Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 26 februari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13797Zaaknummer 11228137 WM VERZ 24-1093

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
11228137 WM VERZ 24-1093
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kantonrechter begrijpt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie, maar ziet reden de boete te matigen tot nihil.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11228137 \ WM VERZ 24-1093

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 26 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de situatie per 1 januari 2023 is gewijzigd. Betrokkene wist niet dat zijn gehandicaptenparkeer-kaart gedigitaliseerd moest zijn en kon dit ook niet weten omdat hij niet in Hoorn woont. Na de bekeuring heeft de gemeente hem verteld dat de kaart gedigitaliseerd moest worden. Na veel telefoontjes is de gehandicaptenparkeerkaart van betrokkene gedigitaliseerd.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat alleen inwo-ners van Hoorn op parkeerplaatsen voor vergunninghouders mogen parkeren, mits zij beschikken over een digitale gehandicaptenparkeerkaart. Ondanks dat betrokkene niet in Hoorn woont, en hij dus eigenlijk niet op de plek voor vergunninghouders mocht parkeren, heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht de boete tot de helft te matigen. De regels zijn niet geheel duidelijk geweest en betrokkene was niet op de hoogte van de gewijzigde situatie.

De kantonrechter begrijpt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie, maar ziet reden de boete te matigen tot nihil. Betrokkene parkeert al 32 jaar op de pleeglocatie en de situatie ter plaatse is kort voor de gedraging veranderd. Betrokkene was niet op de hoogte van deze wijziging, en de kantonrechter kan niet vaststellen hoe betrokkene hiervan op de hoogte kon zijn. Het beroep is daarom gegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.