Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 2 oktober 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:10540Zaaknummer 10606717 \ WM VERZ 23-425

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
2 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
10606717 \ WM VERZ 23-425
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Zaanstad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WAHV - stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autosnelweg zonder dat sprake is van een noodgeval - gegrond

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknummer: 10606717 \ WM VERZ 23-425

CJIB-nummer: 245016972

Uitspraakdatum: 2 oktober 2023

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 november 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autosnelweg zonder dat sprake is van een noodgeval.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan – kort weergegeven – dat hij met zijn elektrische auto gebruik moest maken van de vluchtstrook, omdat de accu van de auto leeg was en hij het eerstvolgende laadstation niet meer kon halen.

De kantonrechter stelt vast dat betrokkene te laat beroep heeft ingesteld. Betrokkene heeft een combinatie van omstandigheden genoemd als reden waarom hij te laat beroep heeft ingesteld, te weten een echtscheidingssituatie, de problematische verkoop van zijn woning, een financiële crisissituatie en schuldenproblematiek, en dat hij daardoor ‘kapot’ is. Die omstandigheden zijn in dit geval voldoende aannemelijk en voldoende reden om te oordelen dat de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar is. Er kan dus worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.

De stelling van betrokkene dat de accu van zijn elektrische auto leeg was en dat hij daarom van de vluchtstrook gebruik moest maken, wordt bevestigd door de verklaring van de verbalisant (hoofdagent). De verrbalisant heeft ook geconstateerd dat de accu van de auto volledig leeg was.

Volgens artikel 43 lid 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is het weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, behoudens in noodgevallen.

In rechtspraak is geoordeeld dat van een noodgeval met name sprake kan zijn bij objectief waarneembare noodsituaties, waarin betrokkene in het belang van de (verkeers)veiligheid niet anders kan dan zijn toevlucht nemen tot de vluchtstrook. Het geval waarin betrokkene zonder benzine kwam te staan en daarom gebruik maakte van de vluchtstrook, is aangemerkt als zo’n noodgeval. [_35b913e6-fc84-4eb6-9b9a-71a28f65beca]

Naar het oordeel van de kantonrechter is een lege accu in dit kader gelijk te stellen met een lege benzinetank. Het gebruik van de vluchtstrook door betrokkene vanwege een lege accu is daarom aan te merken als een noodgeval. Ook hier gaat het immers om een objectief waarneembare noodsituatie waarbij de (verkeers)veiligheid in het geding is. Dit betekent dat betrokkene gebruik mocht maken van de vluchtstrook en dat de gedraging niet is begaan. Dat het aan betrokkene zelf te wijten is dat hij met een lege accu kwam te staan, zoals de verbalisant stelt, doet er niet aan af dat sprake is van een noodgeval en een objectief waarneembare noodsituatie.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.