Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4109Zaaknummer C/02/436455 / FA RK 25-3002

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
C/02/436455 / FA RK 25-3002
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

herstelbeschikking

De rechtbank

bepaalt dat het navolgende gedeelte in de beschikking van 16 januari 2026:

“datum uitspraak: 16 januari 2025”

wordt gewijzigd in:

“datum uitspraak: 16 januari 2026”

bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum van 14 april 2026 worden vermeld op de minuut van de beschikking van 16 januari 2026;

bepaalt dat de griffier van de verbeterde minuut van de beschikking van 14 april 2026 aan de in de oorspronkelijke procedure verschenen partijen een afschrift, zo nodig opgemaakt in de executoriale vorm, verstrekt.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/436455 / FA RK 25-3002

herstelbeschikking d.d. 14 april 2026

in de zaak van

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [woonplaats 1],

advocaat: mr. M.P. Kapteijn te Middelburg,

tegen

[de man],

hierna te noemen de man,

wonende te [woonplaats 2].

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1 Het procesverloop

1.1

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- de beschikking van de rechtbank d.d. 16 januari 2026 en de daarin vermelde stukken;

- het bericht van mr. Kapteijn d.d. 12 maart 2026.

2 De beoordeling

2.1.

Bij e-mailbericht d.d. 12 maart 2026 heeft mr. Kapteijn namens de vrouw verzocht om de beschikking d.d. 16 januari 2025 te herstellen, nu per abuis op de beschikking 16 januari 2025 als uitspraakdatum is vermeld in plaats van 16 januari 2026.

2.2

De rechtbank heeft bij brief van 11 maart 2026 zowel de man als de Raad in de gelegenheid gesteld om te reageren op het bericht van mr. Kapteijn. Van beiden is geen reactie ontvangen.

2.3

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechtbank op verzoek van een partij kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fouten. De rechtbank is van oordeel dat er een kennelijke fout is opgetreden in de beschikking van 16 januari 2026, nu hierin per abuis 16 januari 2025 als uitspraakdatum is opgenomen in plaats van 16 januari 2026. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde fout voor eenvoudig herstel vatbaar is. De belanghebbenden worden geacht niet in hun belangen te zijn geschaad door de wijziging en hebben niet laten blijken bezwaar te hebben tegen het herstel van voornoemde beschikking. De rechtbank zal derhalve op onderstaande wijze beslissen.

3 De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat het navolgende gedeelte in de beschikking van 16 januari 2026:

“datum uitspraak: 16 januari 2025”

wordt gewijzigd in:

“datum uitspraak: 16 januari 2026”

bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum van 14 april 2026 worden vermeld op de minuut van de beschikking van 16 januari 2026;

bepaalt dat de griffier van de verbeterde minuut van de beschikking van 14 april 2026 aan de in de oorspronkelijke procedure verschenen partijen een afschrift, zo nodig opgemaakt in de executoriale vorm, verstrekt.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.