Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 24 maart 2015

ECLI:NL:RBNNE:2015:1784Zaaknummer 18.930002-13

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24 maart 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
18.930002-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Assen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging van de officier van justitie. Veroordeelde is na de betekening als bedoel in artikel 366a Sv niet meer in de gelegenheid gesteld om de hem opgelegde bijzondere voorwaarden alsnog na te komen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mrs. B.I. Klaassens en

E. Läkamp, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2015.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Motivering
  3. Beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930002-13

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 24 maart 2015 op een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf

in de zaak tegen

[verdachte],

geboren [geboorteplaats],

thans verblijvende[verblijfplaats]

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 23 februari 2015 schriftelijk gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van 4 maanden gevangenisstraf waarvan -bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 12 april 2013 gewezen tegen de veroordeelde- bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, onder de in dat vonnis vermelde bijzondere voorwaarde.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 24 maart 2015. Veroordeelde, diens raadsvrouw, mr. I.M. Weijers, en de officier van justitie, mr. P.M. van der Spek, zijn gehoord. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten onrechte is ingediend, nu veroordeelde na betekening van de mededeling voorwaardelijke veroordeling niet meer in de gelegenheid is gesteld om de hem opgelegde bijzondere voorwaarden na te komen. De vordering moet dan ook worden afgewezen.

De raadsvrouw van veroordeelde heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

Motivering

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank heeft de zaak eerder behandeld ter terechtzitting van 28 oktober 2014. De rechtbank heeft de vordering toen afgewezen, omdat uit de stukken niet kon worden opgemaakt dat de mededeling van de straf waartoe [verdachte] was veroordeeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 366a, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering aan hem per post was toegezonden. Die mededeling is inmiddels aan de veroordeelde betekend. Nu de veroordeelde echter na betekening van bovengenoemde mededeling niet meer in de gelegenheid is gesteld om de hem opgelegde bijzondere voorwaarden na te komen, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mrs. B.I. Klaassens en

E. Läkamp, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2015.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.