Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 28 mei 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:5889Zaaknummer 11369545 \ CV EXPL 24-3575
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 28 mei 2025
- Publicatiedatum
- 11 juni 2025
- Zaaknummer
- 11369545 \ CV EXPL 24-3575
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak, Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Amtbshalve toetsing. Tussenvonnis. Geen ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieverplichting. Rentebeding in artikel 4 lid 3 van de HISWA Algemene voorwaarden huur en verhuur lig- en/of bergplaatsen is niet oneerlijk. Incassokostenbeding in artikel 4 lid 4 is voroalsnog oneerlijk
3 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 25 juni 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11369545 \ CV EXPL 24-3575
Uitspraakdatum: 28 mei 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Marina Den Oever B.V.
te Wieringerwerf
de eisende partij
gemachtigde: mr. E.H.J. Slager
tegen
[gedaagde]
te onbekend
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. De eisende partij heeft de vordering bij akte vermeerderd. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert, na vermeerdering van eis, veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 14.126,38, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. Daarnaast vordert de eisende partij de huurovereenkomst te ontbinden en de gedaagde partij te veroordelen tot het verwijderen van zijn vaartuig binnen twee dagen na betekening van het (eind)vonnis, op straffe van een dwangsom.
Geen ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten op 14 augustus 2011. Op dat moment was de Richtlijn 2011/83/EU (Richtlijn Consumentenrechten) nog niet in het Nederlandse recht geïmplementeerd. Ook zijn de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230b niet van toepassing omdat er hier sprake is van een overeenkomst van havendiensten.[_391ca3b0-49e5-40eb-926c-4de40d149993] Daarom hoeft de kantonrechter niet te toetsen of de eisende partij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest[_976d8af9-0abb-4207-bba2-ffbcc03ae28d], gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: ‘HISWA Algemene Voorwaarden huur en verhuur lig- en/of bergplaatsen (voor vaartuigen en aanverwante artikelen)’ (hierna: de algemene voorwaarden).
Het rentebeding uit artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Artikel 4 lid 4 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt – voor zover relevant – als volgt:‘4. Alle buitengerechtelijke kosten zijn voor rekening van de huurder; deze kosten bedragen tenminste 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 113,50, te vermeerderen met de werkelijke gemaakte verschotten, tenzij de huurder bewijst dat met een lager minimum had kunnen worden volstaan. (…)’
In dit beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook is in dit geval de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% van de hoofdsom en tenminste € 113,50 en daarmee hoger dan de wettelijke vergoeding.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om artikel 4.4 van de algemene voorwaarden te vernietigen voor zover dit betrekking heeft op buitengerechtelijke kosten. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Conclusie
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 25 juni 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.