Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 20 februari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13178Zaaknummer 11273506 WM VERZ 24-1258

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11273506 WM VERZ 24-1258
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond;

‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11273506 \ WM VERZ 24-1258

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 20 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

gemachtigde: [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 31 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.

De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken).

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene heeft gesteld dat betrokkene had moeten worden staande gehouden en dat de verklaring van de verbalisant daarover te summier is omdat verkeersdrukte op zichzelf geen reden is om niet staande te houden.

In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:

“Ik, verbalisant, zag dat genoemd voertuig enige tijd achter mij reed. Toen op enig moment het verkeer voor mij wat vertraagde zag ik dat genoemd voertuig het fietspad op reed en mij rechts passeerde over het fietspad. Ik zag dat genoemd voertuig hierbij al het overige autoverkeer voorbij reed om vervolgens richting de veerboot Teso te rijden. (…) Reden geen staandehouding: verbalisant was door het overige verkeer niet in staat om achter genoemd voertuig aan te rijden.“.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de verklaring van de verbalisant met betrekking tot de staandehouding te summier is en daarom niet kan worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. De vertegenwoordiger van de officier van justitie verzoekt de kantonrechter het beroep daarom gegrond te verklaren.

De kantonrechter overweegt dat uit artikel 5 WAHV volgt dat de boete kan worden opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het voertuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven, tenzij direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is van het voertuig waarmee de gedraging is verricht. Dit betekent dat als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van die bestuurder voordoet, de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder. De verbalisant heeft verklaard dat hij op de weg richting de veerboot reed toen hij zag dat betrokkene het fietspad op reed op het moment dat het verkeer vertraagde. Uit raadpleging van het openbaar toegankelijk topografisch materiaal via Google Maps en Street View is het de kantonrechter gebleken dat de Pontweg een tweebaans weg is met tegenliggend verkeer. De kantonrechter is van oordeel dat uit de verklaring van de verbalisant in samenhang met de situatie ter plaatse voldoende aannemelijk is dat er voor de verbalisant geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is dus naar het oordeel van de kantonrechter terecht opgelegd aan de kentekenhouder.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond;

‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.