Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6118Zaaknummer C/02/447472 / JE RK 26-705

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/447472 / JE RK 26-705
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststelling regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken op verzoek van de GI

8 De beslissing

De kinderrechter:

8.1.

bepaalt dat de vader en de kinderen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot contact met elkaar, aldus dat de GI belast is met de regie over het contactherstel en het zo mogelijk vormgeven van contact tussen hen beiden qua duur, frequentie, locatie en/of begeleiding, zowel met betrekking tot een eventuele uitbreiding van de regeling als een eventuele beperking daarvan;

8.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8.3.

wijst het door de GI meer dan wel anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Het standpunt van de GI
  5. 5 De standpunten
  6. 6 Het standpunt van de Raad
  7. 7 De beoordeling
  8. 8 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/447472 / JE RK 26-705

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats 1],

advocaat mr. M. de Maaré te Breda,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende te [plaats 2].

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 april 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

1.3.

[minderjarige 2] is in de gelegenheid gesteld om haar mening over het verzoek aan de kinderrechter schriftelijk of tijdens een kindgesprek kenbaar te maken. [minderjarige 2] heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 januari 2026 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 27 januari 2027.

3 Het verzoek

De GI verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen tussen de vader en de kinderen, aldus dat:

a. de GI belast is met de regie over het contactherstel tussen de kinderen en de vader

en het zo mogelijk vormgeven van contact tussen hen beiden qua duur, frequentie,

locatie en/of begeleiding, zowel met betrekking tot een eventuele uitbreiding

van de regeling als een eventuele beperking daarvan;

b. er één keer per week een belmoment plaatsvindt tussen de vader en de kinderen en

één keer per week begeleid fysiek contact voor de duur van minimaal één uur,

buiten de woning van ouders, met begeleiding van de overdrachtsmomenten door

een hulpverlener, waarbij de dag van het contact wordt bepaald in overleg met de

ouders en deze hulpverlener;

c. buiten de contactmomenten de vader geen contact op neemt (via social media) met

de kinderen.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de GI

4.1.

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk en mondeling aanvullend - samengevat - het navolgende aangevoerd. Er zijn momenten geweest waarop, ondanks dat de ouders op dat moment gescheiden leefden, de vader met enige regelmaat aan de deur kwam en hem door de moeder toegang tot de woning werd verleend. Ook verliepen de bezoek- en vertrekmomenten van de vader niet altijd aangekondigd en waren deze daardoor wisselend/onvoorspelbaar. De Safegroup is betrokken geraakt naar aanleiding van een incident op 15 november 2025, waarbij door de vader bedreigingen naar de moeder zijn geuit. Na een tijdelijke veilige plaatsing van de moeder met de kinderen naar een andere locatie is die ondersteuning sinds hun terugkeer per 1 december 2025 overgegaan naar ambulante begeleiding.

4.2.

Nadat de schoolprestaties van de kinderen achteruit gingen wegens het veelvuldig missen van lessen is [hulpverlener] als hulpverlener betrokken geraakt om de moeder te ondersteunen bij opvoedvraagstukken, om haar bij te staan voor wat betreft de problemen waarmee zij in het contact met de vader wordt geconfronteerd en ter verbetering van de ouder-communicatie. In het kader van de lopende ondertoezichtstelling vinden er onder regievoering van de GI contactmomenten plaats tussen de vader en de kinderen begeleid door de Centrale Zorggroep. Hoewel er meerdere contactafspraken zijn gemaakt, zijn die gedeeltelijk niet doorgegaan. Dit heeft voor de kinderen geleid tot veel instabiliteit, onduidelijkheid en emotionele onrust. Daar komt nog bij dat er sprake is van controlerend gedrag van de vader richting de moeder, waardoor de moeder uit balans wordt gebracht. Ook heeft dit een nadelige invloed op het maken van gezonde en veilige keuzes door haar in het belang van de kinderen. Daarnaast zijn de zorgen van de moeder over de verslavingsproblematiek van de vader tevens van invloed gebleken op haar emotionele belastbaarheid en op haar vermogen om consequent te handelen vanuit veiligheid en voorspelbaarheid voor de kinderen. Ten slotte zorgt het contact tussen de ouders en de kinderen onderling via social media voor spanningen en daarmee voor extra onrust. De vader neemt momenteel deel aan een groep van Novadic-Kentron. Verder heeft hij aangegeven dat hij op de wachtlijst staat voor traumaverwerkingstherapie en voor een psychologisch onderzoek. Op het moment van het opstellen van het verzoek beschikt de GI nog over onvoldoende gegevens over de voortgang en de (eventuele) resultaten daarvan.

4.3.

De GI ziet zich op grond van de hiervóór beschreven factoren en omstandigheden voor de situatie geplaatst dat het haar aan voldoende mogelijkheden ontbreekt om in het kader van de lopende ondertoezichtstelling te komen tot de gewenste regievoering over het contact tussen de vader en de kinderen. Daarbij betrekt zij dat de ontwikkeling van de kinderen op meerdere vlakken kwetsbaar is. In geval van overmatige stress en spanning kan dit hen in hoge mate belemmeren in hun emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling. Daarom zijn rust, veiligheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid in het contact met de vader van groot belang. Dit betekent ook dat de GI de frequentie en de duur van de contacten tussen de vader en de kinderen dient te kunnen bepalen en daaraan concrete voorwaarden moet kunnen verbinden, zoals het accepteren van begeleiding van de contacten. Daarmee kan worden gezorgd voor een veilige en gestructureerde omgeving waarin de kinderen stapsgewijs het contact met hun vader kunnen hervatten. Ook biedt dit de mogelijkheid om het gedrag van de vader te monitoren waar dit ziet op middelengebruik en emotieregulatie. Dit om zicht te krijgen op het verdere proces van het contact(herstel), te weten of de vader aanwezig blijft, betrouwbaar is en hij aan zijn rol in het leven van de kinderen structureel weet vorm te geven op een wijze waarbij het belang van de kinderen centraal staat en welke (verdere) hulpverlening de kinderen eventueel nodig hebben. Tegelijkertijd kan worden gevolgd hoe de interactie verloopt en wat de kinderen nodig hebben om het contact op een positieve en veilige manier verder uit te bouwen. Er zullen gedurende dit proces regelmatig evaluatiemomenten van de kinderen, de ouders en de GI gezamenlijk plaatsvinden over het verloop van de overdrachtsmomenten.

5 De standpunten

5.1.

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij achter een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan staan, zoals door de GI verzocht. Zij licht toe dat afspraken met betrekking tot een aantal begeleide contactmomenten door de vader (gedeeltelijk) niet zijn nagekomen, of zijn ingevuld op een wijze, waarbij door hem onvoldoende met de belangen en de wensen van de kinderen rekening werd gehouden. Als meest recente voorbeelden benoemt zij dat de beide kinderen hun specifieke voorkeur hadden uitgesproken voor contact in een speelparadijs, maar de vader er vervolgens voor koos om met de kinderen te gaan zwemmen. Dit heeft bij de kinderen tot grote teleurstelling geleid, temeer omdat zij het gevoel hadden dat de vader hen hierin geen keuze liet. Het daaropvolgend geplande begeleide contact is niet doorgegaan, naar zij heeft begrepen omdat die samenviel met een andere afspraak van de vader. Zij gunt de kinderen oprecht het contact met hun vader, mits deze contactmomenten plaatsvinden op een wijze die in het belang van de kinderen is. Dit betekent dat de afspraken daaromtrent door de vader consequent dienen te worden nageleefd en aan de contacten uitvoering wordt gegeven op een wijze, waarbij de kinderen zich prettig in plaats van afgewezen voelen.

5.2.

De advocaat van de moeder heeft aangevoerd dat uit het mondeling door de moeder naar voren gebrachte standpunt blijkt dat in haar visie een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de GI belast is met de regie over het contactherstel tussen de kinderen en de vader en het zo mogelijk vormgeven van contact qua duur, frequentie, locatie en/of begeleiding, op dit moment het meest in het belang van de kinderen is. In zoverre wordt namens de moeder ingestemd met het verzoek. Wel heeft de moeder moeite met het tevens vaststellen van een contactfrequentie met een omvang, zoals in onderdeel b van het verzoek beschreven, die in haar visie op dit moment nog niet haalbaar is. Er zal daarvoor eerst verder gewerkt moeten worden door middel van onderzoek, observatie en gerichte hulpverlening aan een regeling, waarbij het contact tussen de kinderen en de vader voldoende veilig en op basis van betrouwbaarheid kan plaatsvinden. Ook dient in dat kader de aandacht uit te blijven gaan naar de ingewikkelde dynamiek tussen de ouders, meer specifiek waar die ziet op de controle en sturing, die door de vader op de moeder wordt uitgeoefend, waaraan zij zich niet of nauwelijks weet te onttrekken.

5.3.

De vader heeft opgemerkt dat hij zich eerder geconfronteerd zag met een omgangsbegeleider, met wie het niet erg goed klikte. Inmiddels worden de afspraken over de begeleide contactmomenten tussen hem en de kinderen overeenkomstig nageleefd. Bij het niet doorgaan van het meest recent geplande begeleide contactmoment speelden voornamelijk capaciteitsproblemen en onvoldoende bereikbaarheid aan de kant van de omgangsbegeleiding en de jeugdbescherming een rol. Hij ervaart het verloop van de begeleide contacten met de kinderen als positief en bij de invulling van de contacten staat voor hem het belang van de kinderen centraal. Bij het laatste contact hield hij er rekening mee dat de kinderen zwemmen altijd erg leuk hebben gevonden en zij voor een speelparadijs naar zijn mening inmiddels te oud zijn. Uit dit alles blijkt volgens hem dat het verzoek van de GI grotendeels op verouderde gegevens is gebaseerd. Verder zijn de zorgen dat het contact tussen hem, de moeder en de kinderen onderling tot extra onrust zou leiden ongegrond, aangezien de kinderen geen gebruik maken van social media. Wel kan hij zich erin vinden indien de GI belast zal zijn met de regie over het contactherstel tussen hem en de kinderen. In dat verband wijst hij erop dat hij in gesprek is met de jeugdbeschermer en met de omgangsbegeleiding in verband met te maken afspraken in het kader van een traject, gericht op een verdere stapsgewijze opbouw van contact tussen hem en de kinderen.

6 Het standpunt van de Raad

Namens de Raad is naar voren gebracht dat de Raad er achter kan staan dat de GI belast zal zijn met de regie over het contactherstel tussen de kinderen en de vader qua duur, frequentie, locatie en/of begeleiding. Ook wenst de Raad te benadrukken dat het zeer van belang is dat alle afspraken rondom de contactmomenten tussen betrokkenen goed worden gecommuniceerd en deze steeds schriftelijk en/of per email naar elkaar worden bevestigd.

7 De beoordeling

7.1.

Op grond van het eerste lid van artikel 1:265g van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen. Uit voormeld wetsartikel volgt tevens dat de kinderrechter in dit specifieke geval dient te beoordelen of het vaststellen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met een inhoud en omvang, als door de GI verzocht, op dit moment in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is. In het licht daarvan overweegt de kinderrechter als volgt.

7.2.

Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat door de GI in de afgelopen periode in het kader van de lopende ondertoezichtstelling is gewerkt aan het contactherstel tussen de kinderen en de vader. Er is daartoe een plan opgesteld dat ziet op begeleide contactmomenten, deels ook in het weekend door de Centrale Zorggroep onder regievoering van de GI. Er is inmiddels gestart met begeleide contacten tussen de vader en de kinderen. Gebleken is echter ook dat de GI over onvoldoende mogelijkheden beschikt om daarover de regie te voeren. Daarbij speelt met name een rol dat in de beleving en ervaring van de kinderen de vader voor hen fysiek en emotioneel wisselend wel en niet beschikbaar is en dat de begeleide contactafspraken door hem niet altijd worden nagekomen en ook qua invulling niet aan hun verwachtingen voldoen. Daarnaast is gebleken uit de uitlatingen van de kinderen dat zij door de vader nog steeds met vragen over de moeder of over familie moederszijde worden belast. Daarbij komt dat de moeder, terwijl zij laat blijken dat zij de kinderen het contact met hun vader gunt en zij positief over hem spreekt, tevens nog zorgen heeft over zijn verslavingsproblematiek en de veiligheid bij de vader. De vader heeft bevestigd dat hij hulpverlening van Novadic-Kentron heeft en op de wachtlijst staat voor traumaverwerkingstherapie en een psychologisch onderzoek. Op dit moment ontbreken echter nog concrete gegevens omtrent de voortgang en de resultaten daarvan. Verder is gebleken dat niet alle contactafspraken zijn doorgegaan. Volgens de vader kwam dit door onduidelijkheid daarover, capaciteitsproblemen en onvoldoende bereikbaarheid van de betrokken jeugdbeschermer en omgangsbegeleider.

7.3.

Uit voorgaande volgt naar het oordeel van de kinderrechter dat, ondanks dat beide ouders laten zien het beste voor hun kinderen te willen, dit in de praktijk niet leidt tot een goed lopende opbouwende (begeleide) contactregeling tussen de kinderen en de vader en duidelijke afspraken daarover. Dit leidt bij de kinderen tot teleurstellingen. Ook dient daarbij te worden betrokken dat de vader in het verleden in het leven van de kinderen blijk heeft gegeven van onvoorspelbaarheid en onbetrouwbaarheid door meerdere malen onverwachts bij het gezin aan de deur te staan, waarop hij vervolgens door de moeder werd toegelaten, maar hij vervolgens ook weer plotseling uit hun leven verdween. Er moest bovendien, nadat er in november 2025 een incident plaatsvond tussen de ouders, extra hulpverlening uit oogpunt van veiligheid en ter verbetering van de oudercommunicatie worden ingeschakeld. In het belang van de beide kinderen acht de kinderrechter het daarom noodzakelijk dat er meer sturing/coaching door de GI komt. Dit betekent dat een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden vastgesteld overeenkomstig onderdeel a van het verzoek van de GI. De GI krijgt hiermee de GI over de frequentie, duur en invulling van de omgang. De kinderrechter ziet op dit moment geen noodzaak voor toewijzing van de onderdelen b en c van het verzoek. Door de GI zal eerst onderzocht moeten worden op welke wijze een contactregeling tussen de vader en de kinderen verantwoord en veilig kan verlopen. Gebleken is dat er op dit moment te veel onduidelijkheid en dus onrust bij de kinderen is over de contactmomenten met de vader. Aan onderdeel c van het verzoek kleeft in geval van toewijzing te zeer het risico dat in de praktijk daarvan een averechtse uitwerking uit zal gaan en wanneer dit het geval is dit mogelijk een belemmering kan (gaan) vormen bij het werken onder regievoering van de GI aan contactherstel tussen de kinderen en de vader. Tot slot geeft de kinderrechter de ouders en de GI mee dat het van belang blijft dat tussen betrokkenen goed gecommuniceerd wordt en dat de afspraken schriftelijk en per e-mail bevestigd worden ter voorkoming van onduidelijkheden en miscommunicatie.

7.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8 De beslissing

De kinderrechter:

8.1.

bepaalt dat de vader en de kinderen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot contact met elkaar, aldus dat de GI belast is met de regie over het contactherstel en het zo mogelijk vormgeven van contact tussen hen beiden qua duur, frequentie, locatie en/of begeleiding, zowel met betrekking tot een eventuele uitbreiding van de regeling als een eventuele beperking daarvan;

8.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8.3.

wijst het door de GI meer dan wel anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.