Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Holland, 12 november 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:12456Zaaknummer 9467502 WM
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 12 november 2021
- Publicatiedatum
- 12 januari 2022
- Zaaknummer
- 9467502 WM
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WAHV. De kantonrechter stelt vast dat de identiteit van de bestuurder van het betrokken voertuig in dit geval niet is vastgesteld aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. Het vaststellen van de identiteit van de bestuurder kan echter ook op andere wijze plaatsvinden. Uit het zaakoverzicht en de ter zitting door de officier van justitie overgelegde verklaring van de verbalisanten blijkt dat de bestuurder bij de staandehouding desgevraagd de naam van betrokkene en zijn geboortedatum en -plaats heeft opgegeven. De verbalisanten hebben vervolgens de RDW geraadpleegd en vastgesteld dat de foto die daarin van betrokkene werd getoond overeenkwam met de persoon die als bestuurder optrad. Deze foto is ook ingebracht. Daarnaast hebben de verbalisanten verklaard dat zij de bestuurder al vaker hebben aangesproken op zijn rijgedrag. Daaruit maakt de kantonrechter op dat betrokkene ambtshalve bekend is bij deze verbalisanten. Deze omstandigheden, bij elkaar genomen, leiden tot het oordeel dat de verbalisanten de identiteit van de bestuurder op voldoende zorgvuldige wijze hebben vastgesteld.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 9467502 \ WM VERZ 21-494
CJIB-nummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 12 november 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 november 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: afslaan zonder richting aan te geven (met arm of richtingaanwijzer).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene betwist dat hij degene is die de gedraging heeft verricht en is staande gehouden. Hij vindt dat de verbalisanten onvoldoende onderzoek hebben verricht om de identiteit van de bestuurder van het voertuig op juiste wijze vast te stellen.
De kantonrechter stelt vast dat de identiteit van de bestuurder van het betrokken voertuig in dit geval niet is vastgesteld aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. Het vaststellen van de identiteit van de bestuurder kan echter ook op andere wijze plaatsvinden. Uit het zaakoverzicht en de ter zitting door de officier van justitie overgelegde verklaring van de verbalisanten blijkt dat de bestuurder bij de staandehouding desgevraagd de naam van betrokkene en zijn geboortedatum en -plaats heeft opgegeven. De verbalisanten hebben vervolgens de RDW geraadpleegd en vastgesteld dat de foto die daarin van betrokkene werd getoond overeenkwam met de persoon die als bestuurder optrad. Deze foto is ook ingebracht. Daarnaast hebben de verbalisanten verklaard dat zij de bestuurder al vaker hebben aangesproken op zijn rijgedrag. Daaruit maakt de kantonrechter op dat betrokkene ambtshalve bekend is bij deze verbalisanten. Deze omstandigheden, bij elkaar genomen, leiden tot het oordeel dat de verbalisanten de identiteit van de bestuurder op voldoende zorgvuldige wijze hebben vastgesteld. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat betrokkene degene is die is staande gehouden en de gedraging heeft verricht. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat het kenteken van het voertuig dat betrokkene bestuurde niet op naam stond van een onbekende, maar op naam van zijn oom.
Uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt verder voldoende dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd is verricht. Betrokkene heeft dat op zichzelf genomen ook niet betwist. De boete is dan ook terecht opgelegd en voor matiging is geen plaats.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.