Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 26 februari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13810Zaaknummer 11334892 WM VERZ 24-1484

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
11334892 WM VERZ 24-1484
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten).

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11334892 \ WM VERZ 24-1484

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 26 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde: [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gemachtigde van betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat er helemaal geen borden staan die de vergunningszone aangeven. De gemachtigde heeft naar eer en geweten correct geparkeerd en de parkeerapp aangezet. De gemachtigde van betrokkene heeft een ontheffing van zijn werkgever, waarmee hij zonder parkeerkosten op de stoep zou kunnen parkeren maar hij wil mensen zo min mogelijk tot last zijn.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie is ter zitting, samen met de gemachtig-de, de door betrokkene gevolgde rijroute langsgegaan op Google Street View om de bebording op de pleeglocatie te laten zien.

De kantonrechter oordeelt dat betrokkene in een vergunninghouderszone heeft geparkeerd. Ondanks dat de rijroute van betrokkene niet is geduid in het beroepschrift, heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting laten zien dat betrokkene zonebebording is gepasseerd op zijn rijroute. Bestuurders worden hierop attent gemaakt door middel van een waarschuwingsbord bij het binnen-rijden van de betreffende zone. Bij het verlaten van de parkeerzone wordt dit wederom aangegeven met een bord. Niet is vereist dat binnen het gebied bij elke straat herhalingsborden geplaatst zijn.Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat de door de gemachtigde overgelegde ontheffing geldig was tot 1 mei 2019.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter begrijpt wel dat betrokkene zich heeft vergist, en ziet in de omstandigheden van het geval dan ook reden de boete te matigen met 50%. Betrokkene dacht dat hij op de pleeglocatie mocht parkeren omdat de pleeglocatie eerst betaald parkeren betrof. Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.