Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:4225Zaaknummer 10300590 WM

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
10300590 WM
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging voldoende komen vast te staan, wel matiging van de boete met 25% omdat betrokkene niet door de officier van justitie is gehoord.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het teveel betaalde bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 418,50 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 10300590 \ WM VERZ 23-41

CJIB-nummer: 248490792

Uitspraakdatum: 28 maart 2023

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

gemachtigde: Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach)

1 Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.

1.3.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting erkend dat de hoorplicht is geschonden, maar dat zij het niet eens is met de matiging van 25 procent. Er is hiertegen cassatie in het belang der wet ingesteld. Met betrekking tot de gedraging is er verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.

1.4.

De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2 Overwegingen

2.1.

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze.

2.2.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

2.3.

De beoordeling van het verweer met betrekking tot de schending van de hooplicht

De kantonrechter stelt vast dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. Betrokkene dient voor deze schending te worden gecompenseerd. Onder verwijzing van het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden[_c23149cc-214d-4a41-9312-a0e2a0aee31f], zal de kantonrechter het bedrag van de administratieve sanctie matigen met 25 procent. De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of de inleidende beschikking in stand kan blijven.

2.4.

De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd.

Betrokkene heeft de gedraging erkend, zodat deze is komen vast te staan. Betrokkene voert aan dat er om 2.00 uur ’s nachts geen andere parkeerplaats beschikbaar was. De gedraging is echter de volgende dag geconstateerd om 14.21 uur, zodat dit verweer naar het oordeel van de kantonrechter, geen verband houdt met de opgelegde boete. De kantonrechter overweegt daarnaast dat een beperkt aanbod van parkeerplaatsen geen deugdelijke grond vormt om het voertuig ter plaatse te parkeren. De boete is dus terecht opgelegd.

2.5.

Proceskosten

Nu het bedrag van de boete wordt gematigd, wordt de betrokkene in het gelijkgesteld[_369d3dc8-0c8a-4e59-a314-fe63357a8ad4] en komen de proceskosten voor de kantonfase voor vergoeding in aanmerking. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het teveel betaalde bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 418,50 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.