Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:6986Zaaknummer 11009880

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23 juli 2024
Publicatiedatum
30 juli 2024
Zaaknummer
11009880
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurprijswijzingsbepaling vernietigd. Dat beding niet is gebruikt en dat is verhoogd volgens wettelijk maximum is niet relevant.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen van Birds af;

3.2.

veroordeelt Birds in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nul.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.

33394

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11009880 CV EXPL 24-8262

datum uitspraak: 23 juli 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de coöperatie

Birds Residential Coöperatief U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te Schiedam,

gedaagde,

die niet is verschenen.

Partijen worden hierna ‘Birds’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het tussenvonnis van 28 mei 2024 en de processtukken die daarin zijn genoemd;
  • de akte van Birds van 19 juni 2024.

2 De verdere beoordeling

Alle huurverhogingen komen te vervallen

2.1.

In het tussenvonnis is al geoordeeld dat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is. Als een huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is, dan heeft dat tot gevolg dat de kantonrechter deze bepaling moet vernietigen. Dat betekent dat de huurprijswijzigingsbepaling geacht wordt er nooit te zijn geweest. Dit leidt ertoe dat alle huurverhogingen komen te vervallen en dat de huurprijs die partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen altijd is blijven gelden. Dat is in deze zaak dus ook het uitgangspunt.

2.2.

Birds heeft nog de gelegenheid gekregen om uit te leggen wat zij wil zeggen met het lijstje met bedragen dat zij voorafgaand aan het tussenvonnis heeft overgelegd. Birds heeft vervolgens in haar akte gesteld dat zij de huur steeds heeft verhoogd met het wettelijk maximum. Zij heeft nog steeds niet gesteld wat zij daarmee wil zeggen. Voor zover zij heeft bedoeld te zeggen dat deze huurverhogingen rechtsgeldig hebben plaatsgevonden, slaagt dat betoog niet. Het is namelijk niet van belang of Birds van het oneerlijke beding al dan niet gebruik heeft gemaakt. Bepalend is of de bepaling het evenwicht tussen de verhuurder en de huurder verstoort. Dit moet worden beoordeeld naar het moment waarop partijen de overeenkomst zijn aangegaan. Het feit dat Birds zichzelf de bevoegdheid heeft gegeven om de huur jaarlijks met de CPI + maximaal 5% te verhogen, kan het evenwicht dus al verstoren, ongeacht of zij daadwerkelijk van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.[_733dceac-9644-4228-b8c3-f124eb2aff52] Alleen wanneer Birds kan aantonen dat gedurende een periode van minimaal drie jaar consequent een consistente andere systematiek van huurprijsverhoging is gehanteerd bestaat aanleiding om geen consequenties te verbinden aan het oneerlijke beding in de huurovereenkomst. De enkele omstandigheid dat Birds het wettelijk maximum heeft gehanteerd gedurende een aantal jaar is onvoldoende reden voor een dergelijke conclusie.

De vordering van Birds wordt afgewezen

2.3.

De conclusie van het voorgaande is dat de oorspronkelijk afgesproken huurprijs is blijven gelden. Birds heeft in haar akte zelf al gesteld dat dit ertoe leidt dat er sprake is van een huurvoorstand ten bedrage van € 1.576,37 berekend tot en met de maand juni 2024. Dit betekent dat de vorderingen van Birds worden afgewezen, omdat deze ongegrond voorkomen (artikel 139 Rv).

Birds moet de proceskosten betalen

2.4.

Birds moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nul, omdat zij niet is verschenen in deze procedure.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen van Birds af;

3.2.

veroordeelt Birds in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nul.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.

33394

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.