Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 14 februari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13168Zaaknummer 11264778 WM VERZ 24-1195

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11264778 WM VERZ 24-1195
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten).

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de pleeglocatie luidt “Diamantweg” en het bedrag van de boete wordt gematigd tot € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11264778 \ WM VERZ 24-1195

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 14 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

gemachtigde: [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 31 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.

De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder na verlaten doorgaande rijbaan een andere richting volgen dan de richting van de uitrijstrook.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene voert aan dat de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal erkent dat er sprake is geweest van een vergissing en dat de boete is opgelegd op basis van horen zeggen. Tevens stelt de gemachtigde dat de redelijke termijn van berechting ernstig is overschreden.

De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “…Op 22-04-2022 was ik belast met de onopvallende surveillance op de openbare weg in Alkmaar. (…) Ik zag dat de VW Golf ongeveer 50 meter achter de personenauto op de rechterrijstrook reed. Ik zag de VW Golf zijn snelheid fors verhoogde en de personenauto inhaalde en op de kruising, vlak voor de rijbaanscheiding naar rechts stuurde om zijn weg op de enkele rijstrook te vervolgen. De VW Golf heeft niet de verplichte rijrichting gevolgd. Tevens was het rijgedrag niet passen bij goed chauffeursschap. Ik heb de VW Golf daarna een volgteken gegeven middels het politietransparant in mijn onopvallende dienstvoertuig en meegenomen naar de controleplaats P9. Daar heb ik mijn constateringen overgedragen aan verbalisant (…). Kennelijk is daar een miscommunicatie, danwel vergissing, geweest tussen mij, verbalisant (…), en (…). In het PV staat als pleeglocatie Smaragdweg, dit niet te zijn Diamantweg. (…).”

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting verzocht naar aanleiding van het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant de pleeglocatie te wijzigen naar Diamantweg en meegedeeld het standpunt voor het overige te handhaven. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat een verbalisant een boete mag opleggen naar aanleiding van de informatie van een collega die de gedraging heeft vastgesteld en verwijst daartoe naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[_43d71389-f359-4caf-854e-ab09a41e2f87]

Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete dient te worden gematigd met 25%[_6016d899-8b30-4db5-bade-73ae6a510af8].

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de uitgebreide en expliciete verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De miscommunicatie tussen de verbalisanten betreft niet de gedraging, maar betreft de pleeglocatie. De officier van justitie heeft de mogelijkheid de gegevens in een beschikking te wijzigen. Gelet op de verklaring van de verbalisant heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie voorgesteld de pleeglocatie te wijzigen naar Diamantweg. De kantonrechter overweegt dat niet gebleken is dat betrokkene door deze wijziging in enig belang wordt geschaad, zodat de pleeglocatie zal worden gewijzigd zoals is voorgesteld.

De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete met 25% te matigen.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd.

De kantonrechter zal met inachtneming van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[_f08e3f6d-2a95-4225-836f-cd55517b5ebb]beslissen op het verzoek tot vergoeding van de door betrokkene gemaakte proceskosten.

Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de pleeglocatie luidt “Diamantweg” en het bedrag van de boete wordt gematigd tot € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.