Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 28 februari 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:1829Zaaknummer 11360750 CV EXPL 24-26032

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
11360750 CV EXPL 24-26032
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering toegewezen. Partijen hebben met elkaar een overeenkomst gesloten tot het afvoeren van restafval. Gedaagde heeft de facturen daarvan onbetaald gelaten. De vennoten van een vennootschap onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden. Een schuldeiser kan dus kiezen welke vennoot hij aanspreekt voor de volledige schuld. Eiseres heeft ervoor gekozen om gedaagde aan te spreken voor de onbetaalde facturen en dat is toegestaan.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Gemeente Amsterdam te betalen:

- € 442,56 aan hoofdsom met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 8 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

- € 200,- aan buitengerechtelijke incassokosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 8 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

- de verschenen wettelijke handelsrente van € 82,25, berekend tot en met 7 oktober 2024.

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Gemeente Amsterdam worden begroot op € 778,49 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.

53954

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11360750 CV EXPL 24-26032

datum uitspraak: 28 februari 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Gemeente Amsterdam,

vestigingsplaats: Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde],

tegen

[gedaagde],

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Gemeente Amsterdam’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 7 oktober 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek;
  • de dupliek.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Gemeente Amsterdam heeft met [naam VOF], een vennootschap onder firma waarvan [gedaagde] een vennoot was, een overeenkomst gesloten voor het afvoeren van restafval. Volgens Gemeente Amsterdam zijn vijf facturen daarvan ter hoogte van € 442,56 niet betaald. Zij eist daarom in deze procedure dat [gedaagde] dat alsnog doet. Omdat de facturen niet op tijd zijn betaald, vordert Gemeente Amsterdam ook buitengerechtelijke incassokosten van € 200,- en de wettelijke handelsrente die tot 8 oktober 2024 € 82,25 bedraagt. In totaal vordert Gemeente Amsterdam € 724,81 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2.

[gedaagde] is het niet geheel eens met de vordering. Hij vindt dat het bedrag gedeeld moet worden door drie omdat hij het bedrijf exploiteerde met twee andere vennoten. Verder voert [gedaagde] aan dat het bedrijf sinds september 2022 dicht is en dat hij daarom niet begrijpt waarom daarna nog facturen in rekening zijn gebracht.

2.3.

De vordering van Gemeente Amsterdam wordt toegewezen. [gedaagde] moet dus € 724,81 aan Gemeente Amsterdam betalen. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.

Waarom moet [gedaagde] alle facturen betalen?

2.4.

Zoals Gemeente Amsterdam bij repliek heeft uitgelegd zijn de vennoten van een vennootschap onder firma hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden. Dit betekent dat een schuldeiser kan kiezen welke vennoot hij aanspreekt voor de volledige schuld. In dit geval heeft Gemeente Amsterdam ervoor gekozen om [gedaagde] aan te spreken voor de onbetaalde facturen en dat is toegestaan. [gedaagde] zou vervolgens een deel van de schuld eventueel kunnen verhalen op de andere vennoten, maar dat gaat buiten het bereik van deze procedure. Dat het bedrijf sinds september 2022 dicht is staat niet in de weg aan de toewijsbaarheid van de vordering. Niet is gebleken namelijk dat de overeenkomst met Gemeente Amsterdam toen was opgezegd. De overeenkomst liep dus door en Gemeente Amsterdam heeft dan ook terecht de facturen in rekening gebracht. De hoofdsom van € 442,56 wordt dus toegewezen.

Incassokosten

2.5.

De gevorderde incassokosten van € 200,- zijn niet betwist en worden toegewezen.

Rente

2.6.

De rente wordt ook toegewezen, omdat Gemeente Amsterdam genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Gemeente Amsterdam moet betalen de wettelijke handelsrente van € 82,25 die Gemeente Amsterdam heeft berekend tot 8 oktober 2024.

Proceskosten

2.7.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Gemeente Amsterdam moet betalen op € 112,99 aan dagvaardingskosten, € 328,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 778,49. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.8.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Gemeente Amsterdam dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Gemeente Amsterdam te betalen:

- € 442,56 aan hoofdsom met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 8 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

- € 200,- aan buitengerechtelijke incassokosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 8 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

- de verschenen wettelijke handelsrente van € 82,25, berekend tot en met 7 oktober 2024.

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Gemeente Amsterdam worden begroot op € 778,49 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.

53954

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.