Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 28 november 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:12446Zaaknummer 10119702 WM VERZ 22-2048

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28 november 2022
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
10119702 WM VERZ 22-2048
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WAHV. Uit het complete zaakoverzicht, dat voor de zitting aan het dossier is toegevoegd, blijkt wat de precieze lengte van de betreffende trajectcontrole was. Hierdoor kan de gedraging worden vastgesteld. Gemachtigde heeft een beroep gedaan op de verlaging van het sanctiebedrag voor deze gedraging per 1 maart 2022. De inleidende beschikking bevat echter al het juiste boetebedrag. Beroep ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknummer: 10119702 \ WM VERZ 22-2048

CJIB-nummer: 247952759

Uitspraakdatum: 28 november 2022

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [adres]

woonplaats: [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)

gemachtigde: [gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 4 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1).

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Zo is aangegeven dat uit de gegevens in het dossier niet blijkt hoe lang de betreffende trajectcontrole was, zodat de gereden snelheid niet kan worden gecontroleerd, en de gedraging niet kan worden vastgesteld.

Op 24 november 2022 heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een compleet zaakoverzicht aan de kantonrechter toegezonden. Uit dat stuk is op te maken hoe lang het betreffende traject is. Hierdoor is de kantonrechter van oordeel dat alle informatie beschikbaar is om de gedraging te kunnen vaststellen. De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter stelt voorts vast dat de boete voor onderhavige gedraging met ingang van 1 maart 2022 is verlaagd naar € 33,00, en dat bij inleidende beschikking reeds het juiste, verlaagde bedrag in rekening is gebracht.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd voorts geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen aanleiding voor het vaststellen van een proceskostenvergoeding.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.