Aanhef
Gedeputeerde Staten van Flevoland;
Overwegende:
dat zij ingevolge artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet (hierna ook te noemen: Svw) het bevoegd gezag zijn voor de scheepvaarwegen in beheer bij de provincie Flevoland;
dat hun bevoegdheden als nautisch beheerder zijn vastgelegd in de Svw en de daarop gebaseerde regelgeving, met name het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (hierna ook te noemen: Babs) en het Binnenvaartpolitiereglement (hierna ook te noemen: BPR);
dat zij deze bevoegdheid hebben gebruikt voor het nemen van het Verkeersbesluit vaarwegen provincie Flevoland, vastgesteld op dezelfde datum als deze beleidsregels, inhoudende regels inzake de maximale vaarsnelheid, het meren van schepen, het schutten van schepen, de maximaal toegestane afmetingen en diepgang van een schip of samenstel en de gebieden waar zwemmen, watersport zonder gebruik te maken van een schip en onderwatersport verboden;
dat ingevolge artikel 42 Svw de bevoegdheid van provinciale staten tot het stellen van regels ten aanzien van het onderwerp waarin de Svw voorziet, gehandhaafd blijft, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Svw gestelde regels;
dat provinciale staten in de Omgevingsverordening provincie Flevoland regels hebben gesteld met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van de provinciale vaarwegen overeenkomstig de functie daarvan voor het openbaar vaarverkeer en ter bescherming van de provinciale vaarwegen met inbegrip van het belang van het onderhoud of wijziging van de vaarweg;
dat hun bevoegdheden ingevolge de scheepvaartverkeerswetgeving en ingevolge de Omgevingsverordening met elkaar verstrengeld zijn;
dat het voor de vaarweggebruikers veelal niet relevant is of de regels waaraan zij zich moeten houden, hun grondslag vinden in de scheepvaartverkeerswetgeving of in de Omgevingsverordening;
dat het wenselijk is dat zij hun beleid ten aanzien van vaarwegbeheer en nautisch beheer vastleggen in een enkele regeling;
dat in deze beleidsregels ook het beleid is vastgelegd ten aanzien van de beheersmaatregelen van de provincie als vaarwegbeheerder;
besluiten tot het vaststellen van de Beleidsregels vaarwegen en nautisch beheer Flevoland;
Beleidsregel 1. Gegevens en bescheiden met betrekking tot afmeervoorzieningen
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een afmeervoorziening worden in aanvulling op artikel 7.2 en 7.3 Omgevingsregeling de volgende gegevens en bescheiden gevraagd:
1ten aanzien van beroepsschepen;
a.naam/titel van het schip;
b.afmetingen van het schip;
c.beoogde afmeerlocatie;
d.reden van afmeren.
2ten aanzien van recreatieschepen
a.naam/titel van het schip;
b.afmetingen van het schip;
c.beoogde afmeerlocatie;
d.huurovereenkomst medegebruik provinciale beheerstrook; en
e.huurovereenkomst ligplaats.
Overwegingen
Niet-openbare afmeervoorzieningen worden op een beperkt aantal locaties toegestaan.
Omdat de provincie geen concurrent van jachthavens wil zijn, wordt het gebruik van de afmeervoorziening beperkt tot één schip per afmeervoorziening.
Om er toezicht op te kunnen houden dat de afmeervoorziening alleen gebruikt wordt voor het meren van het schip van de vergunninghouder, wordt dit schip in de omgevingsvergunning beschreven.
De afmetingen van het schip zijn van belang voor de beoordeling of voor en achter het schip de vereiste meter tot aan de perceelgrens vrij blijft.
Om af te meren is een oever noodzakelijk. Om deze reden en om te voorkomen dat de eigenaar van een schip niet de rechthebbende is van het perceel waarbij wordt aangelegd, wordt de afmeerontheffing ten behoeve van een recreatief schip gecombineerd met de verhuur van de beheerstrook en de ligplaats.
Beleidsregel 2. Zonering
De oevers langs de provinciale vaarten zijn ingedeeld in de volgende zones:
•ecologische verbindingszone
•zone bedrijventerrein
•zone openbare ruimte binnen de bebouwde kom
•zone manoeuvreerruimte bij sluizen en beweegbare bruggen
De zonering is weergegeven in de tabellen 3.1 en 3.2. Als een gedeelte van een oever in meerdere zones valt, wordt aan de hand van de omstandigheden van het geval in overleg met betrokkenen een nadere afweging gemaakt.
Tabel 3.1 Zonering Noordelijk Flevoland1)
Vaart
Zone (van – tot in km.)
Argument
Lemstervaart links
0.00 – 2.00
Openbare ruimte bebouwde kom
2.00 – 15.20
Ecologische verbindingszone
6,40 – 6,70
Bedrijventerrein
Lemstervaart rechts
15,20 - 15,50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Lemstervaart rechts
0,00 – 2,00
Openbare ruimte bebouwde kom
2,00 – 14,50
Ecologische verbindingszone
14.50 – 15.20
Bedrijventerrein
15.20 – 15.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Urkervaart links
0.00 – 1.00
Openbare ruimte bebouwde kom
1.00- 2.00
Bedrijventerrein
2.00 – 10.80
Ecologische verbindingszone
10.80 – 12.60
Bedrijventerrein
12.60 – 13.00
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Urkervaart rechts
0.00 – 1.00
Openbare ruimte bebouwde kom
1.00 – 1.50
Bedrijventerrein
1.50 – 3.00
Openbare ruimte bebouwde kom
3.00 – 6.70
Ecologische verbindingszone
6.70 – 7.50
Openbare ruimte bebouwde kom
7.50 – 10.70
Ecologische verbindingszone
10.70 – 11.50
Openbare ruimte bebouwde kom
11.50 – 12.30
Ecologische verbindingszone
12.30 – 12.60
Openbare ruimte bebouwde kom
12.60 – 13.00
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Zwolsevaart links
0.00 – 0.30
Ecologische verbindingszone
0.30 – 0.80
Bedrijventerrein
0.80 – 1.40
Openbare ruimte bebouwde kom
1.40 – 5.50
Ecologische verbindingszone
5.50 – 5.90
Openbare ruimte bebouwde kom
5.90 – 6.10
Manoeuvreerruimte bij sluizen
6.10 – 6.50
Openbare ruimte bebouwde kom
6.50 – 12.70
Ecologische verbindingszone
12.70 – 13.00
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Zwolsevaart rechts
0.00 – 5.50
Ecologische verbindingszone
5.50 – 5.90
Openbare ruimte bebouwde kom
5.90 -6.10
Manoeuvreerruimte bij sluizen
6.10 – 6.50
Openbare ruimte bebouwde kom
6.50 – 12.70
Ecologische verbindingszone
12.70 – 13.00
Manoeuvreerruimte bij sluizen
1) De manoevreerruimte bij beweegbare bruggen (zonder de combinatie met een sluis) is niet apart aangegeven. Er gelden wel dezelfde beperkingen als bij de manoevreerruimte bij sluizen.
Tabel 3.2 Zonering Oostelijk en Zuidelijk Flevoland
Vaart
Zone (van – tot in km.)
Argument
Hoge vaart links
0.00 – 0.40
Manoeuvreerruimte bij sluizen
0.40 – 2.60
Ecologische verbindingszone
2.60 – 7.20
Openbare ruimte bebouwde kom
7.20 – 46.00
Ecologische verbindingszone
46.00 – 46.80
Bedrijventerrein
46.80 – 60.90
Ecologische verbindingszone
60.90 - 61.10
Bedrijventerrein
61.10 – 61.30
Ecologische verbindingszone
61.30 – 61.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Hoge vaart rechts
0.00 – 0.40
Manoeuvreerruimte bij sluizen
0.40 – 2.60
Ecologische verbindingszone
2.60 - 7.20
Openbare ruimte bebouwde kom
7.20 – 26.20
Ecologische verbindingszone
26.20 – 27.70
Bedrijventerrein
27.70 – 44.70
Ecologische verbindingszone
44.70 – 45.70
Openbare ruimte bebouwde kom
45.70 – 46.80
Bedrijventerrein
46.80 – 60.90
Ecologische verbindingszone
60.90 – 61.30
Openbare ruimte bebouwde kom
61.30 – 61.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Lage vaart links
0.00 – 0.10
Ecologische verbindingszone
0.10 – 0.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
0.50 – 0.60
Ecologische verbindingszone
0.60 – 1.70
Bedrijventerrein
1.70 – 9.60
Openbare ruimte bebouwde kom
9.60 – 22.50
Ecologische verbindingszone
22.50 – 23.80
Bedrijventerrein
23.80 – 26.60
Openbare ruimte bebouwde kom
26.60 – 38.60
Ecologische verbindingszone
38.60 – 40.30
Openbare ruimte bebouwde kom
40.30 – 41.20
Bedrijventerrein
41.20 – 45.00
Ecologische verbindingszone
45.00 – 45.20
Bedrijventerrein
45.20 – 45.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
45.50 – 45.60
Bedrijventerrein
Lage vaart rechts
0.00 - 0.10
Ecologische verbindingszone
0.10 - 0.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
0.50 - 1.70
Ecologische verbindingszone
1.70 - 3.90
Openbare ruimte bebouwde kom
3.90 – 21.50
Ecologische verbindingszone
21.50 – 23.80
Bedrijventerrein
23.80 – 38.00
Ecologische verbindingszone
38.00 – 39.80
Openbare ruimte bebouwde kom
39.80 – 41.20
Bedrijventerrein
41.20 – 45.20
Ecologische verbindingszone
45.20 – 45.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
45.50 – 45.60
Ecologische verbindingszone
Lage dwarsvaart
0.00 – 3.40
Ecologische verbindingszone
links
3.40 - 5.10
Openbare ruimte bebouwde kom
5.10 – 5.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Lage dwarsvaart
0.00 – 4.30
Ecologische verbindingszone
rechts
4.30 – 5.10
Bedrijventerrein
5.10 – 5.50
Manoeuvreerruimte bij sluizen
Oostervaart links
0.00 – 3.20
Ecologische verbindingszone
3.20 – 4.50
Bedrijventerrein
Oostervaart rechts
0.00 – 3.20
Ecologische verbindingszone
3.20 – 4.50
Bedrijventerrein
Toelichting
Elk deel van de oevers langs de provinciale vaarten is ingedeeld in een zone. De manier waarop de provincie omgaat met initiatieven voor afmeervoorzieningen, verschilt per zone. Voor de verschillende zones gelden daarom verschillende beleidsregels.
De grenzen van de zones zijn indicatief aangegeven op basis van de officiële hectometrering en zijn afgerond op 100 meter. Een beperkt aantal locaties is toe te rekenen aan meerdere zones.
Bij sluizen moet er voor schepen aan beide kanten ruimte beschikbaar zijn om te manoeuvreren en om te wachten op de volgende bediening. Deze manoeuvreerruimte bij sluizen en bruggen wordt ook wel aangeduid als de voorhaven.
Beleidsregel 3. Weigeringsgronden voor afmeervoorzieningen
Geen omgevingsvergunning wordt verleend:
a.voor een afmeervoorziening in een zone manoeuvreerruimte bij sluizen en beweegbare bruggen.
b.voor een afmeervoorziening binnen een straal van 200 meter van de sluizen en 50 meter rondom bruggen.
c.voor een afmeervoorziening ter hoogte van een trailerhelling.
d.voor een afmeervoorziening die het vrij zicht ontneemt op vaarwegen die aantakken op de provinciale vaarweg.
e.voor een afmeervoorziening op overige locaties waar het gebruik van de afmeervoorziening de vlotte en veilige doorvaart van het scheepvaartverkeer belemmert.
Overwegingen
De verkeersveiligheid en de doorstroming van het scheepvaartverkeer zijn geen onderwerp van het omgevingsrecht. Het heeft echter geen zin een omgevingsvergunning te verlenen voor een afmeervoorziening op een locatie waar het scheepvaartverkeersrecht het meren van schepen niet toelaat.
Afmeervoorzieningen kunnen een belemmering zijn voor de inspectie en voor het beheer en onderhoud van de beschoeiing of de beheerstrook langs de oever.
Toelichting
De weigeringsgronden zijn van toepassing ongeacht voor welke de zone de afmeervoorziening wordt aangevraagd.
De voorhaven bij bruggen en sluizen is niet overal even groot. De omvang is afhankelijk van de plaatselijke situatie, het aantal passerende schepen en van de grootte van het maatvoerende schip. De maatvoering voor een voorhaven wordt berekend aan de hand van de Richtlijnen scheepvaart 2011. Dit geldt voor elke sluis in de provinciale vaarten. Het leidt tot een afmeerverbod binnen een bepaalde afstand van de sluizen voor schepen die er voor korte of langere tijd willen afmeren. Voor de beweegbare bruggen geldt deze situatie ook, al is de benodigde manoeuvreerruimte kleiner dan bij de sluizen.
Beleidsregel 4. Afmeervoorzieningen in een ecologische verbindingszone
In een ecologische verbindingszone worden alleen nieuwe afmeervoorzieningen aangelegd in de vorm van een passantensteiger. Andere afmeervoorzieningen worden niet toegestaan.
Overwegingen
De beheerstrook langs de meeste provinciale vaarten heeft de functie van ecologische verbindingszone. Dit betekent dat er voor deze gebieden beschermende maatregelen van kracht zijn om natuur en milieu in stand te houden en te ontwikkelen. Dit zijn ook de gebieden waar natuurvriendelijke oevers zijn of worden aangelegd. De oevers die in de Omgevingsverordening zijn aangewezen als ‘NNN’ (Natuur Netwerk Nederland) behoren tot deze zone. Het beschermen en ontwikkelen van natuurwaarden heeft in deze zones de voorkeur boven het aanleggen van afmeervoorzieningen.
Beleidsregel 5. Afmeervoorzieningen binnen de bebouwde kom in de openbare ruimte
Afmeervoorzieningen in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom worden alleen toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.de aanvraag wordt ingediend door de gemeente of door een organisatie die zich bezig houdt met watersportbeoefening;
b.de aanvraag is voorzien van een onderbouwing waarmee nut en noodzaak van de afmeervoorziening worden aangetoond;
c.de aanvraag betreft een afmeervoorziening in de vorm van een klein bouwwerk, zoals een steiger of vlonder;
d.de afmeervoorziening belemmert de vlotte en veilige doorvaart niet;
e.de oevers blijven toegankelijk voor de provincie in het kader van verantwoord en kostenefficiënt beheer en onderhoud;
f.de kosten voor de aanleg en voor het beheer en onderhoud komen voor rekening van de aanvrager.
Overwegingen
De vaarten liggen voor een klein deel binnen de bebouwde kom van de Flevolandse woonkernen en maken daarom deel uit van het woon- en leefmilieu aldaar. Individuele bewoners of sportverenigingen zien de vaarten als deel van hun leefgebied en gebruiken ze dientengevolge ook zo. Daar staat tegenover dat de aanwezigheid van de vaarten bijdraagt aan de kwaliteit van het woonmilieu. De instandhouding van de kwaliteit van het woonmilieu is van algemeen belang en heeft een hoge prioriteit. De vaarten dragen bij aan de beleving en waardering van de openbare ruimte van alle inwoners. Het is zaak de kwaliteit van deze openbare ruimte te handhaven. Een individuele invulling door het naar eigen inzicht afmeren van schepen past daar niet in.
Binnen de bebouwde kom (met uitzondering van bedrijventerreinen) ziet de provincie op basis van de huidige gebruiksintensiteit geen noodzaak voor nieuwe afmeervoorzieningen. De provincie wil en kan bovendien geen oneerlijke concurrentie aangaan met jachthavens. Gedeputeerde staten zijn daarom terughoudend met het toestaan van nieuwe afmeervoorzieningen.
Beleidsregel 6. Afmeervoorzieningen in een zone bedrijventerrein
1In de zone bedrijventerreinen wordt op verzoek van gemeenten of bedrijven ontheffing verleend voor het aanleggen van een nieuwe afmeervoorziening, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.de afmeervoorziening wordt gebruikt voor laden en lossen ten behoeve van een op het bedrijventerrein gevestigd bedrijf,
b.de afmeervoorziening wordt niet gebruikt voor het permanent meren van een schip,
c.de afmeervoorziening heeft de vorm van een insteekhaven,
d.de zichthoeken zijn en blijven vrij,
e.schepen kunnen de afmeervoorziening gebruiken zonder het doorgaande scheepvaartverkeer te hinderen.
2Aan de ontheffing worden voorschriften verbonden.
3De kosten voor aanleg, beheer en onderhoud van de insteekhaven komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Overwegingen
Diverse bedrijventerreinen zijn aangelegd langs de vaarten, teneinde de aan- en afvoer van grondstoffen en producten per schip te faciliteren. Niet elk aan het vaarwater gelegen bedrijf maakt daarvan gebruik en in de tijd gezien kunnen hier ook veranderingen in optreden.
De bestaande afmeervoorzieningen bij bedrijventerreinen zijn alleen bedoeld voor het laden en lossen door de beroepsvaart, gekoppeld aan de naastgelegen bedrijvigheid. Ze zijn niet geschikt voor het gebruik door de recreatietoervaart en het is ook niet toegestaan om daar recreatieschepen tijdelijk of permanent af te meren.
Oevers waar geen kades of loswallen zijn aangelegd, zijn niet geschikt om te gebruiken voor bedrijfsmatige activiteiten (laden en lossen). Dit vanwege het hoogteverschil tussen het dek van het schip en de plasberm, de kwetsbaarheid van de het talud / plasberm en de kwetsbaarheid van de beschoeiing voor de druk van de schepen.
Beleidsregel 7. Bezoekersvoorzieningen dag- en verblijfsrecreatie
Grootschalige recreatieve voorzieningen worden beschouwd als zone bedrijventerrein, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.de voorziening is opgenomen in een vastgesteld omgevingsplan,
b.de hoofdfunctie is dag- en verblijfsrecreatie, zoals musea of campings,
c.de voorziening grenst aan een provinciale vaart en
d.de voorziening heeft ten minste 25 plaatsen voor bezoekers.
Overwegingen
Grootschalige voorzieningen die als zodanig zijn opgenomen in een vastgesteld omgevingsplan, worden beschouwd als zones voor bedrijfsmatige activiteiten. Het gaat dan specifiek om terreinen met als hoofdfunctie dag- en verblijfsrecreatie die grenzen aan provinciale vaarten en (als onderscheid van met de minicampings bij de boer) ten minste 25 plaatsen hebben. Het is dan onder voorwaarden mogelijk om de oever bij het terrein te gebruiken voor het afmeren van schepen van de bezoekers.
Beleidsregel 8. Afmeervoorzieningen voor particulieren
Voor de aanleg van vlonders binnen de bebouwde kom in de beheerstrook achter de woonpercelen langs de Lemster-, Urker- en Zwolsevaart wordt ontheffing verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.de functie van de beheerstrook voor de instandhouding en het beheer en onderhoud van de vaarweg verzet zich er niet tegen.
b.de bewoner heeft een huurovereenkomst met de provincie voor het medegebruik van de beheerstrook, inclusief de huur van een ligplaats.
c.de afmeervoorziening wordt gebruikt voor een enkel schip zoals gespecificeerd in de huurovereenkomst.
d.het te meren schip kan in de lengte langs het perceel ligplaats hebben met ten minste een meter afstand vanaf de voor- en achterzijde van het schip tot aan de perceelgrens.
Overwegingen
Om te meren is een oever noodzakelijk. Om deze reden en om te voorkomen dat de eigenaar van het schip niet de eigenaar is van het huis waarbij wordt aangelegd, wordt de ontheffing voor een afmeervoorziening gecombineerd met de verhuur van de beheerstrook. Bij het aangaan van de huurovereenkomst voor de beheerstrook, moet de huiseigenaar aangeven of hij ook een ligplaats wil huren.
Beleidsregel 9. Verhuur van de beheerstrook
Bewoners van woonpercelen langs de Lemster-, Urker- en Zwolsevaart krijgen privaatrechtelijke toestemming om gebruik te maken van de beheerstrook langs de vaarweg, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a.de provincie heeft vrije toegang tot de beheerstrook ten behoeve van beheer en onderhoud aan de beschoeiing.
b.er worden geen belemmerende constructies aangelegd. Als die er al zijn, moeten ze op kosten van de eigenaar worden weggehaald, indien de situatie en de onderhoudswerkzaamheden daar aanleiding toe geven.
c.er worden geen bomen of grote struiken aangebracht, aangezien die beschadigingen kunnen toebrengen aan de oeververdediging (damwand en/of ankerstangen). Als die er al zijn, moeten ze op kosten van de eigenaar worden weggehaald, indien de situatie en de onderhoudswerkzaamheden daartoe aanleiding geven.
Om zeker te stellen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt met de betreffende bewoner op individuele basis een overeenkomst afgesloten. Daarin wordt ook opgenomen dat de bewoner een jaarlijkse vergoeding betaalt voor het medegebruik van een strook grond die niet tot zijn eigendom behoort.
Overwegingen
De strook langs de vaarten die in bezit is van de provincie Flevoland heeft een onmisbare functie voor de instandhouding en het beheer en onderhoud van de vaarweg. De beheerstrook is eigendom van de provincie. Uit het oogpunt van efficiënt en doelmatig beheer en onderhoud van de beschoeiingen is het belangrijk dat de beheerstrook toegankelijk blijft voor de provincie.
De wet markt en overheid (hoofdstuk 4b van de Mededingingswet) verplicht de provincie een vergoeding voor het grondgebruik in rekening te brengen. De overeenkomst heeft dus het karakter van een huurovereenkomst.
Toelichting
Inspecties van de beschoeiingen en de beheerstrook vinden plaats buiten het vaarseizoen. Binnen het vaarseizoen zal door de provincie visueel worden geïnspecteerd daar waar het mogelijk is. Als er een schip langs de oever ligt, is het tijdens het vaarseizoen de verantwoordelijkheid van de eigenaar om periodiek de staat van de beschoeiing te controleren en plotselinge verslechteringen te rapporteren.
Beleidsregel 10. Ontheffing maximumsnelheid
Een ontheffing van de toegestane maximumsnelheid wordt alleen verleend aan handhavings- en hulpdiensten.
Overwegingen
Op de vaarwegen geldt een maximum vaarsnelheid van 12 km per uur. Deze snelheidsbeperking is vastgelegd in het Verkeersbesluit provinciale vaarwegen Flevoland. De bevoegdheid ontheffing te verlenen van de maximaal toegestane snelheid zal worden aangewend voor schepen die omwille van de taakuitvoering van de opvarenden met een hogere snelheid moeten kunnen varen, zoals handhavings- en hulpdiensten.
Beleidsregel 11. Ontheffing ankerverbod
1Voor ankeren in de vaarweg (waaronder mede wordt verstaan het gebruik van spudpalen) wordt alleen een tijdelijke ontheffing verleend.
2Ontheffing wordt verleend, indien het ankeren nodig is voor de uitvoering van werkzaamheden. Aan de ontheffing worden voorwaarden verbonden ten aanzien van veiligheid en ter voorkoming van schade.
Overwegingen
Op de vaarwegen geldt een verbod om met een schip ligplaats te nemen. Overeenkomstig artikel 7.02 van het Binnenvaartpolitiereglement wordt onder het begrip ligplaats nemen verstaan zowel ankeren als meren. Onder ankeren valt ook het gebruik van spudpalen.
Beleidsregel 12. Ontheffing voor wonen op het water
Voor het meren van een schip met een tijdelijke of permanente woonfunctie wordt alleen ontheffing verleend, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a.de ligplaats bevindt zich in een insteekhaven die is aangetakt op de provinciale vaart.
b.het gebruik van de ligplaats voor een schip met een woonfunctie is in overeenstemming met de planologische bestemming zoals vastgelegd in het omgevingsplan.
Overwegingen
Ingevolge artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet zijn gedeputeerde staten het bevoegd gezag voor de scheepvaartwegen in beheer bij de provincie Flevoland. Deze bevoegdheid moet worden ingezet ter behartiging van het algemeen belang zoals vastgelegd in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet.
Ligplaatsen kunnen een nadelige invloed kunnen hebben op de in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet genoemde belangen van het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op vaarwegen, het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.
Gedeputeerde staten hebben bij verkeersbesluit op alle vaarwegen van de provincie Flevoland een algemeen ligplaatsverbod ingesteld, waardoor het op die scheepvaartwegen alleen is toegestaan tijdelijk te meren op de daarvoor aangewezen openbare ligplaatsen.
Tegenover het algemeen belang genoemd in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet staan de belangen van particulieren en bedrijven die een eigen ligplaats willen. Ten behoeve van de genoemde particulieren en bedrijven hebben gedeputeerde staten een vrijstellingsbesluit genomen. De vrijstelling betreft het meren aan een vergunde afmeervoorziening van het in de omgevingsvergunning genoemde schip. De vrijstelling geldt niet voor woonschepen.
Een schip dat in een insteekhaven ligt, veroorzaakt geen hinder of gevaarzetting voor het scheepvaartverkeer.
Beleidsregel 13. Ontheffing voor een schip met afwijkende afmetingen
1Voor het passeren van een sluis of brug met een schip dat de maximaal toegestane afmetingen of diepgang voor het passeren van dat object overschrijdt, wordt alleen ontheffing verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.er is een aanvaardbare situatie ten aanzien van de bereikbaarheid door hulpdiensten en de afwikkeling van het verkeer;
b.het passeren van het schip gebeurt buiten de spitstijden van 07.00 – 09.00 en 16.00 – 18.00 uur.
2Aan een ontheffing voor het schutten op Urk van een schip groter dan 47,0 meter worden de volgende voorschriften verbonden:
a.tijdens het in/uitvaren en de schutting dient een tweede bemanningslid aanwezig te zijn;
b.er dienen sterke kunststoftouwen zonder rek te worden gebruikt.
Beleidsregel 14. Gegevens en bescheiden ten behoeve van een ontheffing voor een schip met afwijkende afmetingen
Bij een aanvraag van een ontheffing voor een schip met afwijkende afmetingen worden de volgende gegevens en bescheiden gevraagd:
a.reden van de aanvraag;
b.afmetingen van het schip;
c.geplande route;
d.datum en periode wanneer gevaren wordt;
e.object(en) die gepasseerd gaan worden;
f.datum en tijd dat de schutting plaats zou moeten vinden;
g.te treffen veiligheidsmaatregelen ten behoeve van het vaarwegbeheer.
Beleidsregel 15. Het plaatsen van verkeersborden
Geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het plaatsen van verkeersborden.
Overwegingen
Het is niet wenselijk dat verkeersborden worden aangebracht door onbevoegden. In tegenstelling tot de wegenverkeerswetgeving bevat de scheepvaartverkeerswetgeving geen expliciet verbod op het aanbrengen van verkeerstekens door onbevoegden.
Beleidsregel 16. Bedientijden voor schuttingen met open brug
Op werkdagen (ma-vr) tijdens de spitstijden van 7.00-9.00 uur en 16.00-18.00 uur vinden er geen schuttingen met open brug plaats.
Overwegingen
Tijdens de spitstijden wegen de belangen van het wegverkeer zwaarder dan die van het scheepsverkeer.
Beleidsregel 17. Bedientijden bruggen en sluizen op feestdagen
1Bij het vaststellen van de bedientijden voor bruggen en sluizen wordt rekening gehouden met feestdagen.
2Voor de bediening van de objecten worden tot de feestdagen gerekend: nieuwjaardag (1 januari), 1e en 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 1e en 2e Pinksterdag, Koningsdag (27 april), 1e en 2e Kerstdag.
3Op 24 december en 31 december worden alle objecten tot 18.00 uur bediend. Als deze dagen op een zaterdag vallen wordt er als normaal tot 12.00 uur bediend. Indien deze dagen op een zondag vallen vindt er geen bediening plaats.
Overwegingen
De bedieningstijden van bruggen en sluizen op feestdagen wijken af van die op andere dagen.
Het benoemen van de feestdagen biedt duidelijkheid voor de vaarweggebruiker.
Bevrijdingsdag is slechts een keer in de vijf jaar een officiële feestdag en wordt daarom altijd als normale dag bediend.
Op Kerstavond (24 december) en Oudejaarsavond (31 december) is er geen aanbod van scheepvaartverkeer te verwachten.
Beleidsregel 18. Onderscheid beroepsvaart en recreatievaart
1De provincie rekent de volgende schepen tot de beroepsvaart:
a.schepen die geregistreerd staan met een e.n.i nummer (c.q. europanummer).
b.sleepschepen van bergbedrijven, al dan niet met sleep.
c.passagiersschepen en rondvaartboten.
2Recreatieschepen zoals botters en andere zeilschepen, al dan niet verhuurd met bemanning, worden niet tot de beroepsvaart gerekend.
Overwegingen
Bij de bediening van de bruggen en sluizen wordt onderscheid gemaakt in beroepsvaart en recreatievaart.
De provincie hanteert op een aantal bruggen een spitssluiting, waarbij er tijdens deze periode wel doorvaarten mogelijk zijn voor de beroepsvaart. Een duidelijke definiëring van de term beroepsvaart maakt een eenduidige bediening mogelijk.
Beleidsregel 19. Gegevens voor bediening buiten de bedientijden
Bij het verzoek om een schip te bedienen buiten de bedientijden, worden de volgende gegevens gevraagd:
a.reden van het verzoek;
b.object(en) die gepasseerd gaan worden;
c.datum / tijd dat de schutting plaats zou moeten vinden;
d.te treffen veiligheidsmaatregelen ten behoeve van het vaarverkeer;
e.motivatie voor de afwijking van de bedientijden.
Beleidsregel 20. Stremmingen wegens onvoorziene omstandigheden
De volgende onvoorziene omstandigheden kunnen reden zijn voor een stremming: wind, slecht zicht, hoogwater, laagwater, ijsvorming, extreme weersomstandigheden en calamiteiten.
Stremming door wind
Bij windsnelheden boven de 6 bft voor bruggen (windsnelheid > 14,0 m/s) en boven de 8 bft voor sluizen (windsnelheid > 20 m/s) wordt er niet bediend.
Stremming door slecht zicht
Indien het zicht op een brug of sluis door mist of andere extreme weersomstandigheden minder is dan 50 meter, wordt er niet bediend.
Stremming door hoogwater
Indien er op de site waterinfo.rws.nl een bepaalde waterstand verwacht wordt, dienen de puntdeuren van het bovenhoofd gesloten te worden en de bediening te worden gestaakt. Indien de puntdeuren van het bovenhoofd door een technisch mankement op dat moment niet kunnen sluiten, dient de noodkering of waaierdeuren gesloten te worden. De waterstanden waarbij deze acties worden uitgevoerd, verschillen per object. In onderstaande tabel staan de betreffende waterstanden per object.
Object
Moment
Maatregel
Gevolg
Urkersluis
Friese Sluis
Voorstersluis
+ 0,50 m NAP voordat windkracht vier wordt bereikt.
Puntdeuren sluiten, anders noodkering plaatsen.
Stremming
+ 0,73 m NAP
Puntdeuren sluiten, anders waaierdeuren sluiten
Stremming
Blauwe Dromer
+ 0,80 m NAP
Punt deuren sluiten
Stremming
Noordersluis
+ 0,50 m NAP
Puntdeuren sluiten, anders waaierdeuren sluiten.
Stremming
Zuidersluis
+ 1,10 m NAP
Puntdeuren sluiten, anders waaierdeuren sluiten.
Stremming
Stremming door laagwater
Indien er in tijden van droogte een lage waterstand aanwezig is, kunnen gedeputeerde staten besluiten om de bediening van de objecten te staken in verband met het risico aan schade aan de drempel van de sluis. Dit gebeurd bij een minimale beschikbare waterstand van 2,70 m (maximale diepgang 2,40 m en 0,30 cm marge) boven de drempel. Voor de recreatiesluis de Blauwe Dromer wordt een beschikbare waterstand van minimaal 1,60 m (maximale diepgang 1,40 en marge 20 cm) boven de drempel gehanteerd.
Object
Moment
Waterstand boven drempel
Maatregel
Gevolg
Ketelsluis
-0,80 m NAP
Staken bediening
Stremming
Blauwe Dromer
-0,60 m NAP
Staken bediening
Stremming
Noordersluis
-1,00 m NAP
Staken bediening
Stremming
Zuidersluis
-1,00 m NAP
Staken bediening
Stremming
Stremming door ijsvorming
•Er vindt in de provinciale vaarwegen geen ijsbestrijding ten behoeve van de doorgang van de
•scheepvaart plaats. Bij vorst kan een vaarverbod worden uitgevaardigd ter voorkoming van schade aan de oevers en/of andere provinciale eigendommen.
•Een stremming door ijsvorming wordt zo snel mogelijk bekend gemaakt middels een melding aan de Waterkamer van RWS. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site http://vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerde gebruikers.
•De ontwikkeling van de ijsgroei wordt periodiek doorgegeven aan RWS, waarbij op http://vaarweginformatie.nl de actuele ijsinformatie wordt weergegeven.
Stremming door extreme weersomstandigheden
•In bijzondere weersomstandigheden, waarbij de bedienmedewerkers aangeven niet verantwoord te kunnen bedienen, kan de bediening met opgaaf van reden worden gestaakt.
•Een stremming door extreem weer wordt zo snel mogelijk bekend gemaakt middels een melding aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site http://vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerden.
Stremming door calamiteiten
•Indien zich er een (ernstige) calamiteit voordoet kan per direct een gedeelte van de vaarweg worden gestremd.
•De provincie informeert de scheepvaart die in de directe omgeving vaart over het afgesloten gedeelte.
•Indien de stremming langer dan 2 uur gaat duren wordt er een scheepvaartbericht via de waterkamer geplaatst. Indien de stremming is verholpen wordt dit middels een scheepvaartbericht kenbaar gemaakt. Van de calamiteit wordt een ongevallenformulier ingevuld..
Beleidsregel 21. Stremmingen voor aanleg- en onderhoudswerkzaamheden
Voor een publicatie gelden de volgende termijnen:
Duur van de stremming
Aanmelding bij de vaarwegbeheerder
Publicatie voor de scheepvaart (minimaal)
Geen hinder
1week voor uitvoering
geen bericht
Maximaal 2 uur
2weken voor uitvoering
1week voor uitvoering
Maximaal 2 dagen
6weken voor uitvoering
4weken voor uitvoering
Maximaal 7 dagen
8weken voor uitvoering
6weken voor uitvoering
Maximaal 4 weken
26weken voor uitvoering
13weken voor uitvoering
Meer dan 4 weken
52weken voor uitvoering
39weken voor uitvoering
Voor onderhoudswerkzaamheden met een spoedeisend karakter geldt de publicatietermijn niet. Er wordt dan wel z.s.m. een scheepvaartbericht geplaatst.
Overwegingen
In het kader van aanleg- en onderhoudswerkzaamheden kan een gedeelte van een vaarweg worden gestremd. Een stremming kan worden aangegeven met een verkeersteken zonder verkeersbesluit. In het geval van bijzondere werkzaamheden waarbij de scheepvaart niet meer mogelijk is, kan er een scheepvaartverbod worden afgekondigd voor een bepaalde periode.
Een goede communicatie over voorgenomen werkzaamheden en de eventuele gevolgen is belangrijk voor de vaarweggebruiker. Door vaste termijnen te hanteren is er voldoende tijd om de vaarweggebruiker tijdig te informeren. Het is wenselijk termijnen te hanteren die afgeleid zijn van landelijk gangbare termijnen. Deze termijnen gelden ook voor werkzaamheden die voor derden in of langs de vaarweg worden uitgevoerd. Voor spoedeisende werkzaamheden gelden deze termijnen niet.
Als er een ontheffing voor aanleg- en onderhoudswerkzaamheden wordt verstrekt, wordt er een melding gedaan aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site http://vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerden.
Beleidsregel 22. Samenvoegen bestuursrechtelijke toestemmingen
1Een aanvraag die betrekking heeft op een evenement waarop zowel artikel 1.23 BPR als artikel 11.30 Omgevingsverordening van toepassing zijn, wordt gezien als zowel een aanvraag van een omgevingsvergunning als een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 1.23 BPR.
2In de ontvangstbevestiging wordt de aanvrager hierover geïnformeerd.
3De aanvragen voor beide bestuursrechtelijke toestemmingen worden gecombineerd behandeld en zo mogelijk met één besluit afgedaan.
Beleidsregel 23. Gegevens en bescheiden met betrekking tot evenementen
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een evenement op of langs de vaarweg worden in aanvulling op artikel 7.2 en 7.3 Omgevingsregeling de volgende gegevens en bescheiden gevraagd:
a.aard van het evenement;
b.bebordingsplan;
c.datum en periode dat er gestremd gaat worden; en
d.te treffen veiligheidsmaatregelen ten behoeve van het vaarwegverkeer.
Beleidsregel 24. Stremmingen ten behoeve van een evenement
Het stremmen van de vaarweg voor een evenement kan slechts op zeer beperkte schaal plaatsvinden. De stremmingsduur dient zo kort mogelijk te worden gehouden. De provincie voert geen werkzaamheden uit en treft geen voorzieningen ten behoeve van het evenement.
Een stremming voor een evenement wordt toegestaan in de volgende gevallen:
Categorie 1 evenement:
•het evenement heeft een (inter-)nationaal karakter (WK, NK of vergelijkbaar) en
•de stremming duurt eenmalig maximaal 8 uur of 2 keer maximaal 6 uur op een dag, waarbij er voor en na of tijdens het evenement een periode van minimaal een uur is voor vrije doorvaart voor de scheepvaart (in de periode 1 april- 31 oktober), of
•de stremming duurt maximaal 10 uur, waarbij er op werkdagen voor en na en in het weekend voor of na afloop van het evenement een periode van minimaal een uur is voor vrije doorvaart voor de scheepvaart (in de periode 1 november – 31 maart).
Een stremming voor deze categorie evenement wordt maximaal zes keer per jaar toegestaan en maximaal drie keer voor dezelfde vaarroute. Het type evenement is hierbij niet bepalend, maar het aantal keren dat de vaarweg wordt afgesloten.
Categorie 2 evenement (korte stremmingsduur):
•het evenement is bepalend voor Flevoland, en
•de stremming duurt eenmalig maximaal 6 uur of 2 keer maximaal 4 uur op een dag, waarbij er voor en na of tijdens het evenement een periode van minimaal een uur is voor de vrije doorvaart voor de scheepvaart (in de periode 1 april- 31 oktober), of
•de stremming duurt maximaal 8 uur, waarbij er op werkdagen voor en na en in het weekend voor of na afloop van het evenement een periode is van vrije doorvaart voor de scheepvaart (in de periode 1 november – 31 maart).
Een stremming voor dit type evenement wordt maximaal zes keer per jaar toegestaan en maximaal drie keer voor dezelfde vaarroute. Het type evenement is hierbij niet bepalend, maar het aantal keren dat de vaarweg wordt afgesloten.
Categorie 3 evenement (zeer korte stremmingsduur):
•er sprake is van een evenement dat niet bepalend is voor Flevoland (bijvoorbeeld een lokale gerichte activiteit van een watergebonden vereniging),
•de organisator een binding heeft met de desbetreffende vaart, en
•de stremming duurt maximaal 2 uur, met voor en na afloop van het evenement een periode van vrije doorvaart voor de scheepvaart (periode 1 april- 31 oktober) of
•de stremming duurt maximaal 4 uur, met voor en na afloop van het evenement een periode van vrije doorvaart voor de scheepvaart mogelijk is (in de periode 1 november – 31 maart).
Een stremming voor dit type evenement kan maximaal zes keer per jaar worden afgegeven en maximaal twee keer voor dezelfde vaarroute. Het type evenement is hierbij niet bepalend, maar het aantal keren dat de vaarweg wordt afgesloten.
Een stremming voor een evenement wordt door de provincie van te voren bekend gemaakt middels een melding aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site http://vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerde gebruikers.
Voor een publicatie gelden de volgende termijnen:
•Voor categorie 1 evenementen: publicatie 28 dagen voor aanvang van het evenement.
•Voor categorie 2 evenementen: publicatie 28 dagen voor aanvang van het evenement.
•Voor categorie 3 evenementen: publicatie 14 dagen voor aanvang van het evenement.
Overwegingen
De vaarten en oevers worden soms gebruikt voor evenementen als zwemwedstrijden en triatlons.
De objecten (bruggen) worden soms gebruikt voor evenementen als bijv. hardloop- en/of wielerwedstrijden. Bij de objecten betreft het meestal een hoogtebeperking, omdat de brug niet geopend kan worden tijdens het evenement.
Evenementen op of rondom de vaarten en objecten kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het imago van Flevoland.
Deze beleidsregel ziet zowel op het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 1.23 BPR als op het verlenen van de ontheffing van artikel 11.30 van de Omgevingsverordening. Beide zijn vereist bij het stremmen van een vaarweg voor een evenement. In sommige gevallen is het evenement ook een andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard als bedoeld in artikel 10 Babs, wat betekent dat er zonder verkeersbesluit tijdelijke verkeerstekens kunnen worden verplaatst.
Er is onderscheid te maken tussen verschillende niveaus van evenementen. Voor ieder evenement is een ontheffing nodig in het kader van de Omgevingsverordening.
Iedere afsluiting van een vaarweg of object geeft gevolgen voor het gebruik door de beroeps- en recreatievaart. De gevolgen hiervan moeten voor deze gebruikers beperkt blijven.
Het aantal evenementen waarbij een vaarweggedeelte of brug wordt afgesloten neemt de laatste jaren toe, waardoor er een duidelijkere regulering gewenst is.
Beleidsregel 25. Gegevens en bescheiden ten behoeve van een evenement
Bij een aanvraag voor een evenement op de vaarweg worden de volgende gegevens en bescheiden gevraagd:
a.aard van het evenement;
b.datum en periode dat er gestremd gaat worden;
c.te treffen veiligheidsmaatregelen ten behoeve van het vaarwegverkeer.
Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het bekend is gemaakt.