedoeld in het eerste lid, onder c, kan door eenieder worden geraadpleegd.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.5 vierde lid
Presentatielijst van de gevaarlijke stoffen
4Voor de aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen op de lijst, bedoeld in het eerste lid, onder c, kan de gevaarscategorie respectievelijk de chemische naam en het CAS-nummer worden vermeld als:
a.uit die gegevens de fysisch-chemische eigenschappen en gevaareigenschappen kenbaar zijn; en
b.kan worden bepaald om welke gevaarlijke stof of categorie, bedoeld in bijlage I bij de Seveso-richtlijn, het gaat.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
-
+
+
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
-
+
-
4.6
gegevens en bescheiden: voor wijziging/ Significante wijzigingen melden + tijdigheid
1Ruim voor een wijziging als bedoeld onder a tot en met f worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
a.een significante wijziging van de hoeveelheid, aard of fysische vorm van een gevaarlijke stof die in de Seveso-inrichting aanwezig is of kan zijn;
b.een significante wijziging van een proces waarbij een gevaarlijke stof wordt gebruikt;
c.de sluiting of de ontmanteling van de Seveso-inrichting;
d.een wijziging die significante gevolgen kan hebben voor de gevaren van zware ongevallen;
e.een wijziging van de naam, de handelsnaam of het adres van degene die de activiteit verricht; of
f.een wijziging van de naam of functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht.
2Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en deze niet zijn gewijzigd.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet,
en 13.30 Ob
Sr
+
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
4.7
Gegevens en bescheiden na Melding van een zwaar ongeval
1Als een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, worden zo spoedig mogelijk aan de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, gegevens en bescheiden verstrekt over:
a.datum, tijd, plaats en omstandigheden van het zware ongeval;
b.de gevaarlijke stoffen die het betreft en de hoeveelheid;
c.de gevolgen voor de werknemers, die zich op korte en lange termijn kunnen voordoen;
d.het aantal gewonde werknemers, dat voor ten minste 24 uur in een ziekenhuis is opgenomen, en het aantal overleden werknemers;
e.de maatregelen ter bescherming van de werknemers, die zijn getroffen of worden getroffen om herhaling te voorkomen; en
f.de materiële schade in de Seveso-inrichting.
2Gegevens en bescheiden uit nader onderzoek die afwijken van eerder verstrekte gegevens en bescheiden, worden verstrekt aan de toezichthouder, bedoeld in het eerste lid.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Br
+
-****
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Sr
+
-
-
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.8
Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift over deze paragraaf kan alleen aanvullende maatregelen bevatten.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
-
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
-
+
-
4.9,
eerste lid
Algemene verplichtingen/Maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en milieu te beperken
1Alle maatregelen worden getroffen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het milieu te beperken.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en
13.26 jo. 13.27 Ob en artikel 13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.9
tweede lid
Algemene verplichtingen/Aantoonplicht exploitant alle noodzakelijke maatregelen
2Op elk moment kan worden aangetoond dat aan het eerste lid wordt voldaan.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.9 derde lid
Algemene verplichtingen/ Inrichting niet in werking bij geen of duidelijk onvoldoende maatregelen
3Het is verboden een Seveso-inrichting of een gedeelte daarvan te exploiteren of in werking te hebben als de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, niet zijn getroffen of duidelijk onvoldoende zijn uitgevoerd.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 13.26 Ob
Art. 18.2, lid 2 Ow en art 5.10, lid 1 onder c sub 3 Ow
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.10
eerste lid
Preventiebeleid staat borg voor hoog beschermingsniveau
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan is preventiebeleid opgesteld dat borg staat voor een hoog beschermingsniveau van de gezondheid en het milieu en evenredig is aan de gevaren van zware ongevallen.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet,
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.10
tweede lid
Preventiebeleid zware ongevallen
2Het preventiebeleid bevat:
a.de algemene doelen van en beginselen voor het handelen van degene die de activiteit verricht;
b.de rol en de verantwoordelijkheid van het management van de Seveso-inrichting; en
c.de plicht om de beheersing van gevaren van zware ongevallen continu te verbeteren en hoge beschermingsniveaus te waarborgen.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-*
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet,
en 13.30 Ob
Sr
+
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
4.10
derde lid
Vastlegging preventiebeleid voor zware ongevallen
3Het tweede lid, onder a, houdt in ieder geval in dat is beschreven:
a.in hoofdlijnen de aard en de omvang van de risico’s van zware ongevallen;
b.de beginselen die ten grondslag liggen aan het veiligheidsbeheerssysteem en de samenhang met dat systeem;
c.de criteria die worden toegepast bij de vaststelling van de risico’s van zware ongevallen; en
d.de beginselen die ten grondslag liggen aan de maatregelen die zijn getroffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken en de samenhang tussen die maatregelen en de risico’s van zware ongevallen.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet,
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.11
eerste en tweede lid
Artikel 4.11 (veiligheidsbeheerssysteem)/ Correcte uitvoering preventiebeleid met een VBS
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan wordt het preventiebeleid uitgevoerd met passende middelen, structuren en een veiligheidsbeheerssysteem dat voldoet aan alle punten van bijlage III bij de Seveso-richtlijn.
2De passende middelen, structuren en het veiligheidsbeheerssysteem zijn evenredig aan de gevaren van zware ongevallen, de complexiteit van de organisatie en de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-*
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Sr
+
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
4.11
derde lid
Procedures voor de identificatie van de gevaren van zware ongevallen
3De procedures voor de systematische identificatie van de gevaren van zware ongevallen, bedoeld in bijlage III, onder b, onder ii, bij de Seveso-richtlijn, gaan in ieder geval over:
a.het verrichten van systematisch onderzoek naar de risico’s van zware ongevallen van een Seveso-installatie tijdens het ontwerpen, het bouwen, het gebruiken, het onderhouden en het wijzigen van die installatie;
b.de criteria voor het bepalen van de methode van het systematisch onderzoek die is afgestemd op de fases, bedoeld onder a; en
c.de methode voor de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen die geschikt is om de maatregelen te bepalen die worden getroffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet,
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.12
eerste lid
Bijwerken PBZO en VBS i.v.m. relevante wijzigingen
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan worden het preventiebeleid en het veiligheidsbeheerssysteem in ieder geval bijgewerkt bij een wijziging als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c of d.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.12
tweede lid
Artikel 4.12 (bijwerken preventiebeleid en veiligheidsbeheerssysteem)/ Elke vijf jaar preventiebeleid bezien en indien nodig bijwerken
2Het preventiebeleid wordt ten minste elke vijf jaar beoordeeld en zo nodig bijgewerkt.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-*
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.13
eerste lid
Uitwisselen van gegevens tussen inrichtingen met domino-effecten
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan worden voor Seveso-inrichtingen die op grond van artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de omgevingsvergunning of door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn aangewezen als inrichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, gegevens uitgewisseld die nodig zijn om in het preventiebeleid, veiligheidsbeheerssysteem, veiligheidsrapport en intern noodplan rekening te houden met de aard en omvang van het risico van een zwaar ongeval.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.13
tweede lid
Samenwerking inrichtingen met domino-effecten over voorlichting aan publiek en bedrijven
2Degenen die de Seveso-inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, exploiteren, werken samen bij het geven van:
a.voorlichting aan het publiek en de nabijgelegen bedrijven die niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf vallen; en
b.gegevens en bescheiden voor het opstellen van het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.14
eerste lid
Actueel veiligheidsrapport moet zijn opgesteld
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan is voor een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport opgesteld met actuele gegevens over de veiligheid.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
+
+
4.14
tweede lid
Veiligheidsrapport moet aangegeven inhoud hebben
2Het veiligheidsrapport bevat de namen van de organisaties die betrokken zijn geweest bij het opstellen van het veiligheidsrapport en bevat in ieder geval de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage II bij de Seveso-richtlijn, waarmee wordt aangetoond dat:
a.preventiebeleid als bedoeld in artikel 4.10 en een veiligheidsbeheersysteem als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, zijn ingevoerd;
b.de gevaren van zware ongevallen en scenario’s voor mogelijke zware ongevallen zijn geïdentificeerd en de maatregelen zijn getroffen die nodig zijn om die zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het milieu te beperken; en
c.het ontwerp, de constructie, de exploitatie en het onderhoud van de Seveso-installaties die in verband staan met de gevaren van een zwaar ongeval binnen de Seveso-inrichting, voldoende veilig en betrouwbaar zijn.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
+
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
4.14
derde en vierde lid
Inhoud van het veiligheidsrapport/ Beschrijving externe en natuurlijke oorzaken van een zwaar ongeval
3Het veiligheidsrapport bevat ook:
a.een schatting van de kans op en de omvang van de gevolgen van een zwaar ongeval dat door een Seveso-inrichting als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, wordt veroorzaakt;
b.een schatting van de kans op en de omvang van de gevolgen van een aardbeving, overstroming of andere natuurlijke oorzaak als bedoeld in bijlage II, onder 4, onder iii, bij de Seveso-richtlijn; en
c.een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen om de gevolgen, bedoeld onder a en b, te beperken.
4Bij de beschrijving van de installatie, bedoeld in bijlage II, onder 3, bij de Seveso-richtlijn, wordt een beschrijving gegeven van de processen die in de Seveso-inrichting plaatsvinden, het verloop daarvan en de hoeveelheden, eigenschappen en gedragingen van de gevaarlijke stoffen die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn onder de omstandigheden die in de Seveso-inrichting gelden en bij een voorzienbaar ongeval.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
+
+
Artikel Bal
Onderwerp + inhoud artikel Bal
Wettelijke grondslag Handhaving
Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht (Sr)
NLA
BG
VR
4.15
Beschrijving scenario’s in een risicoanalyse/ veiligheidsrapport: scenario’s voor mogelijke zware ongevallen
1De beschrijving van de scenario’s voor mogelijke zware ongevallen, bedoeld in bijlage II, onder 4, onder a, bij de Seveso-richtlijn, gaat ten minste over de onderdelen van de Seveso-installaties die de grootste risico’s op een zwaar ongeval opleveren. De selectie van deze Seveso-installaties vindt plaats volgens een methode die in het veiligheidsrapport is beschreven.
2Bij de beschrijving, bedoeld in het eerste lid, komen de voorvallen terug die deze scenario’s op gang kunnen brengen, waaronder corrosie, erosie, externe belasting, impact, overdruk of onderdruk, lage of hoge temperatuur, trillingen en menselijke fouten tijdens gebruik, wijziging of onderhoud.
3Voor elk scenario wordt kwalitatief of met risicoberekeningen aangegeven wat de waarschijnlijkheid en het effect is en welke maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat het scenario zich voordoet en voor elk scenario wordt een samenhangend inzicht geboden in:
a.de resterende kans dat een zwaar ongeval plaatsvindt;
b.de ernst van de gevolgen van een zwaar ongeval; en
c.de maatregelen die technisch mogelijk zijn om de kans open de gevolgen vaneen zwaar ongeval te verkleinen tot een daarbij aangegeven niveau.
4Uit de scenario’s blijkt dat de risico’s van zware ongevallen worden beheerst met de technische en organisatorische maatregelen die zijn getroffen.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
+
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
4.16
eerste lid onder a en b en tweede lid
Berekening risico’s voor omgeving
1Het veiligheidsrapport bevat:
a.de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is;
b.de berekende afstand in meters voor het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
c.….
d.….
e.….
f.….
2Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico, het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
-
+
+
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
-
+
-
4.16
eerste lid onder c en d
Beschrijving risico’s voor omgeving
1Het veiligheidsrapport bevat:
a.….
b.….
c.een schatting van de kans dat een zwaar ongeval belangrijke ongewenste gevolgen heeft voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam of vuilwaterriool en een schatting van de omvang van die gevolgen;
d.een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen om de gevolgen, bedoeld onder c, te beperken;
e.….
f.….
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
-
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
4.16
eerste lid onder e en f
Artikel 4.16 onder e en f
1Het veiligheidsrapport bevat:
a.….
b.….
c.….
d.….
e.een beschrijving van de zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de veiligheid voor de omgeving; en
f.het aantal personen buiten de Seveso-inrichting dat ten hoogste wordt blootgesteld aan het risico van een zwaar ongeval.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
-
+
+
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
-
+
-
4.17
Artikel 4.17 (veiligheidsrapport: rampenbestrijding en bedrijfsbrandweer)
Het veiligheidsrapport bevat een beschrijving van:
a.de scenario’s voor een mogelijk zwaar ongeval die bepalend zijn voor:
1°. het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s; en
2°. de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onder d, van het Besluit veiligheidsregio’s;
b.de organisatie van de bedrijfsbrandweer die nodig is, waaronder de omvang van het personeel en materieel;
c.de zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de voorbereiding van de rampenbestrijding; en
d.overige gegevens die nodig zijn met het oog op de voorbereiding van de rampenbestrijding, het opstellen van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel6.1.1 van het Besluit veiligheidsregio’s en het aanwijzen van een locatie waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht als bedrijfsbrandweer plichtig, bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
-
-
+
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
-
-
+
4.18
Artikel 4.18 (veiligheidsrapport: veiligheid en gezondheid werknemers)
Het veiligheidsrapport bevat een beschrijving van:
a.het aantal personen dat ten hoogste in de Seveso-inrichting aanwezig is, het aantal personen dat binnen de Seveso-inrichting wordt blootgesteld aan het risico van een zwaar ongeval en een indicatie van de verdeling van het aantal personen over die Seveso-inrichting;
b.zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, als zij van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers;
c.de scenario’s per Seveso-installatie voor een mogelijk zwaar ongeval die bepalend zijn voor het intern noodplan; en
d.de gevolgen die de beschrijving van de beschermingsmiddelen en interventiemiddelen heeft voor het intern noodplan.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Br
+
-
-
4.19
Bijwerken veiligheidsrapport/veiligheidsrapport elke 5 jaar bezien en indien nodig bijwerken + veiligheidsrapport bezien en indien nodig bijwerken na een zwaar ongeval en of openig ander tijdstip bij nieuwe feiten en/of nieuwe technische kennis aangaande veiligheid
Het veiligheidsrapport wordt bezien en zo nodig bijgewerkt:
a.ten minste elke vijfjaar;
b.na een zwaar ongeval in de Seveso-inrichting;
c.om rekening te houden met nieuwe feiten of nieuwe technische kennis over veiligheid; of
d.bij een wijziging als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c of d.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
+
+
4.20
Onverwijld toezenden bijgewerkt(e delen van het) veiligheidsrapport
Een opgesteld of bijgewerkt veiligheidsrapport of deel daarvan wordt onverwijld verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
+
+
4.21
samenvoegen documenten
Het preventiebeleid, het veiligheidsrapport en het veiligheidsdocument en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, kunnen worden
samengevoegd in één document.
Hier hangt geen handhavingsbevoegdheid aan maar is opgenomen voor de volledigheid.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4.22
Intern noodplan (met inhoud die in bijlage IV van de Seveso-III-richtlijn is opgesomd)
1Met het oog op het beperken van de gevolgen van zware ongevallen is voor een hogedrempelinrichting een intern noodplan opgesteld en ingevoerd om:
a.zware ongevallen in te dammen en te beheersen en de gevolgen ervan zoveel mogelijk te beperken;
b.de maatregelen die nodig zijn uit te voeren tegen de gevolgen van zware ongevallen; en
c.aan eenieder relevante gegevens en bescheiden te verstrekken.
2Het intern noodplan bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage IV bij de Seveso-richtlijn.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+**
+**
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
-
-
4.22
derde en vierde lid
Intern noodplan eens per drie jaar bezien en zo nodig bijwerken + inhoud
3Het intern noodplan wordt ten minste elke drie jaar beoordeeld en beproefd en zo nodig bijgewerkt.
4Als het intern noodplan wordt bijgewerkt, wordt rekening gehouden met de werkmethoden en productiemethoden die in de Seveso-inrichting worden toegepast, de veranderingen van technische en organisatorische aard bij de hulpverleningsorganisaties van de overheid en veranderingen in het veiligheidsinzicht die voor de risico’s van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kunnen hebben.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+***
+***
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
-
-
4.23
eerste lid en tweede lid
Voorleggen veiligheidsrapport (of wijzigingen daarvan) aan ondernemingsraad dan wel personeelsvertegenwoordiging dan wel, bij het ontbreken daarvan, raadplegen belanghebbende werknemers voorafgaand aan toezending aan BG + Raadpleging werknemers/Overleg met werknemers, deskundigen en andere aanwezige werkgevers over noodplan
1Als een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging ontbreekt, worden belanghebbende werknemers die werkzaam zijn in de Seveso-inrichting geraadpleegd:
a.voordat het veiligheidsrapport of een gewijzigd deel daarvan aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt verstrekt; en
b.bij het opstellen van het intern noodplan of een gewijzigd deel daarvan.
2Over het intern noodplan of een gewijzigd deel daarvan worden ook geraadpleegd de werknemers van andere werkgevers die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk in de Seveso-inrichting werkzaam zijn.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Br
+
-
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Sr
+
-
-
4.23
derde lid
Op verzoek inzage geven/Exploitant moet zorgen dat door, de in dit artikellid, genoemde partijen kennis kan worden genomen van het intern noodplan + (Raadpleging werknemers en) inzage/Bieden van mogelijkheid tot kennisneming veiligheidsrapport
3Op verzoek wordt inzage gegeven in het veiligheidsrapport en het intern noodplan aan:
a.de werknemers;
b.de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
c.de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e, van de Arbeidsomstandighedenwet;
d.de deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
e.de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet of een arbodienst als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van die wet; en
f.de zelfstandige en de werkgever die zelf arbeid verricht in de Seveso-inrichting.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Br
+
-
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Sr
+
-
-
4.24
eerste en tweede lid
Artikel 4.24 (actuele lijst van de gevaarlijke stoffen)/
Stoffenlijst bijhouden van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn
1Met het oog op het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan wordt voor een hogedrempelinrichting een actuele lijst bijgehouden van de aanwezige gevaarlijke stoffen en stoffen die op basis van aard of hoeveelheid een risico vormen.
2De lijst bevat gegevens over de aard, fysische vorm en hoeveelheid van de stoffen, bedoeld in het eerste lid.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
+
4.24
derde en vierde lid
Toegankelijkheid gegevens Bijhouden actuele lijst van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen
3Voor de hulpverleningsdiensten van de overheid zijn per stof, bedoeld in het eerste lid, onverwijld toegankelijk de volgende gegevens:
a.de chemische stofnaam of handelsnaam;
b.de hoeveelheid die ten hoogste aanwezig is;
c.het CAS-nummer of het veiligheidsinformatieblad;
d.het VN-nummer; en
e.het gevaarsidentificatienummer.
4Als de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder c, d of e, niet bestaan, zijn, naast de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder a en b, gegevens beschikbaar over het gevaar voor een explosie, een brand en een toxische wolk.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
-
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Artikel 48 zesde lid Wvr en art.
13.29 Ob
Sr
+
-
+
4.25
Openbaarmaking gegevens/Verstrekken aangepast Veiligheidsrapport bij toepassing 19.3 eerste lid, eerste volzin Wm
Artikel 4.25 (openbaarmaking van gegevens)
1Als gegevens als bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, laatste zin, van de Wet milieubeheer worden aangewezen:
a.de lijst, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder c;
b.de lijst, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid; en
c.het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste lid.
2Als ten aanzien van het veiligheidsrapport toepassing is gegeven aan artikel 19.3, eerste lid, eerste zin, van de Wet milieubeheer, wordt een aangepast veiligheidsrapport verstrekt, dat ten minste algemene gegevens en bescheiden over risico’s van zware ongevallen en de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu bij een zwaar ongeval bevat.
3Wanneer een aangepast veiligheidsrapport is verstrekt waaruit de beschrijving van bepaalde stoffen is weggelaten, worden die stoffen niet vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder c.
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
-
+
-
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
-
+
-
4.26
Overgangsrecht preventiebeleid/ Termijnen opstellen preventiebeleid
Het preventiebeleid, bedoeld in artikel 4.10, is opgesteld binnen een jaar nadat artikel 4.10 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij:
a.dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of
b.de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17 Ob
Br
+
+
-
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.27
Overgangsrecht veiligheidsrapport/Termijnen opstellen en indienen veiligheidsrapport
Het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, is opgesteld binnen tweejaar nadat artikel 4.14 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij:
a.dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of
b.de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een hogedrempelinrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Art. 18.2, lid 1 Ow en art 4.13 jo
4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met
4.17Ob
Artikel 48 en 63 Wvr
Br
+
+
+
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
art. 1a, onder 1 Wed jo 4.3 Ow
Sr
+
+
-
4.28
Overgangsrecht/Termijnen opstellen intern noodplan
Het intern noodplan, bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, is opgesteld en ingevoerd binnen tweejaar nadat artikel 4.22 van toepassing is geworden op de Seveso-inrichting, tenzij:
a.dat artikel van toepassing is geworden omdat de Seveso-inrichting in werking wordt gesteld of omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig is, wijzigt; of
b.de Seveso-inrichting voor inwerkingtreding van dit besluit een hogedrempelinrichting als bedoeld in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 was.
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en 13.26 jo. 13.27 Ob en artikel
13.28 Ob
Br
+
+***
+***
Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet
en 13.30 Ob
Sr
+
-
-
* In de tabel zoals deze is opgenomen in de Landelijke Handhavingstrategie Brzo 1999 stond aangegeven dat de veiligheidregio’s hierop konden handhaven. Hierbij is aangegeven dat deze bevoegdheid weliswaar niet blijkt uit de nota van toelichting maar dat de veiligheidsregio’s ervan uitgaan dat het toezicht op en de handhaving van met name het VBS een taak is in het kader van de rampenbestrijding. De praktijk wijst echter uit dat dit een te ruime interpretatie is van de handhavingsmogelijkheden van de veiligheidsregio’s. Weliswaar leveren het PBZO en het VBS informatie op waarmee de voorbereiding op de rampenbestrijding kan worden verbeterd maar dit impliceert niet dat de veiligheidsregio zelfstandig handhavend kan optreden ten aanzien van het PBZO en het VBS. Gelet hierop is in de versie van de tabel n.a.v. het Brzo 2015 de “+” gewijzigd in een “-“. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat tijdens een inspectie uiteraard informatie mag worden gevraagd die van belang is voor een adequate voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing en om de volledigheid en juistheid van de ingediende informatie te controleren. Het kan hierbij ook gaan om gegevens uit het VBS of het PBZO. Het verlangen van informatie is immers een bevoegdheid die voortvloeit uit artikel 48 Wvr. Als deze informatie niet wordt overgelegd of onvolledig wordt overgelegd is sprake van een overtreding van artikel 48 Wvr. Daarnaast zal het VBS de borging van maatregelen uit de bedrijfsbrandweeraanwijzing verder moeten verbeteren, indien daarin ten aanzien van dit aspect onvolkomenheden worden geconstateerd kan de bedrijfsbrandweeraanwijzing als grondslag voor de handhaving dienen.
**onder het Brzo’99 was dit opgenomen in artikel 22 eerste lid. Dit artikel was volgens de toelichting gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet. In het Brzo 2015 is dit in gewijzigde vorm in artikel 11, eerste lid, opgenomen. In artikel 22 was destijds opgenomen dat het intern noodplan moest worden opgesteld voor de binnen de inrichting ten uitvoer te leggen maatregelen gericht op het beperken en beheersen van zware ongevallen en de gevolgen ervan voor de werknemers. In artikel 11 eerste lid is daaraan toegevoegd “het milieu en de zaken, genoemd in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, en voor de externe communicatie ter zake wanneer zich een zwaar ongeval voordoet”. Gelet op deze toevoegingen moeten dus ook de beperkingsmaatregelen voor het milieu in het intern noodplan zijn opgenomen en moeten maatregelen met betrekking tot de externe communicatie zijn opgenomen. Indien deze maatregelen ontbreken c.q. onvolledig zijn kan het bevoegd gezag Ow respectievelijk de veiligheidsregio op deze aspecten handhaven. Voor de overige aspecten van het intern noodplan blijft de NLA de handhavende partij. In het Bal is de toevoeging milieu en externe communicatie niet meer expliciet opgenomen maar gelet op de omschrijving in het eerste lid, van artikel 4.22 Bal omvat het noodplan maatregelen in het kader van milieu en rampenbestrijding en over het verstrekken van gegevens. Gelet hierop blijft het hiervoor gestelde van kracht t.a.v. artikel 4.22 eerste lid, van het Bal. Indien deze maatregelen ontbreken c.q. onvolledig zijn kan het bevoegd gezag Ow respectievelijk de veiligheidsregio op deze aspecten handhaven naast de NLA.
*** Hetgeen hierboven onder ** is gesteld t.a.v. het intern noodplan geldt ook voor het derde en vierde lid, van artikel 4.22 en voor artikel 4.28 Bal (driejaarlijks bezien en indien nodig bijwerken van intern noodplan en termijn voor het opstellen van het intern noodplan)
****Afdeling 19.1 Ow en afdeling 2.7 Bal blijft ook van toepassing en hierop kan het bevoegd gezag Ow handhaven in geval van het niet (juist) melden.
Toelichting bij de tabel
Op grond van artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bestaat er uitsluitend een bevoegdheid om bestuursrechtelijk te handhaven als deze bevoegdheid is vastgelegd in een wet in formele zin buiten de Awb. Paragraaf 4.2 van het Bal is, net als het Brzo 1999 en 2015, gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), de Omgevingswet (Ow) (voorheen Wet milieubeheer) en de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). De bestuursorganen die bevoegd zijn op grond van deze drie onderliggende wetten, kunnen op paragraaf 4.2 van het Bal handhaven. In de nota van toelichting, Staatsblad 1999, nr. 234 en de nota van toelichting, Staatsblad 2006, nr. 417, is per artikel(lid) van het Brzo aangegeven op welke formele wet(ten) het desbetreffende artikel berust. In de Nota van Toelichting op het Brzo 2015 (Staatsblad 2015, 272) was nog slechts in algemene bewoordingen opgenomen welke artikelen op welke wetgeving gebaseerd waren
10Interne veiligheidscomponent door de Nederlandse Arbeidsinspectie, Externe veiligheidscomponent en milieu door het milieu- bevoegd gezag, Informatievoorziening t.b.v. rampenbestrijding door de betrokken veiligheidsregio
. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Brzo opgegaan in paragraaf 4.2 van het Bal. Ook in het Bal wordt niet nader gespecificeerd welk artikel op welke wetgeving is gebaseerd. Gelet op de wetsgeschiedenis zoals hiervoor omschreven valt echter wel te achterhalen welk artikel op welke wetgeving is gebaseerd.
Deze hele geschiedenis is gebruikt voor de tabel in Bijlage A dat de bevoegdheidsverdeling per artikel(lid) van paragraaf 4.2 van het Bal geeft. Uit de tabel kan worden afgeleid welke bestuursorganen bevoegd zijn voor de handhaving van de verschillende artikelen van het Bal.
Wettelijke grondslag handhavingsbevoegdheden
Hieronder is per bestuursorgaan aangegeven wat de wettelijke grondslag is voor de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke handhaving. Deze grondslagen moeten vermeld worden in de bestuursrechtelijke sancties.
Nederlandse Arbeidsinspectie
In artikel 13.30 Omgevingsbesluit is bepaald dat het handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandighedenwet in de artikelen 4.4, 4.5, eerste en derde lid, 4.6, eerste lid, 4.7, 4.9 tot en met 4.15, 4.18, 4.19, 4.20, 4.22, 4.23, 4.24, 4.26, 4.27 en 4.28 van het Bal bepaalde een strafbaar feit is als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze artikelen van het Bal kan de NLA dus strafrechtelijk handhaven. In artikel 13.27, eerste lid, van het Omgevingsbesluit worden bovenstaande artikelen m.u.v. 4.9, derde lid, van het Bal aangemerkt als overtredingen ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd door de NLA. Artikel 13.30 Omgevingsbesluit regelt de bevoegdheid voor het opleggen van een last onder bestuursdwang voor alle betreffende artikelen uit het Bal.
Bevoegd gezag Omgevingswet
Het bevoegd gezag (Ow) kan de artikelen 4.5, 4.6 eerste lid, 4.8 tweede lid, 4.9 t/m 4.13, 4.14 tweede en derde lid, 4.15, 4.16, 4.19, 4.20, 4.24 eerste en tweede lid, 4.25 t/m 4.27 van het Bal zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk handhaven. De bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving vloeit voort uit de artikelen 18.2, lid 1 Ow en de artikelen 4.13 jo 4.3 Ow en 2.9 Bal jo 4.6 tot en met 4.17 Ob.
De bevoegdheid tot strafrechtelijke handhaving is gebaseerd op de Wet op de economische delicten (Wed) waarin het handelen in strijd met voorschriften gesteld krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet in samenhang met paragraaf 4.2 van het Bal, is aangewezen als economisch delict (zie artikel 1a, onder 1 Wed).
Het bevoegd gezag Omgevingswet heeft sinds 1 januari 2024 de mogelijkheid om ter naleving van bepalingen uit paragraaf 4.2 van het Bal een bestuurlijke boete op te leggen op grond van artikel 18.11 Omgevingswet.
Bestuur veiligheidsregio
Het bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd om de artikelen 4.5 eerste, derde en vierde lid, 4.6 eerste lid, 4.13, 4.14, 4.15, 4.16 eerste lid, onder a, b, e en f en tweede lid, 4.17, 4.19, 4.20, 4.22, 4.24, 4.27, 4.28 van het Bal te handhaven. De handhavingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 63 juncto artikel 48 van de Wvr in samenhang met het desbetreffende artikel van het Bal. Paragraaf 4.2 van het Bal is namelijk een AMvB die o.a. een nadere uitwerking geeft aan de verplichting van artikel 48 Wvr (verplichting tot het verschaffen van informatie). Uit artikel 63 Wvr vloeit voort dat de handhavingsbevoegdheid is beperkt tot Seveso-inrichtingen waarvoor een rampbestrijdingsplan moet worden opgesteld. Concreet gaat het dan om hogedrempelinrichtingen. Op artikel 4.9 Bal kan door het bestuur van de veiligheidsregio niet worden gehandhaafd. Dit artikellid geeft namelijk geen nadere uitwerking aan artikel 48 Wvr (verschaffen van veiligheidstechnische gegevens). In de tabel is dan ook een minnetje opgenomen bij dit artikellid.
De bevoegdheid om strafrechtelijk te handhaven is beperkt tot de artikelen 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20 en 4.24 Bal. Dat vloeit voort uit artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten in samenhang met artikel 13.29 van het Omgevingsbesluit.
Bijlage B: Begrippen en gebruikte afkortingen
Begrippen
Bedrijf
De rechtspersoon die de Seveso-inrichting exploiteert en een rechtspersoon die werkzaamheden uitvoeren binnen de Seveso-inrichting.
Exploitant
Degene die de Seveso-inrichting exploiteert (zie artikel 3.50 van het Bal en de begripsbepaling Seveso-inrichting uit bijlage 1 A van het Bal). Dit omvat tevens het gestelde in artikel 4.4 van het Bal (o.a. werkgever).
Gevaarlijke stoffen van Seveso-richtlijn (artikel 3, 10 lid, van de Seveso-richtlijn)
Een onder deel 1 van Bijlage 1 vallende of in deel 2 van Bijlage 1 opgenomen stof of mengsel, onder meer onder de vorm van grondstof, product, bijproduct, residu of tussenproduct
Handhaving
Handhaving is het afdwingen van de naleving van wet- en regelgeving in geval van een overtreding door middel van handhavingsinstrumenten of sancties. Handhaving is te onderscheiden in strafrechtelijke handhaving en bestuursrechtelijke handhaving.
Het doel van de inzet van handhaving in dit kader is:
•het beëindigen van de ongewenste situatie;
•het bestraffen van de overtreding, en
•het voorkomen van herhaling in de toekomst.
De bestuursrechtelijke handhaving heeft betrekking op het toepassen of dreigen met dwang die door het bestuur wordt ingezet en in zijn geheel via het bestuursrecht wordt afgedaan.
De strafrechtelijke handhaving wil zeggen dat bij niet-naleving een proces-verbaal wordt opgemaakt voor de Officier van Justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. Dit gebeurt al dan niet na een door het bestuur ingezette dreiging met dwang.
Handhavingsinstrument
Een middel dat wordt ingezet om de overtreder ertoe te bewegen een overtreding op te heffen en/of opgeheven te houden.
In deze strategie zijn als handhavingsinstrument te beschouwen: de eis tot naleving, de last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang, de bestuurlijke boete, de stillegging, last onder dwangsom voor de naleving van het exploitatieverbod en het proces-verbaal.
Een waarschuwingsbrief zonder zienswijzeclausule is juridisch gezien geen handhavingsinstrument omdat deze geen grondslag heeft in de Algemene wet bestuursrecht, dit in tegenstelling tot de andere handhavingsmiddelen. De waarschuwingsbrief maakt echter wel onderdeel uit van de handhavingsstrategie, omdat het een opmaat kan zijn tot het inzetten van handhaving en wordt om die reden wel in tabel 2 genoemd.
Inspectieteam
Het team bestaande uit Seveso-toezichthouders dat bij een Seveso-inrichting een inspectie uitvoert op de naleving van het bepaalde in paragraaf 4.2 Besluit activiteiten leefomgeving.
Seveso-inrichting
Een Seveso-inrichting zoals bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Seveso (III)-richtlijn
Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197)
Seveso-toezichthouder
Een persoon die door de toezichthoudende overheidsorganisatie is aangewezen als toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, om toezicht te houden op het gestelde in paragraaf 4.2 Besluit activiteiten leefomgeving.
Toezichthoudende overheidsorganisatie
Het bestuursorgaan dat bevoegd is toezicht te houden en te handhaven op het gestelde in paragraaf 4.2 Besluit activiteiten leefomgeving (zijnde het bevoegd gezag Omgevingswet, de Nederlandse Arbeidsinspectie en/of de veiligheidsregio).
Waarschuwingsbrief
Een brief waarin aan de overtreder wordt gevraagd (de gevolgen van) een overtreding ongedaan te maken binnen een in de brief genoemde termijn en waarin ook wordt gemeld, dat een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang kan worden ingezet als binnen de gestelde termijn geen gehoor is gegeven aan het verzoek om (de gevolgen van) een overtreding ongedaan te maken.
Een waarschuwingsbrief zonder zienswijzeclausule heeft echter geen grondslag in de Algemene wet bestuursrecht, dit in tegenstelling tot de andere handhavingsmiddelen. Juridisch gezien is de waarschuwingsbrief geen handhavingsinstrument, maar deze maakt wel onderdeel uit van de handhavingsstrategie, omdat het een opmaat kan zijn tot het inzetten van handhaving.
Gebruikte afkortingen
AMvB
Algemene maatregel van bestuur
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Bal
Besluit activiteiten leefomgeving
BBT
Best Beschikbare Technieken
boa
Buitengewoon opsporingsambtenaar
BG
Bevoegd gezag
Br
Bestuursrecht
Brzo 1999
Besluit risico’s zware ongevallen 1999
Brzo 2015
Besluit risico’s zware ongevallen 2015
Bvr
Besluit veiligheidsregio’s
FP
Functioneel Parket
GIR
Gemeenschappelijk Inspectie Ruimte
HH
Handhaving
LATRB
Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven
LBR
Landelijke Benadering Risicobedrijven
LHS
Landelijke handhavingsstrategie
mba
milieubelastende activiteit
NIM
Nieuwe inspectiemethodiek
NLA
Nederlandse Arbeidsinspectie
Ob
Omgevingsbesluit
OM
Openbaar Ministerie
Ow
Omgevingswet
PBZO
Preventiebeleid zwareongevallen
PV
Proces-verbaal
Rrzo
Regeling risico’s zware ongevallen
Sr
Strafrecht
SZW
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
VBS
Veiligheidsbeheerssysteem
VR
Bestuur van de Veiligheidsregio’s
Wabo
Wetalgemene bepalingen omgevingsrecht
Wed
Wetop de economische delicten
Wm
Wetmilieubeheer
Wvr
Wet veiligheidsregio’s
Bijlage C: Toepassen van de strategie
Het toepassen van de strategie komt neer op het doorlopen van onderstaand stappenmodel.