Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Limburg, 4 maart 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:2411Zaaknummer NL:TZ:2602275:R-RK

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602275:R-RK
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schuldsaneringsverzoek niet-ontvankelijk vanwege het niet volgen van een minnelijk traject.

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van N.W.M. Clement, griffier.[_72cbfb29-50c0-4bd3-b828-b8f3c6a3fa0b]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Limburg

Team Insolventie

Zittingsplaats Maastricht

Rekestnummer: NL:TZ:2602275:R-RK

Vonnis van 4 maart 2026

op het verzoek van

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

verblijvende [adres], [woonplaats],

hierna te noemen verzoeker,

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

Verzocht is om toelating tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft op 27 januari 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

1.2.

Omdat in of bij het verzoek gegevens ontbraken, heeft de griffier ingevolge artikel 287 lid 2 Fw, op 30 januari 2026 een digitaal bericht gestuurd aan verzoeker met het verzoek de ontbrekende gegevens alsnog binnen een maand, derhalve uiterlijk op 2 maart 2026, te verstrekken.

1.3.

Bij bericht van 27 februari 2026 heeft verzoeker nadere stukken ingediend

1.4.

Nu het verzoek om na te melden redenen niet-ontvankelijk is, is verzoeker niet opgeroepen om te worden gehoord.

2 De beoordeling

2.1.

Uit artikel 285 lid 1 aanhef en onder f Fw blijkt dat in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage een met redenen omklede verklaring dient te worden opgenomen dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt. In hetzelfde artikellid, onder h, is bepaald dat een schuldenaar moet aangeven welke buitengerechtelijke regeling hij heeft aangeboden aan zijn schuldeisers, de reden waarom die niet is aanvaard en met welke middelen hij de regeling zou hebben kunnen nakomen als die wel was aanvaard.

2.2.

Uit de wet, en meer nog uit de wetsgeschiedenis, volgt dat het hebben aangeboden van een buitengerechtelijke schuldregeling een essentiële voorwaarde is om een verzoek te kunnen doen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling. Als aan deze voorwaarde niet is voldaan, kan een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet in behandeling worden genomen.

2.2.

Uit de bijlagen bij het verzoekschrift noch uit de aanvullende stukken blijkt dat er een minnelijk traject is gevolgd. Hiervoor is ook geen verklaring gegeven.

2.3

Nu er geen minnelijk traject heeft plaatsgevonden, voldoet het verzoek niet aan de wettelijke gestelde eisen en kan dit niet in behandeling worden genomen. Verzoeker wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van N.W.M. Clement, griffier.[_72cbfb29-50c0-4bd3-b828-b8f3c6a3fa0b]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.