Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 20 november 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15882Zaaknummer 11419483 \ CV EXPL 24-3146
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 20 november 2025
- Publicatiedatum
- 3 maart 2026
- Zaaknummer
- 11419483 \ CV EXPL 24-3146
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Zaanstad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. HelloFresh. Ambtshalve toetsing informatieplichten. Niet voldaan aan artikel 6:230m lid 1 sub c en h BW en artikel 6:230v lid 7 BW. Niet de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd.
4 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 18 december 2025 om eisers in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over hetgeen hiervoor in 3.13. is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11419483 \ CV EXPL 24-3146
Uitspraakdatum: 20 november 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Alektum Capital II AG
te Zug, Zwitserland
de eisende partij
gemachtigde: R. Slagman
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De vordering
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 245,79
aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
De eisende partij legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag.
De gedaagde partij heeft goederen gekocht via de website van HelloFresh Benelux B.V. (hierna: de webwinkel). waarbij de gedaagde partij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat de gedaagde partij de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. De gedaagde partij heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op de gedaagde partij vervolgens verkocht aan de eisende partij.
3 De beoordeling
De koopovereenkomst
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en de gedaagde partij, zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.[_91a6e26a-63ce-4f29-aa17-aa1ee84a11b4]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW (de bestelknop). In verband met de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW heeft de eisende partij schermafdrukken van het bestelproces overgelegd, voorzien van een toelichting. Daaruit blijkt niet (voldoende) dat de webwinkel heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 onder c (contactgegevens) en h (herroepingsrecht) BW. Voor deze schendingen zal een sanctie worden toegepast.
De eisende partij stelt dat de contactgegevens en het herroepingsrecht zijn opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Daarmee is de gedaagde partij echter niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging worden overgelegd. Omdat die ontbreekt, is niet aan voormelde contractuele informatieplicht voldaan.
Een persoonlijk account kan onder bepaalde voorwaarden ook worden aangemerkt als een ‘duurzame gegevensdrager’ in de zin van de artikelen 6:230v lid 7 onder a en 6:230g lid 1 onder h BW. Niet gesteld of gebleken is dat hieraan is voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
De schending betreffende het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.[_788bca81-779f-4c52-9ec0-f699bfa82bff] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn[_d3a56429-cf28-453f-b204-a6291d5a3d81] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
De kredietovereenkomst
De gedaagde partij heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkredietovereenkomsten (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. In beginsel vallen overeenkomsten als de onderhavige onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) [_4986f068-d165-40c6-920f-32ba5a760698], tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.[_1558222a-4e58-4832-b589-eadde7b87eb6]
Vanwege de door gedaagde partij gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op de gedaagde partij direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
De eisende partij heeft de ‘Gebruikersvoorwaarden voor de winkeldienst van Klarna’ overgelegd. Uit deze voorwaarden volgt dat deze niet van toepassing zijn op de betalingsopties van Klarna. De eisende partij heeft dus niet de juiste algemene voorwaarden overgelegd.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen. Daarbij moeten de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet overleggen van de juiste algemene voorwaarden in eventuele vervolgzaken tot afwijzing van (een deel van) de vordering kan leiden.
Conclusie
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen en zich uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 18 december 2025 om eisers in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over hetgeen hiervoor in 3.13. is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.