Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 29 februari 2012

ECLI:NL:RBROT:2012:BV7968Zaaknummer 392770 / HA ZA 11-2215

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
392770 / HA ZA 11-2215
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Griffierecht door eiser niet tijdig voldaan. Art. 3 lid 3 Wgbz. Art. 127a Rv. Nu niet is uitgesloten dat de te late betaling op een misverstand berust of dat de betaling weliswaar te laat heeft plaatsgevonden, maar dat eiser een beroep kan doen op de wettelijke hardheidsclausule van artikel 127, derde lid, Rv, zal eiser op grond van artikel 19 Rv in de gelegenheid worden gesteld om zich daarover bij akte uit te laten (vgl. HR 10 februari 2012, LJN BU7255).

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 maart 2012 voor het nemen van een akte door De Klare Lijn als onder 2.3 vermeld.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2012.

2322/548

Volledige tekst

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 392770 / HA ZA 11-2215

Vonnis van 29 februari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE KLARE LIJN B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres,

advocaat mr. S. Karakaya- Pilavci te Leusden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAEYVELD B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna "De Klare Lijn" en "Maeyveld" genoemd worden.

De procedure

Op 13 december 2011 is een exploot van dagvaarding uitgebracht. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op de rolzitting van woensdag 28 december 2011. Op die datum is door eiseres geen griffierecht voldaan. In de procedure is ter kennis van de rechtbank gebracht dat De Klare Lijn het door haar verschuldigde griffierecht alsnog op 13 februari 2012 heeft betaald.

De beoordeling

Artikel 3, derde lid, van de Wet op de griffierechten in burgerlijke zaken (hierna: Wgbz), bepaalt dat het door eiser verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of te zijn gestort ter griffie. Derhalve behoorde De Klare Lijn ervoor zorg te dragen dat het griffierecht uiterlijk vóór woensdag 25 januari 2012 was betaald.

Artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat de gedaagde wordt ontslagen van instantie als sanctie op het door eiser niet of niet binnen de hiervoor gestelde termijn voldoen van het griffierecht. Het derde lid van artikel 127a Rv bevat een hardheidsclausule en het vierde lid bepaalt dat tegen een beslissing ingevolge het tweede lid van artikel 127a Rv geen hogere voorziening openstaat.

Nu niet is uitgesloten dat de te late betaling op een misverstand berust of dat de betaling weliswaar te laat heeft plaatsgevonden, maar dat De Klare Lijn een beroep kan doen op de wettelijke hardheidsclausule van artikel 127a, derde lid Rv, zal De Klare Lijn op grond van artikel 19 Rv in de gelegenheid worden gesteld om zich daarover bij akte uit te laten (vgl. HR 10 februari 2012, LJN BU7255).

2.4. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 maart 2012 voor het nemen van een akte door De Klare Lijn als onder 2.3 vermeld.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2012.

2322/548

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.