Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Utrecht, 26 april 2011
ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2822Zaaknummer 302385/FT-RK 11.245
- Instantie
- Rechtbank Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 april 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 302385/FT-RK 11.245
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Faillissementsrecht. Verzoek dwangakkoord ex art. 287a Faillissementswet niet- ontvankelijk, aangezien schuldhulpverlener zonder verdere motivatie nalaat de gevraagde informatie toe te zenden.
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op
26 april 2011.
Volledige tekst
RECHTBANK UTRECHT
Sector Civiel
zaaknummer: 302385/FT-RK 11.245
nummer verklaring: MRS0151100020
uitspraakdatum: 26 april 2011
uitspraak op grond van artikel 287a lid 2 jo. 287 lid 2 van de Faillissementswet
(“niet-ontvankelijkheid verzoek dwangakkoord”)
enkelvoudige kamer
[verzoeker]
wonende [adres], [woonplaats],
hierna: verzoeker.
Verzoeker heeft op 25 februari 2011 een verzoekschrift tot het opleggen van een dwangakkoord ingediend en hierbij gevoegd een verzoek met bijlagen tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Op 28 februari 2011 heeft de rechtbank verzoeker, middels PLANgroep Stichtse Vecht, de instantie, als bedoeld in artikel 285 lid 2 van de Faillissementswet (hierna: Fw), in de gelegenheid gesteld zijn verzoek op grond van artikel 287a lid 2 Fw jo. 287 lid 2 Fw binnen een maand met de ontbrekende gegevens aan te vullen.
De rechtbank heeft op 15 maart 2011 aanvullende stukken van de schuldhulpverlener van PLANgroep Stichtse Vecht ontvangen. Dit betrof echter slechts een klein deel van de ontbrekende informatie.
De griffier van de rechtbank heeft geprobeerd telefonisch te overleggen met de schuldhulpverlener over de reden van het ontbreken van de overige stukken. Toen dit om diverse redenen niet lukte, heeft de rechtbank bij bericht van 29 maart 2011 nogmaals gemeld welke informatie ontbrak. Hierop heeft de schuldhulpverlener laten weten dat hij verzoeker had uitgenodigd op 4 april 2011 op kantoor te komen en dat hij voornemens was die dag de ontbrekende informatie toe te sturen. Dit voornemen is kennelijk niet uitgevoerd, want zonder tussenbericht heeft de rechtbank op 15 april 2001 aanvullende informatie van de schuldhulpverlener ontvangen. De rechtbank heeft echter niet alle stukken ontvangen, waarvan de schuldhulpverlener heeft gemeld dat hij deze heeft bijgevoegd. Daarnaast ontbreken ook nog de akkoordverklaringen van vier schuldeisers.
De rechtbank overweegt als volgt.
Nu verzoeker niet, middels de instantie, als bedoeld in artikel 285 lid 2 Fw, binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 287a lid 2 Fw jo. 287 lid 2 Fw noch nadien zijn verzoek volledig heeft aangevuld, zal hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot dwangakkoord.
Beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op
26 april 2011.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.