Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 10 december 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:7452Zaaknummer 11958137 \ CV EXPL 25-3578

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11958137 \ CV EXPL 25-3578
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser vordert betaling van achterstallig salaris van zijn werkgever. De werkgever is niet verschenen in de procedure, zodat tegen de werkgever verstek wordt verleend. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe, omdat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond worden geacht.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 5.219,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 november 2025 en daarnaast te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over het netto-equivalent van € 5.219,01,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 360,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025. (hg)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Waar deze zaak over gaat
  2. 2 De procedure
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11958137 \ CV EXPL 25-3578

Vonnis in kort geding van 10 december 2025

in de zaak van

[eiser],

wonende in [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J. Engels,

procederend met een toevoeging, afgegeven onder nummer 2HA9119,

tegen

[gedaagde],

wonende in [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 Waar deze zaak over gaat

[eiser] vordert betaling van achterstallig salaris van zijn werkgever [gedaagde]. [gedaagde] is niet verschenen in de procedure, zodat de kantonrechter [gedaagde] verstek verleent. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] grotendeels toe, omdat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond worden geacht.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, uitgebracht op 14 november 2025,- de mondelinge behandeling van 3 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De beoordeling

3.1.

[eiser] vordert (samengevat):

a. het netto-equivalent van het salaris tijdens ziekte over de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 oktober 2025, in totaal € 5.219,01, en

b. het netto-equivalent van het resterende salaris over juni en juli 2025, in totaal € 360,60,

beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 september 2025, althans vanaf de dag van de dagvaarding, en de wettelijke verhoging van 50% met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Spoedeisend belang

3.2.

De vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als [eiser] hierbij een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard van de vorderingen.

Beoordeling na verstek

3.3.

De bij dagvaarding voorgeschreven termijn en andere formaliteiten zijn in acht genomen.

3.4.

Vanwege het tegen [gedaagde] verleende verstek zullen de vorderingen tot betaling van het achterstallig loon worden toegewezen aangezien deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

3.5.

De kantonrechter zal de wettelijke rente over het loon van juni, juli en augustus 2025 conform de vordering toewijzen vanaf 24 september 2025.

Op grond van artikel 7:623 BW is het loon over de maand september verschuldigd en opeisbaar vanaf 1 oktober 2025 en is het loon over de maand oktober verschuldigd en opeisbaar vanaf 1 november 2025. De wettelijke rente over het loon van september en oktober 2025 is toewijsbaar vanaf het moment dat dit loon opeisbaar is geworden, aangezien [gedaagde] op de dag van opeisbaarheid van rechtswege in verzuim is geraakt (artikel 6:81 juncto 6:83 BW).

3.6.

De gevorderde wettelijke verhoging zal worden toegewezen over het loon exclusief de wettelijke rente conform artikel 7:625 BW. Aangezien [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan de voorzieningenrechter aanleiding ziet om deze vordering ambtshalve te matigen, zal de wettelijke verhoging worden toegewezen als in het dictum is bepaald. De overige vorderingen komen de kantonrechter evenmin onrechtmatig of ongegrond voor en zullen eveneens worden toegewezen.

3.7.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht€257,00
- salaris gemachtigde€543,00
- nakosten€135,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€935,00

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 5.219,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 november 2025 en daarnaast te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over het netto-equivalent van € 5.219,01,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 360,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025. (hg)

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.