Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 2 september 2026

ECLI:NL:RVS:2026:5117Zaaknummer BRS.26.004214

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
2 september 2026
Publicatiedatum
9 september 2026
Zaaknummer
BRS.26.004214
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.I.M. Smid, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Smid

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026

1085

Volledige tekst

BRS.26.004214

ECLI:NL:RVS:2026:5117

Datum uitspraak: 2 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 11 augustus 2026 in zaak nr. NL26.43283 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2026 heeft de minister appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 11 augustus 2026 heeft de rechtbank het met een kennisgeving daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.I.M. Smid, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Smid

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026

1085

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.