Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 december 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:9319Zaaknummer 442977

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
442977
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

de bevoegdheid van de kinderrechter.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;

3.2.

verwijst de zaak, in de stand waarin zich deze bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, locatie [woonplaats 1].

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025, in aanwezigheid van Nelissen, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/442977 / JE RK 25-2228

Datum uitspraak: 24 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over de bevoegdheid

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 december 2025.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. In gevolge artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek is de woonplaats van de minderjarige dezelfde als de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent.

2.2.

Aangezien de moeder die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent woonachtig is in [woonplaats 1], is de rechtbank Rotterdam bevoegd om kennis te nemen van deze zaak. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is onbevoegd.

2.3.

Ingevolge artikel 270, eerste lid, Rv zal de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, worden verwezen naar de bevoegde rechter, te weten de rechtbank Rotterdam, locatie [woonplaats 1].

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;

3.2.

verwijst de zaak, in de stand waarin zich deze bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, locatie [woonplaats 1].

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025, in aanwezigheid van Nelissen, griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.