Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 11 december 2018

ECLI:NL:RBNHO:2018:10845Zaaknummer C/15/279789 FT RK 18.1391

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
12 december 2018
Zaaknummer
C/15/279789 FT RK 18.1391
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WSNP Dat de weigering door de gemeente om schuldhulp te verlenen gelijk gesteld dient te worden met het mislukken van het minnelijk traject, volgt de rechtbank niet. Gelet op het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f jo artikel 288 lid 2 onder b Fw kan een verzoek op grond van artikel 284 lid 1 Fw slechts worden toegewezen als bij dat verzoek een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, is overgelegd. In hetgeen door de gemachtigde is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om hier van af te wijken.

De rechtbank:

3.1

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr K. van Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 11 december 2018.[_9afbbd63-4acf-47fd-940e-43117e379199]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND afwijzing schuldsaneringsregeling

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer: C/15/279789 FT RK 18.1391

vonnis van 11 december 2018

op het verzoek van:

[schuldenaar],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

schuldenaar.

1 De procedure

1.1

Op 05 oktober 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenaar strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1.2

Ter zitting van 29 november 2018 is schuldenaar, bijgestaan door mr. [A.], op het verzoek gehoord. Het proces-verbaal van de zitting wordt hier als ingelast beschouwd.

2 De beoordeling

2.1

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenaar in Nederland ligt.

2.2

Op grond van het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet (Fw) dient in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt. Deze verklaring is niet overgelegd.

2.3

Ter zitting heeft schuldenaar verklaard dat hij, in verband met een uitzichtloze financiële situatie, zich bij de gemeente heeft gemeld maar dat zijn verzoek om te worden geholpen door de schuldhulpverlener niet in behandeling is genomen. Vervolgens heeft schuldenaar zich tot mr. [A.] gewend.

2.4

Uit artikel 285 lid 1 onder f Fw jo artikel 48 lid 1 WCK volgt dat mr. [A.] ook de verklaring ex artikel 285 Fw kan afgeven, hetgeen door hem ter zitting is bevestigd. Ook door mr. [A.] is echter geen verklaring overgelegd.

2.5

De rechtbank stelt dan ook vast dat het minnelijk traject – zoals bedoeld in genoemd wetsartikel – niet is doorlopen, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2.6

Het standpunt van mr. [A.], dat de weigering door de gemeente om schuldhulp te verlenen gelijk gesteld dient te worden met het mislukken van het minnelijk traject, volgt de rechtbank niet. Gelet op het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f jo artikel 288 lid 2 onder b Fw kan een verzoek op grond van artikel 284 lid 1 Fw slechts worden toegewezen als bij dat verzoek een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, is overgelegd. In hetgeen door mr. [A.] is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om hier van af te wijken.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr K. van Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 11 december 2018.[_9afbbd63-4acf-47fd-940e-43117e379199]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.