Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 1 oktober 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14731Zaaknummer C/10/725041

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/725041
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Nakoming regeling getroffen over gemeenschappelijke woning na beëindiging samenwoning. Toewijzing.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

7.1.

veroordeelt de man om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het verstrekken en ondertekenen van een schriftelijke verkoopopdracht aan makelaar [naam makelaar] (hierna: de makelaar), tot onderhandse verkoop van de woning aan een derde, met bepaling dat de woning op een termijn van ten minste drie maanden na de datum van de koopovereenkomst zal worden geleverd;

7.2.

bepaalt, indien de man niet tijdig aan het onder 2 bepaalde voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW in de plaats treedt van de vereiste medewerking van de man aan het verstrekken van de verkoopopdracht aan de makelaar;

7.3.

veroordeelt de man om binnen 24 uur na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de makelaar zijn volledige medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar redelijkerwijs noodzakelijk acht voor het uitvoeren van het verkooptraject, waaronder:

a. het verlenen van onbelemmerde toegang tot de woning aan de makelaar, taxateur, fotograaf en kandidaat-kopers op redelijk vooraf aangekondigde tijdstippen;

b. het verkoopklaar, opgeruimd en bezichtigbaar houden van de woning;

c. het meewerken aan opname, taxatie, fotografie, videopresentatie, plaatsing op verkoopplatforms, het plaatsen van een verkoopbord en bezichtigingen;

d. het binnen twee werkdagen verstrekken van alle voor de verkoop noodzakelijke informatie, sleutels, documenten en bescheiden;

e. het opvolgen van de redelijke verkoopinstructies van de makelaar over presentatie, onderhoud, bezichtigingen, verkoopstrategie, vraagprijs en laatprijs;

f. het zich onthouden van concrete handelingen of nalatigheden die de verkoop of levering vertragen, belemmeren of frustreren;

7.4.

bepaalt dat de makelaar, indien partijen geen overeenstemming bereiken, bindend adviseert over de vraagprijs, laatprijs en verkoopvoorwaarden, waarbij de woning actief en zo spoedig mogelijk tegen een reële marktconforme prijs wordt aangeboden;

7.5.

veroordeelt de man om binnen twee werkdagen na ontvangst van een door de makelaar toegezonden schriftelijke koopovereenkomst zijn volledige medewerking te verlenen aan de totstandkoming daarvan en de koopovereenkomst te ondertekenen;

7.6.

bepaalt dat, indien de man niet tijdig aan het onder 7.5 bepaalde voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW lid 1 en 2 in de plaats treedt van het gedeelte van de

koopovereenkomst waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de verkoop van de woning aan de daarin genoemde koper en tegen de daarin genoemde koopprijs en voorwaarden moet blijken;

7.7.

veroordeelt de man om na totstandkoming van de koopovereenkomst binnen twee werkdagen na een daartoe strekkend verzoek van de notaris:

a. alle voor de levering noodzakelijke informatie en bescheiden te verstrekken;

b. leveringsafspraak te bevestigen;

c. bij de notaris te verschijnen dan wel zich rechtsgeldig te laten vertegenwoordigen;

d. volledige medewerking te verlenen aan het verlijden en ondertekenen van de notariële leveringsakte;

e. mee te werken aan de aflossing van de hypothecaire geldlening en de overige gebruikelijke verkoop- en leveringshandelingen;

7.8.

bepaalt dat, indien de man niet tijdig voldoet aan het onder 7.7 bepaalde, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW lid 1 en 2 in de plaats treedt van het gedeelte van de notariële leveringsakte waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de levering van de woning aan de in de koopovereenkomst genoemde koper moet blijken;

7.9.

veroordeelt de man om de woning uiterlijk twee werkdagen vóór de datum van notariële levering volledig te verlaten en te ontruimen, met verwijdering van zijn persoonlijke zaken, en de woning bezemschoon en vrij van personen en goederen aan de koper, makelaar of notaris ter beschikking te stellen, onder afgifte van alle sleutels;

7.10.

veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij na betekening van dit vonnis in gebreke blijft met de onder 7.3 en 7.9 genoemde verplichtingen, met een maximum van€ 10.000,00;

7.11.

wijst af het meer of anders gevorderde;

7.12.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad

In reconventie:

7.13.

wijst de vorderingen af,

In conventie en in reconventie:

7.14.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door G.C. Makkink en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
1861/4101

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 De vordering in conventie
  5. 5 De vordering in voorwaardelijke reconventie
  6. 6 De beoordeling
  7. 7 De beslissing

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/725041 / KG ZA 26-883

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. J. Broijl,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. R.J. Sparreboom.

1 De zaak in het kort

Partijen hebben in 2025 een regeling getroffen die inhoudt dat de man het aandeel van de vrouw in de gemeenschappelijke woning zo mogelijk overneemt en dat, als overname niet mogelijk is, de woning zal worden verkocht. De vrouw vordert dat de man nu meewerkt aan verkoop van de woning. De voorzieningenrechter wijst die vordering toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 augustus 2026, met vijf producties;

- de conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie van de man, met producties 1 tot en met 5; - de mondelinge behandeling van 17 september 2026 en de daarvan door de griffier gemaakte aantekeningen;- de pleitnota van de vrouw;- de pleitnota van de man.

3 De feiten

3.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben samengewoond in de woning aan [adres] (hierna: de woning). Zij zijn gezamenlijk eigenaar van deze woning. Voor de aankoop van de woning heeft Triodos Bank (hierna: de bank) een hypothecaire geldlening verstrekt aan partijen.

3.2.

De relatie van partijen is in 2024 geëindigd. De man woont in de woning.

3.3.

Over de verdeling van de gezamenlijke woning hebben partijen een bodemprocedure gevoerd bij deze rechtbank. In die procedure hebben partijen tijdens de zitting op 31 maart 2025 een schikking bereikt. Het proces-verbaal van deze schikking (hierna: het proces-verbaal) luidt, voor zover voor deze zaak van belang, als volgt:

  • [de man] (de man; toevoeging voorzieningenrechter) geeft binnen een week opdracht aan [naam]. (makelaar) om de woning aan de [adres] te taxeren. [de man] zorgt dat [de vrouw] (de vrouw; toevoeging voorzieningenrechter) wordt uitgenodigd voor de taxatie.
  • Binnen een maand nadat de partijen het taxatierapport hebben ontvangen, laat [de man] weten of hij [de vrouw] kan uitkopen.

3. Als [de man] [de vrouw] kan uitkopen, dan zorgt hij voor financiering binnen een half jaar. Hij zal het uitkoopbedrag in vier jaarlijkse gelijke termijnen aan [de vrouw] betalen. De eerste betaling moet plaatsvinden uiterlijk binnen een halfjaar na de mededeling onder 2. Als [de man] een termijn niet op tijd betaalt, is hij zonder ingebrekestelling in verzuim en moet hij wettelijke rente betalen.

4. Als [de man] [de vrouw] niet kan uitkopen, dan wordt de woning door [naam]. te koop aangeboden. Daarbij geldt dat [de man] de woning uiterlijk op 1 januari 2026 moet verlaten. De makelaar bepaalt het moment en de wijze waarop de woning het best te koop kan worden gezet.

5. De makelaar bepaalt de vraagprijs.

6. Nadat uit de verkoopopbrengst de hypotheekschuld is voldaan, worden uit de overwaarde alle verkoopkosten voldaan. Daarna worden uit de overwaarde aan [de man] betaald alle hypotheekaflossingen die hij heeft gedaan vanaf 1 mei 2024. Het restant van de overwaarde wordt in gelijke delen verdeeld over partijen.”

3.4.

Op12 april 2025 is de woning getaxeerd op € 555.000,-.

3.5.

In een e-mailbericht van 12 mei 2025 heeft de man de vrouw laten weten dat de bank hem heeft bericht dat hij niet in staat is de vrouw in één keer uit te kopen, maar over twee jaar mogelijk wel.

3.6.

Tussen partijen is overeengekomen dat, indien de man het aandeel van de vrouw in de woning kan overnemen, de man aan de vrouw € 165.898,60 verschuldigd is. Medio december 2025 heeft de man één vierde deel van dat bedrag, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 12 november 2025, in totaal € 41.707,95, aan de vrouw betaald.

3.7.

De bank heeft het volgende aan de man meegedeeld.

Bij e-mail van 26 augustus 2026:

“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van gistermiddag stuur ik je bijgaand de onderbouwing waarom het op dit moment niet haalbaar is om jouw ex-partner uit hoofdelijkheid te ontslaan.(…)

De rechter heeft bepaald dat je de uitkoopsom in 4 jaar mag terugbetalen. Zodra je hieraan hebt voldaan, schat ik de haalbaarheid voor een Ontslag Hoofdelijk Aansprakelijkheid van [de vrouw] hoger in. Leningdeel 103 heb je dan volledig terugbetaald en er resteert dan nog een hypotheek van circa € 150.000, wat volgens de norm passend is. Mocht je toch eerder willen afrekenen, dan adviseer ik je de woning te verkopen en kleiner te gaan wonen. Er zijn dan mogelijkheden om de rente voor een bedrag van circa € 150.000 mee te nemen (let op: de nieuwe hypotheek dient dan binnen 6 maanden na verkoop van de woning te passeren).(…)”

Bij e-mail van 4 september 2026:

“Ik heb helaas geen goed bericht; Mijn collega heeft je in mijn vakantie al laten weten dat er momenteel geen zicht is om je ex-partner te ontslaan uit haar aansprakelijkheid.

Pas wanneer je jouw verplichtingen jegens haar hebt voldaan (na je pensioen) heb je een grotere kans. Na je pensioen is je annuïteitenhypotheek afgelost, de lening van je zus is afgelost en de verplichting naar je ex is voldaan.

Op dit moment kunnen wij de hypotheek (nog) niet op enkel jouw naam zetten.”

4 De vordering in conventie

4.1.

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man te veroordelen tot nakoming van de op 31 maart 2025 tussen partijen getroffen schikking, voor zover daarin is bepaald dat de woning wordt verkocht indien de man de vrouw niet kan uitkopen;

II. de man te veroordelen om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het verstrekken en ondertekenen van een schriftelijke verkoopopdracht aan makelaar [naam makelaar] (hierna: de makelaar), tot onderhandse verkoop van de woning aan een derde;

III. te bepalen dat, indien de man niet tijdig aan het onder 2 bepaalde voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste toestemming, wilsverklaring, medewerking en handtekening van gedaagde voor het verstrekken van de verkoopopdracht aan de makelaar;

IV. de man te veroordelen om binnen 24 uur na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de makelaar zijn volledige medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar redelijkerwijs noodzakelijk acht voor het opstarten en uitvoeren van het verkooptraject, waaronder:

a. het verlenen van onbelemmerde toegang tot de woning aan de makelaar, taxateur, fotograaf en kandidaat-kopers op redelijk vooraf aangekondigde tijdstippen;

b. het verkoopklaar, opgeruimd en bezichtigbaar houden van de woning;

c. het meewerken aan opname, taxatie, fotografie, videopresentatie, plaatsing op verkoopplatforms, het plaatsen van een verkoopbord en bezichtigingen;

d. het binnen twee werkdagen verstrekken van alle voor de verkoop noodzakelijke informatie, sleutels, documenten en bescheiden;

e. het opvolgen van de redelijke verkoopinstructies van de makelaar over presentatie, onderhoud, bezichtigingen, verkoopstrategie, vraagprijs en laatprijs;

f. het zich onthouden van concrete handelingen of nalatigheden die de verkoop of levering vertragen, belemmeren of frustreren;

V. te bepalen dat de makelaar, indien partijen geen overeenstemming bereiken, bindend adviseert over de vraagprijs, laatprijs en verkoopvoorwaarden, waarbij de woning actief en zo spoedig mogelijk tegen een reële marktconforme prijs wordt aangeboden;

Vl. de man te veroordelen om binnen twee werkdagen na ontvangst van een door de makelaar toegezonden schriftelijke koopovereenkomst zijn volledige medewerking te verlenen aan de totstandkoming daarvan en de koopovereenkomst te ondertekenen;

VII. te bepalen dat, indien de man niet tijdig aan het onder VI bepaalde voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van het gedeelte van de koopovereenkomst waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de verkoop van de woning aan de daarin genoemde koper en tegen de daarin genoemde koopprijs en voorwaarden moet blijken;

VIII. de man te veroordelen om na totstandkoming van de koopovereenkomst binnen twee werkdagen na een daartoe strekkend verzoek van de notaris:

a. alle voor de levering noodzakelijke informatie en bescheiden te verstrekken;

b. leveringsafspraak te bevestigen;

c. bij de notaris te verschijnen dan wel zich rechtsgeldig te laten vertegenwoordigen;

d. volledige medewerking te verlenen aan het verlijden en ondertekenen van de notariële leveringsakte;

e. mee te werken aan de aflossing van de hypothecaire geldlening en de overige gebruikelijke verkoop- en leveringshandelingen;

IX. te bepalen dat, indien de man niet tijdig voldoet aan de onder VIII bepaalde, dit vonnis in de plaats treedt van het gedeelte van de notariële leveringsakte waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de levering van de woning aan de in de koopovereenkomst genoemde koper moet blijken;

X. te bepalen dat het onderhavige vonnis, voor zover het in de plaats treedt van een tot levering van de woning bestemde akte of van een deel daarvan, uitvoerbaar bij voorraad is en kan worden ingeschreven in de openbare registers, nadat het aan de man is betekend en de in het vonnis bepaalde termijn is verstreken;

XI. te bepalen dat de vrouw bevoegd is het voor inschrijving benodigde vonnis, het betekeningsexploot en de overige vereiste stukken zelfstandig aan te bieden, overeenkomstig artikel 25 lid 1 Kadasterwet;

XII. de man te veroordelen om de woning uiterlijk twee werkdagen vóór de datum van notariële levering volledig te verlaten en te ontruimen, met verwijdering van zijn persoonlijke zaken, en de woning bezemschoon en vrij van personen en goederen aan de koper, makelaar of notaris ter beschikking te stellen, onder afgifte van alle sleutels;

XIII. de man te veroordelen tot betaling aan eiseres van een dwangsom van € 500 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij na betekening van dit vonnis in gebreke blijft met de onder 4 en 12 genoemde verplichtingen, met een maximum van € 25.000;

XIV. de man te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan.

4.2.

De man voert verweer. De man concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar vorderingen, althans tot afwijzing van die vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De vordering in voorwaardelijke reconventie

5.1.

De man vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, uitsluitend voor het geval wordt geoordeeld dat de woning aan een derde dient te worden verkocht:

I. te bepalen dat de vrouw binnen twee dagen na betekening van dit vonnis haar volledige medewerking dient te verlenen aan de verhuis-, c.q. meeneemregeling van de bank, voor zover noodzakelijk om de man in staat te stellen de huidige rentepercentages en overige aan de bestaande hypothecaire geldlening verbonden voorwaarden mee te nemen naar een door hem aan te kopen vervangende woning;

II. te bepalen dat de vrouw binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle daartoe benodigde door de bank vereiste documenten dient te ondertekenen;

III. te bepalen dat, indien en voor zover de vrouw niet binnen twee dagen na betekening van dit vonnis voldoet aan het bepaalde onder I. en II., dit vonnis in de plaats treedt van de voor de uitvoering daarvan vereiste toestemming, wilsverklaring, medewerking, goedkeuring en/of handtekening van de vrouw, althans de vrouw te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis haar volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van het onder I. en II. bepaalde, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de vrouw daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;

IV. te bepalen dat de verkoop van de woning plaatsvindt met een opleveringstermijn van zes maanden na het tot stand komen van de koopovereenkomst met de kopende partij,

met veroordeling van de vrouw in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente.

5.2.

De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de voorwaardelijke reconventionele vordering. Zij concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de man in de proceskosten.

5.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6 De beoordeling

In conventie

6.1.

Met haar vorderingen wil de vrouw de man dwingen om tot verdeling van de gemeenschappelijke woning te komen door verkoop van de woning aan een derde. Zij heeft voldoende onderbouwd dat zij daarbij een spoedeisend belang heeft. Duidelijkheid over de wijze van verdeling laat al geruime tijd op zich wachten en de vrouw wenst dat daar spoedig een einde aan komt.

6.2.

De vrouw legt aan haar vorderingen ten grondslag dat partijen over de wijze waarop de woning verdeeld moet worden afspraken hebben gemaakt die zijn vastgelegd in het proces-verbaal. Omdat de man de vrouw geen zekerheid kan geven dat de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank zal worden ontslagen, dient volgens de vrouw verkoop van de woning aan een derde plaats te vinden. Van de vrouw kan niet worden verlangd dat zij nog langer in een onverdeelde gemeenschap blijft terwijl onzeker is of de man in staat zal zijn de bank ertoe te bewegen haar te ontslaan uit de hoofdelijkheid. De man werkt volgens de vrouw niet vrijwillig mee aan verkoop aan een derde.

6.3.

De man stelt zich op het standpunt dat partijen tot nog toe uitvoering hebben gegeven aan de afspraken uit het proces-verbaal. De woning is conform die afspraken getaxeerd. De man mag op grond van de afspraken in het proces-verbaal het uitkoopbedrag van € 165.898,60 in vier gelijke, jaarlijkse termijnen voldoen. Over ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank zijn volgens hem geen afspraken gemaakt. De man heeft onverplicht onderzocht of het mogelijk was de vrouw in een keer uit te kopen, maar dat bleek vooralsnog niet mogelijk. De man heeft daarop uitvoering gegeven aan de afspraken en de eerste van de vier termijnen van het uitkoopbedrag aan de vrouw voldaan. De tweede termijn is pas op 12 november 2026 verschuldigd. Van het niet nakomen van enige afspraak uit het proces-verbaal is volgens de man dan ook geen sprake, zodat een grondslag voor de vordering van de vrouw ontbreekt.

6.4.

Partijen verschillen van mening over wat zij nu precies met elkaar hebben afgesproken op 31 maart 2025. Hoewel het proces-verbaal ontslag uit de hoofdelijkheid niet uitdrukkelijk vermeldt, moet de afspraak in redelijkheid aldus worden begrepen dat uitkoop door de man van de vrouw gepaard moet gaan met ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank. Een andere uitleg zou meebrengen dat de vrouw verplicht zou zijn haar aandeel in de woning aan de man over te dragen terwijl zij hoofdelijk aansprakelijk blijft jegens de bank. Dat resultaat zou ongerijmd zijn; de woning behoort dan immers niet meer tot haar vermogen en zij heeft daarover geen zeggenschap meer.

6.5.

De vrouw stelt zich op het standpunt dat uit de afspraken zoals deze zijn vastgelegd in het proces-verbaal volgt dat al eerder dan bij overdracht van haar aandeel in de woning aan de man duidelijk moet zijn dat zij zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank.

6.6.

De voorzieningenrechter volgt de vrouw daarin. Het proces-verbaal houdt onder randnummers 2 en 3 in dat de man binnen een maand na ontvangst van het taxatierapport laat weten of hij de vrouw kan uitkopen en dat hij in dat geval binnen een half jaar zorgt voor financiering en dat hij het uitkoopbedrag in vier jaarlijkse termijnen zal betalen. In hun onderlinge samenhang bezien houden deze afspraken redelijkerwijs in dat de man uiterlijk bij het verstrijken van de termijn voor het verkrijgen van financiering aan de vrouw een voldoende mate van zekerheid diende te verschaffen dat de vrouw zal kunnen worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.

6.7.

Op dit moment is de situatie zo dat de man weliswaar de eerste van de vier jaarlijkse termijnen van het uitkoopbedrag aan de vrouw heeft voldaan, maar dat onzeker is of de man erin zal slagen de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank. De bank heeft aan de man geen financiering verstrekt voor het bedrag van de uitkoopsom, terwijl de termijn waarbinnen de man financiering had moeten verkrijgen inmiddels ruimschoots is verstreken. De man beschikt nu ook niet over voldoende eigen middelen om de uitkoopsom te voldoen. De bank heeft op 25 augustus 2026 en 4 september 2026 aan de man medegedeeld nu geen ruimte te zien voor ontslag van de vrouw uit de hoofdelijkheid. De mededeling van de bank dat als de man uit eigen middelen de resterende termijnen van uitkoopsom voldoet en de annuïteitenhypotheek aflost, de kans dan groter is dat de bank bereid is de vrouw uit de hoofdelijkheid te ontslaan, biedt de vrouw onvoldoende zekerheid.

6.8.

De man kan dus niet een voldoende mate van zekerheid geven dat de vrouw bij overname van de woning door de man zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank. In zoverre komt de man de afspraken uit het proces-verbaal niet na. Inmiddels is bijna anderhalf jaar verstreken na de taxatie van de woning. Van de vrouw kan niet worden gevergd dat zij nog langer in onzekerheid blijft verkeren. Dat betekent dat uitkoop van de vrouw door de man niet meer aan de orde is en conform de afspraken in het proces-verbaal verkoop aan een derde dient plaats te vinden.

6.9.

Niet betwist is dat de man vooralsnog niet meewerkt aan verkoop van de woning. De vorderingen van de vrouw strekken ertoe dat de man te dwingen daaraan mee te werken. Deze vorderingen zullen worden toegewezen, voor zover hierna niet anders blijkt.

6.10.

In de veroordeling tot het meewerken aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan de makelaar (vordering II) wordt opgenomen dat verkoop dient plaats te vinden met bepaling dat de woning op een termijn van ten minste drie maanden na de datum van de koopovereenkomst zal worden geleverd, gelet op het belang van de man bij een redelijke termijn voor het vinden van alternatieve woonruimte.

6.11.

Zoals door de vrouw gevorderd (onder IX) zal in de beslissing worden bepaald dat dit vonnis in de plaats treedt van de notariële leveringsakte als de man niet meewerkt aan de levering van de woning. De vrouw vordert voorts (onder X) te bepalen dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is en kan worden ingeschreven in de openbare registers. Het vonnis zal, conform de hoofdregel in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Voor het bepalen dat het vonnis kan worden ingeschreven in de openbare registers, ziet de voorzieningenrechter geen grond. Immers, in de wet is bepaald onder welke voorwaarden een vonnis dat in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte of van een deel van een zodanige akte, in de openbare registers kan worden ingeschreven (artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW). Voor het bepalen van een andere termijn voor inschrijving dan de in de wet genoemde veertien dagen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

6.12.

Niet in te zien valt wat het belang is van de vrouw bij de vordering te bepalen dat, voor de onder 6.11 bedoelde situatie dat het vonnis in de plaats treedt van de tot levering van de woning bestemde akte, de vrouw bevoegd is de noodzakelijke stukken aan te bieden bij het kadaster overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 Kadasterwet. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

6.13.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt op de wijze als in de beslissing bepaald.

6.14.

Naast de toewijzing van de vorderingen onder II tot en met X heeft de vrouw geen belang bij toewijzing van de vordering onder I.

De reconventionele vorderingen

6.15.

Omdat de voorzieningenrechter oordeelt dat woning aan een derde moet worden verkocht, wordt toegekomen aan de voorwaardelijke reconventionele vorderingen van de man. Die vorderingen strekken ertoe de vrouw te veroordelen om mee te werken aan de verhuis- en meeneemregeling die de bank biedt. Deze regeling biedt de man kennelijk de mogelijkheid een andere woning te kopen, met behoud van (rente)condities van de huidige hypotheek. De vrouw heeft ter zitting verklaard in beginsel bereid te zijn daaraan mee te werken, maar dat zij geen concreet voorstel van de man heeft ontvangen. Onder die omstandigheden heeft de man op dit moment geen (spoedeisend) belang bij zijn vorderingen. Ter zitting is in dit kader nog aan de orde gekomen dat de man mogelijk ook een overbruggingskrediet van de bank nodig geeft. Niet valt in te zien dat de vrouw verplicht is hoofdelijke aansprakelijkheid te aanvaarden voor een dergelijk overbruggingskrediet.

6.16.

Hiervoor in 6.10 is al geoordeeld dat verkoop van de woning dient plaats te vinden met bepaling dat de woning op een termijn van ten minste drie maanden na de datum van de koopovereenkomst zal worden geleverd, gelet op het belang van de man bij een redelijke termijn voor het vinden van alternatieve woonruimte. De door de man gevorderde termijn van zes maanden acht de voorzieningenrechter gelet op de belangen van de vrouw niet toewijsbaar.

Proceskosten

6.17.

Gelet op de relatie die tussen partijen bestond zullen de proceskosten tussen hen zowel in conventie als in reconventie worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

7.1.

veroordeelt de man om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het verstrekken en ondertekenen van een schriftelijke verkoopopdracht aan makelaar [naam makelaar] (hierna: de makelaar), tot onderhandse verkoop van de woning aan een derde, met bepaling dat de woning op een termijn van ten minste drie maanden na de datum van de koopovereenkomst zal worden geleverd;

7.2.

bepaalt, indien de man niet tijdig aan het onder 2 bepaalde voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW in de plaats treedt van de vereiste medewerking van de man aan het verstrekken van de verkoopopdracht aan de makelaar;

7.3.

veroordeelt de man om binnen 24 uur na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de makelaar zijn volledige medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar redelijkerwijs noodzakelijk acht voor het uitvoeren van het verkooptraject, waaronder:

a. het verlenen van onbelemmerde toegang tot de woning aan de makelaar, taxateur, fotograaf en kandidaat-kopers op redelijk vooraf aangekondigde tijdstippen;

b. het verkoopklaar, opgeruimd en bezichtigbaar houden van de woning;

c. het meewerken aan opname, taxatie, fotografie, videopresentatie, plaatsing op verkoopplatforms, het plaatsen van een verkoopbord en bezichtigingen;

d. het binnen twee werkdagen verstrekken van alle voor de verkoop noodzakelijke informatie, sleutels, documenten en bescheiden;

e. het opvolgen van de redelijke verkoopinstructies van de makelaar over presentatie, onderhoud, bezichtigingen, verkoopstrategie, vraagprijs en laatprijs;

f. het zich onthouden van concrete handelingen of nalatigheden die de verkoop of levering vertragen, belemmeren of frustreren;

7.4.

bepaalt dat de makelaar, indien partijen geen overeenstemming bereiken, bindend adviseert over de vraagprijs, laatprijs en verkoopvoorwaarden, waarbij de woning actief en zo spoedig mogelijk tegen een reële marktconforme prijs wordt aangeboden;

7.5.

veroordeelt de man om binnen twee werkdagen na ontvangst van een door de makelaar toegezonden schriftelijke koopovereenkomst zijn volledige medewerking te verlenen aan de totstandkoming daarvan en de koopovereenkomst te ondertekenen;

7.6.

bepaalt dat, indien de man niet tijdig aan het onder 7.5 bepaalde voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW lid 1 en 2 in de plaats treedt van het gedeelte van de

koopovereenkomst waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de verkoop van de woning aan de daarin genoemde koper en tegen de daarin genoemde koopprijs en voorwaarden moet blijken;

7.7.

veroordeelt de man om na totstandkoming van de koopovereenkomst binnen twee werkdagen na een daartoe strekkend verzoek van de notaris:

a. alle voor de levering noodzakelijke informatie en bescheiden te verstrekken;

b. leveringsafspraak te bevestigen;

c. bij de notaris te verschijnen dan wel zich rechtsgeldig te laten vertegenwoordigen;

d. volledige medewerking te verlenen aan het verlijden en ondertekenen van de notariële leveringsakte;

e. mee te werken aan de aflossing van de hypothecaire geldlening en de overige gebruikelijke verkoop- en leveringshandelingen;

7.8.

bepaalt dat, indien de man niet tijdig voldoet aan het onder 7.7 bepaalde, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW lid 1 en 2 in de plaats treedt van het gedeelte van de notariële leveringsakte waaruit de wilsverklaring, toestemming, medewerking en handtekening van de man voor de levering van de woning aan de in de koopovereenkomst genoemde koper moet blijken;

7.9.

veroordeelt de man om de woning uiterlijk twee werkdagen vóór de datum van notariële levering volledig te verlaten en te ontruimen, met verwijdering van zijn persoonlijke zaken, en de woning bezemschoon en vrij van personen en goederen aan de koper, makelaar of notaris ter beschikking te stellen, onder afgifte van alle sleutels;

7.10.

veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij na betekening van dit vonnis in gebreke blijft met de onder 7.3 en 7.9 genoemde verplichtingen, met een maximum van€ 10.000,00;

7.11.

wijst af het meer of anders gevorderde;

7.12.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad

In reconventie:

7.13.

wijst de vorderingen af,

In conventie en in reconventie:

7.14.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door G.C. Makkink en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
1861/4101

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.