Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 4 maart 2021

ECLI:NL:RBNHO:2021:9420Zaaknummer 8570390 \ WM VERZ 20-553

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
4 maart 2021
Publicatiedatum
8 februari 2022
Zaaknummer
8570390 \ WM VERZ 20-553
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WAHV. De kantonrechter stelt voorop dat van betrokkene mocht worden verwacht dat hij oplettend is op aanwezige bebording. Zo nodig diende betrokkene zich er na het parkeren van te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats (zonder gebruik van een parkeerschijf) voor hem was toegestaan.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het verloop van de procedure
  2. Overwegingen
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 8570390 \ WM VERZ 20-553

CJIB-nummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 4 maart 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

De kantonrechter stelt voorop dat van betrokkene mocht worden verwacht dat hij oplettend is op aanwezige bebording. Zo nodig diende betrokkene zich er na het parkeren van te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats (zonder gebruik van een parkeerschijf) voor hem was toegestaan. Dat geldt te meer, omdat in dit geval blauwe belijning bij de parkeerplaats aanwezig was. Naar het oordeel van de kantonrechter is het bord niet dusdanig geplaatst dat dit redelijkerwijs voor betrokkene niet mogelijk was geweest. Weliswaar blijkt uit de overgelegde foto’s en google maps dat het bord is gedraaid, waardoor bij het inrijden alleen de achterzijde was te zien, maar daarmee was het niet zodanig uit het zicht dat de betrokkene dit niet had kunnen waarnemen. Dat de betrokkene de bebording daadwerkelijk niet heeft waargenomen, is dan ook een omstandigheid die voor zijn rekening en risico dient te blijven. Van hem mocht worden verwacht dat hij zich ervan zou vergewissen wat de regels rondom het parkeren ter plaatse waren en daarvoor zo nodig naar het bord toe moeten lopen. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding de sanctie te matigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.