Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Utrecht, 2 juli 2008

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7021Zaaknummer 249800/ FA RK 08-3303

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
2 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
249800/ FA RK 08-3303
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Relatieve bevoegdheid.

De rechtbank

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;

verwijst de zaak in de stand waarin hij zich bevindt (dat wil zeggen: met een verweertermijn lopend tot 30 juli 2008) naar de rechtbank Amsterdam;

draagt de griffier op om de stukken toe te zenden aan die rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Bongers, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2008.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van de procedure
  2. 2. De beoordeling
  3. 3. De beslissing

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 249800 / FA RK 08-3303

Kinderalimentatie

Beschikking van 2 juli 2008

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de moeder,

procureur mr. A.Y.M. Jansse,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vader,

procureur mr. J.M. van Noort.

1. Het verloop van de procedure

De moeder heeft bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend dat strekt tot wijziging van kinderalimentatie. Nadien heeft zij nog een stuk overgelegd.

De vader heeft (bij brief van mr. Van Noort van 19 juni 2008, met als bijlage een brief van mr. N.D. Boijmans te Venlo van 17 juni 2008) de bevoegdheid van deze rechtbank betwist en tevens gevraagd om verlenging van de verweertermijn.

Mr. Jansse heeft daarop namens de moeder gereageerd bij brief van 18 juni 2008.

De verweertermijn is inmiddels (bij brief van de griffier van 23 juni 2008) verlengd tot 30 juli 2008.

2. De beoordeling

Het verzoek heeft betrekking op een door de vader te betalen bijdrage voor de dochter van partijen [minderjarige], geboren op [geboortedatum]. De bevoegde rechter is daarom die van de woonplaats van [minderjarige] (artikel 265 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Aangezien alleen de moeder het gezag over haar heeft, volgt [minderjarige] de woonplaats van haar moeder (artikel 1:12 Burgerlijk Wetboek). De rechtbank Amsterdam is daarom bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

Daaraan doet niet af dat de moeder uitdrukkelijk domicilie gekozen heeft te Zeist. Een dergelijke domiciliekeuze past niet in het systeem van de regeling van de relatieve bevoegdheid (met al dan niet ambtshalve verwijzing) in het wetboek. Ook doet niet ter zake dat de vader niet eerder bezwaar gemaakt heeft tegen behandeling door deze rechtbank. In een zaak als deze zou dat overigens hoe dan ook niet voldoende zijn: ingevolge artikel 270 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering blijft verwijzing in dit geval alleen achterwege wanneer beide partijen aangeven geen verwijzing te wensen.

Hoewel niet duidelijk is welk belang de vader heeft bij verwijzing, zal de rechtbank daarom overeenkomstig de wettelijke regeling de zaak verwijzen naar de rechtbank Amsterdam.

3. De beslissing

De rechtbank

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;

verwijst de zaak in de stand waarin hij zich bevindt (dat wil zeggen: met een verweertermijn lopend tot 30 juli 2008) naar de rechtbank Amsterdam;

draagt de griffier op om de stukken toe te zenden aan die rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Bongers, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2008.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.