Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Holland, 3 oktober 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:14078Zaaknummer 10643631 \ WM VERZ 23-472
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 28 februari 2024
- Zaaknummer
- 10643631 \ WM VERZ 23-472
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zaanstad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WAHV. Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 10643631 \ WM VERZ 23-472
CJIB-nummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 3 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 25 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat zijn brommer niet harder kan dan 50 kilometer per uur. Daarnaast stelt betrokkene dat zijn brommer op 20 en 21 april 2022 is gecontroleerd door de politie en dat beide keren werd verklaard dat alles in orde was.
Uit het door de officier van justitie overgelegde overzicht van zaakgegevens en het door de verbalisant opgemaakte proces-verbaal en de daarbij overgelegde kalibratietabel is gebleken dat de snelheid is gecontroleerd door middel van een voor de meting geteste en op de voorgeschreven wijze gebruikte boordsnelheidsmeter.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“…De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 60.
Snelheid volgens kalibratietabel: 58.
Werkelijk (gecorrigeerde) snelheid: 55.
Toegestane snelheid: 30.
Overschrijding met: 25.
Meetafstand: 600,00 m.
Tussenafstand: 400 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 13-01-2023…”
Naar het oordeel van de kantonrechter is de gedraging op een juiste wijze geconstateerd en vastgesteld. Op het fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom is de maximumsnelheid 30 kilometer per uur. Betrokkene heeft de maximum toegestane snelheid overschreden met 25 kilometer per uur, zodat terecht een boete is opgelegd. Hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geeft de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.