Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 2 augustus 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:9575Zaaknummer 10544333 WM

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
10544333 WM
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep gegrond. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel.

De uitspraak

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

- bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 10544333 \ WM VERZ 23-410

CJIB-nummer: 246809432

Uitspraakdatum: 2 augustus 2023

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

1 Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2 Overwegingen

2.1.

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.

2.2.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden. Haar telefoon zit altijd in de houder. Bovendien is betrokkene pas 13 uur later om 11 uur ’s avonds voor haar woning door de verbalisant aangesproken op haar gedrag.

2.3.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.

2.4.

In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.

Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“(…) Gedragingsgegevens: (…) Ik zag het voertuig slingeren. (…) Ik zag dat de vrouwelijke bestuurder een elektronisch apparaat, een telefoon, vast hield in haar rechterhand. Ik zag dat zij keek naar de telefoon en niet naar het verkeer. Dit leverde meerdere gevaarlijke momenten op voor het verkeer om haar heen. Later op die dag, 06-01-2022, had ik, verbalisant een nachtdienst. (…) Ik zag een bijrijder uitstappen lijkend op de vrouw die ik eerder die dag in het voertuig heb zien rijden. (…) Ik heb haar verteld dat ik heb gezien dast zij een gevaarlijke situatie veroorzaakte op de N242ter hoogte van Alkmaar eerder die dag. Bij het langzaam voorbij rijden zag ik dat zij met haar telefoon bezig was en deze aan het bedienen was met haar rechterhand.(…)”

Betrokkene is staande gehouden en heeft verklaard: “Ik heb de telefoon niet vastgehouden.”

Betrokkene heeft van meet af aan de gedraging betwist en bij staandehouding de gedraging ontkend. De kantonrechter heeft er geen twijfel over dat de verbalisant heeft gezien dat het voertuig van betrokkene slingerde en dat hij haar de telefoon zag bedienen. De vraag in onderhavig geval is of betrokkene de telefoon heeft vastgehouden. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dit niet overduidelijk. Eerst verklaart de verbalisant namelijk dat hij zag dat betrokkene de telefoon in haar rechterhand vasthield en later in diezelfde verklaring geeft de verbalisant aan dat hij zag dat betrokkene de telefoon bediende. Dit laatste evenals het slingeren, zou ook gebeurd kunnen zijn terwijl de telefoon in de houder zat. De kantonrechter is van oordeel dat de verklaring van de verbalisant tegenover het consistente verweer van betrokkene vragen oproept. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

- bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.