Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 19 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:8146Zaaknummer 05-062225-25; 05-231843-25 (gev. ttz)

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
05-062225-25; 05-231843-25 (gev. ttz)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Zutphen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Man veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk voor handel in harddrugs en valsheid in geschrift bij zijn mbo-opleiding

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de telefoons (goednummers G3401996, G3401991 en G3401976);

 wijzigt de bijzondere voorwaarden in het kader van de schorsing, in die zin dat de bijzondere voorwaarde inhoudende de meldplicht bij de reclassering komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de tenlastelegging
  2. 2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie
  3. 3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs
  4. Dit komt dan nu neer op 525 euro
  5. 4 De bewezenverklaring
  6. 5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
  7. 6 De strafbaarheid van de feiten
  8. 7 De strafbaarheid van de verdachte
  9. 8 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
  10. 9 De beoordeling van het beslag
  11. 10 De toegepaste wettelijke bepalingen
  12. 11 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05-062225-25; 05-231843-25 (gev. ttz)

Datum uitspraak: 19 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats],

wonende aan [adres] [woonplaats].

raadsman: mr. E. van Reydt, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is (alleen ten aanzien van parketnummer 05-062225-25) na toewijzing van een vordering 314a Sv, ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05-062225-25

1.

hij op/in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 26

februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 22,3 gram cocaïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 5,4 gram heroïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

Ten aanzien van parketnummer 05-231843-25

hij,

in of omstreeks de periode van 23 september 2024 tot en met 23 juni 2025, te Apeldoorn en/of

Amersfoort en/of Lelystad en/of ‘s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

meermalen, althans eenmaal

één of meer documenten (als onderdelen van de opleiding sociaal werker en/of als onderdeel van het eindexamendossier van verdachte [verdachte] ), te weten

- Een document met de naam ‘ [naam] ’ (p. 466 - in het kader van opdracht [naam] ‘werkt aan kwaliteit’) en/of

- Een document met de naam ‘ [naam] ’ (p. 467 - in het kader van opdracht [naam] ‘versterkt het sociale netwerk’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 468 - in het kader van opdracht [naam] ‘Ondersteunt bij praktisch functioneren en participatie’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (pagina 469 – in het kader van Examenopdracht 1

[naam] ‘opzetten, uitvoeren coördineren van activiteiten’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 470 – in het kader van de [naam] ‘Evalueert de

aanpak’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 472 - in het kader van opdracht [naam] ‘Voert

administratieve taken uit’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p.473 – in het kader van de opdracht [naam], ‘Werkt aan kwaliteit’) en/of

- Een document met naam “Examen Keuzedeel ‘Ondernemendgedrag’’ (p.

474, ingeleverd op 16 november 2025 - in het kader van Keuzedeel ‘Ondernemend gedrag’) en/of

- Een document met naam ‘stageverslag 2025’ (p. 475, ingeleverd op 15 maart 2025 - in het kader van Keuzedeel ‘ [naam] ’ en/of

- Een document met naam ‘stageverslag 2025’ (p. 476, ingeleverd op 23 juni 2025 – in het kader

van diens stage als ambulant begeleider bij [organisatie])

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen,

(lid 1)

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of

heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om

die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen

gebruiken

en/of

(lid 2)

(telkens) opzettelijk van voormeld(e) geschrift(en) gebruik heeft/hebben gemaakt als ware

dit/deze echt en onvervalst en/of opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij, verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn (mede)dader(s)

- verdachte [verdachte] (telkens) opdracht(en) gegeven aan zijn medeverdachte [medeverdachte] om (tegen

betaling) opdrachten, gegeven in het kader van de door verdachte [verdachte] gevolgde

MBO-opleiding, te maken en/of

- verdachte [verdachte] daartoe aan medeverdachte [medeverdachte] inloggegevens gegeven zodat deze

(vervolgens) in staat was met die inloggegevens de opdrachten binnen de digitale

opleidingsomgeving (van [verdachte] bij ‘ [naam] ’) te downloaden en/of

- ( vervolgens) heeft [medeverdachte] de bovengenoemde documenten

geschreven/opgesteld en/of de opdrachten hoofdzakelijk uitgevoerd, en/of

(telkens onder of met vermelding van de naam van [verdachte]) heeft gemaakt

en/of deze documenten aan [verdachte] ter beschikking gesteld en heeft afgeleverd bij [verdachte] (met het oog om deze bij het opleidingsinstituut in te leveren) en/of

- ( vervolgens) heeft [verdachte] deze documenten (onder vermelding van zijn

naam) bij ‘ [naam] ’ ingeleverd en/of

- documenten waarop door [verdachte] van begeleiders en docenten verkregen

feedback was verkregen, de inhoud daarvan besproken, waarop [medeverdachte] de

inhoud heeft aangepast, waarna [verdachte] een aangepaste versie onder diens

naam heeft ingeleverd en/of

- ( aldus) op genoemde (examen-/school-)opdracht(en) en/of (stage-)verslag(en) (bestemd tot het

behalen van een diploma bij opleidingscentrum ‘ [naam] ’) als zijnde opgesteld/geschreven

door [verdachte] bij opleidingscentrum ‘ [naam] ’ ingeleverd en/of doen inleveren.

2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Ten aanzien van parketnummer 05-231843-25

De verdediging heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging wegens strijd met de beginselen van een goede procesorde. Daartoe is allereerst bepleit dat de zaak van medeverdachte [medeverdachte] is afgedaan met een strafbeschikking van (slechts) €1.500,-, terwijl [medeverdachte] volgens zijn verklaring 10 tot 15 mensen zou hebben geholpen met het schrijven van schoolopdrachten. Ook wordt geen van de personen voor wie [medeverdachte] opdrachten zou hebben gemaakt vervolgd door het Openbaar Ministerie, op verdachte na. Volgens de verdediging wordt in dit soort zaken nooit strafrechtelijke vervolging ingesteld. Er is geen vergelijkbare strafrechtelijke uitspraak gepubliceerd over valsheid in geschrift in onderwijsrechtelijke context, omdat het daarbij altijd gaat om vervalsing van diploma’s en dat is hier niet aan de orde.

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167 lid 1 Sv aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. Die beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een rechterlijke toetsing. Alleen in uitzonderlijke gevallen is plaats voor niet-ontvankelijkheid, namelijk wanneer de vervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde, zoals het verbod van willekeur. Daarvan is sprake wanneer geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn.

Van zo'n uitzonderlijk geval is geen sprake. Dat de zaak van [medeverdachte] is afgedaan middels een strafbeschikking en andere personen voor wie hij opdrachten zou hebben gemaakt niet zijn vervolgd, maakt de vervolging van verdachte nog niet willekeurig. Het enkele feit dat anderen die mogelijk eveneens strafbare feiten hebben gepleegd niet worden vervolgd, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist en die niet zijn gebleken.

Dat volgens de raadsman geen vergelijkbare uitspraken zijn gepubliceerd, leidt evenmin tot niet-ontvankelijkheid. Artikel 225 Sr beperkt de strafbaarstelling niet tot diploma’s of certificaten. Ook geschriften die in het kader van een opleiding of examinering worden ingediend, kunnen onder de reikwijdte van deze bepaling vallen. De betrouwbaarheid van examenstukken en het vertrouwen in de waarde van een diploma zijn belangen die door strafrechtelijke handhaving worden beschermd. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer.

De verdediging heeft zich verder beroepen op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1831). Die uitspraak ziet op de vraag of sancties die een onderwijsinstelling wegens fraude oplegt als een criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM moet worden aangemerkt. En aldus over het karakter van door een onderwijsinstelling genomen maatregelen. Niet of het plegen van valsheid in geschrift in het kader van een opleiding strafbare feiten kunnen zijn. De uitspraak staat daarom niet in de weg aan de onderhavige vervolging.

Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05-062225-25 [_9d44cba1-f313-43fc-8d5f-91e1762adda8]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de tenlastegelegde periode ten aanzien van feit 1 moet worden ingekort, nu verdachte heeft gedeald voor een periode van een aantal maanden vanaf december 2024 tot 25 februari 2025.

Beoordeling door de rechtbank

Dealen cocaïne en heroïne in de periode vanaf het laatste kwartaal 2024 tot en met 26 februari 2025

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30-34 met bijlagen p. 36-43;

- de NFiDENT-rapporten op p. 379, 380, 381, 385, 396, 397, 398, 399 400 en 401;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.

Dealen van cocaïne en heroïne vanaf 1 augustus 2022 tot en met 26 februari 2025

Verdachte verklaarde dat hij het laatste kwartaal van 2024 tot en met 26 februari 2025 dealde in cocaïne en heroïne. Verdachte gebruikte daarvoor de onder hem in beslaggenomen iPhone 12 en 13 met de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] en handelde (onder meer) onder de naam ‘ [alias] ’.[_3801fb5d-2f65-4bd7-8527-63cef4aad8ee]

[getuige 1] verklaarde dat zij sinds eind 2021 tot februari 2025 cocaïne kocht bij een vaste dealer in [plaats], die op WhatsApp – onder andere - een foto had met de tekst ‘ [alias] ’ en die zij tot maart 2025 op telefoonnummer [telefoonnummer] kon bereiken om drugs te bestellen. Hij had ook heroïne, dat heeft hij haar namelijk een keer per ongeluk gegeven. [getuige 1] herkende de persoon op de politiefoto, zijnde verdachte, als haar dealer.[_a8a09d3d-0840-4e01-a2c9-49b3c622e09f]

Ook [getuige 2] verklaart over een vaste dealer. Hij herkent de profielfoto ‘ [naam] ’, maar zegt ook wel eens ‘ [alias] ’ te hebben gezien. Hij had voor het eerst contact met deze dealer in 2019/2020, vóór corona. Hij herkende de persoon op de politiefoto, zijnde verdachte, als zijn dealer.[_a019949f-9434-4497-9ac1-408ff0fccccf]

[getuige 3] verklaarde bij de politie dat zij sinds in ieder geval 2019 cocaïne kocht bij dezelfde dealer van Marokkaanse afkomst, met wie ze contact had via WhatsApp op telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer]. Ze kocht voor €100 tot €150 per maand à 2 maanden aan cocaïne bij hem. Ook [getuige 3] herkende verdachte op de politiefoto als haar dealer.[_aeef8db2-4c1d-4c0e-b7bb-aed165916983]

In haar tweede verklaring bij de rechter-commissaris verklaarde [getuige 3] dat zij nooit drugs van verdachte had gekocht en dat haar contact met hem uitsluitend over voetbal ging. De rechtbank acht deze latere verklaring niet geloofwaardig. Haar verklaring bij de politie was gedetailleerd en vindt steun op essentiële onderdelen in de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2]. Bovendien herkende [getuige 3] verdachte op de politiefoto als haar dealer. De rechtbank gaat daarom uit van de eerste verklaring van [getuige 3].

Uit het voorgaande volgt dat verdachte de dealer is van wie [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2] cocaïne kochten. Hun verklaringen sluiten op essentiële punten op elkaar aan en worden bevestigd door de verklaring van verdachte zelf, die erkent onder de naam ‘ [alias] ’ en met genoemde telefoonnummers te hebben gedeald. [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2] kochten al ruim voor eind 2024 drugs bij verdachte. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte zich vanaf in ieder geval augustus 2022 bezighield met het dealen in cocaïne en heroïne. De tenlastegelegde periode kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Medeplegen

Voor medeplegen is vereist een voldoende nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht.

Verdachte verklaarde dat een ander de inkoop van de drugs die bestemd waren voor de verkoop regelde.[_ae79fcb5-13ce-4d38-8174-d0ba694bb2f3]

[getuige 1] verklaarde dat zij bij ‘ [alias] ’ drugs bestelde en dat zij vanuit haar woonplaats naar [plaats] reed om de drugs op te halen. De dealer die zij herkende als verdachte kwam vaak zelf de drugs brengen, maar gemiddeld 1 op de 6 keer kwam een andere persoon. Dit was een jongen met een pet. [getuige 1] herkende de jongen op de politiefoto als de andere persoon. Dit bleek te zijn [persoon 1] .[_46e681d8-e18d-4124-bd0e-f1f7a424f3c2]

[getuige 4] verklaarde dat haar dealer, waarbij zij verdachte herkende van een foto, vaak alleen kwam, maar dat er in sommige gevallen een donkere jongen naast hem in de auto zat. Dit was dan een zwarte man van ongeveer 20 jaar. Bij het tonen van een foto van [persoon 2] herkende zij deze man als de man die soms bij verdachte in de auto zat.[_dcb2afc6-5b40-4215-99d7-4ddedd946629]

Zowel [persoon 1] als [persoon 2] werden door de politie bovendien ambtshalve herkend als personen die zich bezig houden met de handel in verdovende middelen. Bij de aanhouding van verdachte werd in het dashboardkastje foto’s gevonden waarop verdachte stond afgebeeld met [persoon 1] en [persoon 2] .[_783ca9d1-81be-4de4-b821-8fbc418e785f]

Uit het voorgaande volgt dat verdachte samenwerkte bij het dealen in cocaïne en heroïne. Een ander regelde de inkoop van de drugs die werden verkocht en [persoon 1] en [persoon 2] leverden regelmatig de harddrugs af of waren aanwezig in het voertuig waarmee verdachte de drugs kwam afleveren. Daarmee is sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Het medeplegen van het verkopen, afleveren en verstrekken van cocaïne en heroïne kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30-34;

- de NFiDENT-rapporten op p. 379, 380, 381, 385, 396, 397, 398, 399 400 en 401;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.

Medeplegen

Verdachte verklaarde dat hij, elke keer wanneer hij ging dealen, de harddrugs van iemand anders kreeg om deze te verkopen.[_a91b8174-bed7-4878-bfa0-86c9ed7f632e] Daaruit volgt dat verdachte de harddrugs niet alleen in bezit had, maar ze van een ander kreeg met als doel om ze te verkopen of af te leveren. Verdachte en deze onbekende persoon hadden de harddrugs daarmee gezamenlijk tot hun beschikking. Daardoor is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking om de drugs in bezit te hebben, waardoor het medeplegen van het bezit van cocaïne en heroïne wettig en overtuigend worden bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 05-231843-25 [_cdafe8b0-c264-463e-be6e-fec524d6cffb]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er geen sprake is van valsheid in geschrift, zodat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat de door [medeverdachte] gemaakte opdrachten niet intellectueel vals zijn. Verder zouden de beschreven activiteiten door verdachte zelf zijn georganiseerd, heeft verdachte zelf de stage gelopen en heeft verdachte de inhoud van de opdrachten zelf aan [medeverdachte] aangeleverd. Verslagen van werkelijk opgedane ervaring zijn volgens de verdediging niet vals, ook niet als ze met AI zijn gemaakt. Bovendien bevatten de reglementen van de opleiding geen regels over hulp van anderen of AI.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten

Verdachte verklaarde dat hij sinds november 2023 staat ingeschreven bij [naam] in [plaats] en de opleiding [naam] volgde. Verdachte verklaarde dat hij moeite had met het op papier zetten van zijn opdrachten en daarom [medeverdachte] vroeg hem te helpen, dat hij [medeverdachte] zijn inloggegevens gaf zodat deze de opdrachten kon downloaden en dat hij de door [medeverdachte] gemaakte opdrachten vervolgens zelf inleverde.[_0a0a9466-66b8-4995-a3a5-4df7853b94f9]

Bij de aanhouding van verdachte op 26 februari 2025 werd zijn iPhone 15 in beslag genomen met telefoonnummer + [telefoonnummer]. Daarop stond een gesprek van 23 september 2024 tot 26 februari 2025 met contact ‘ [naam] ’ met telefoonnummer + [telefoonnummer]. Dit nummer bleek in het politiesysteem gekoppeld te zijn aan [medeverdachte] .[_386bb57b-3210-4716-a362-fcbe6ce69810]

Uit de gesprekken bleek het volgende:

23 september 2024:

[naam]: Kan je morgenavond bro?

[telefoonnummer]: Ja man bro

[telefoonnummer]: Rond hoelaat

[naam]: Rond 20:00

[telefoonnummer]: Is goed

[telefoonnummer]: Waar?

[naam]: [adres]

[naam]: Is onze [naam] kantoor bro

[naam]: Zien we elkaar daar

17 oktober 2024:

[telefoonnummer]: Ai was vergeten die oude opdrachten te sturen

[telefoonnummer]: Kan je ook niet keuzedeel maken

20 oktober 2024:

[naam]: broeder sorry man, ik ben helemaal vergeten te reageren

[naam]: kan je die keuzedeel naar mij sturen?

[telefoonnummer]: geen probleem

[telefoonnummer]: Je kan kiezen welke je wilt doen

[telefoonnummer]: Die vrouw zei dat we keuzedeel 3 het beste kunnen doen ofzo

[telefoonnummer]: stuurt afbeelding

De rechtbank merkt op dat verdachte een screenshot van een website stuurt met daarop afgebeeld het woord ‘’ZAAK’’.

[telefoonnummer]: En deze als je genoeg tijd hebt

30 oktober 2024:

[naam]: broeder

[naam]: [naam]

: ik heb deze gemaakt

[naam]: die stond niet in je lijst, moest je die ook nog maken toevallig?

[telefoonnummer]: Volgens mij is die van vorige periode

[telefoonnummer]: Ik ga ff kijken bro

1 november 2024:

[telefoonnummer]: stuurt afbeelding

De rechtbank merkt op dat verdachte wederom een screenshot van een website stuurt met daarop afgebeeld het woord ‘’ZAAK’’.

[telefoonnummer]: En deze als het kan bro

[naam]: Oh yes. Deze is wel heel uitgebreid. Maar komt sowieso goed

[telefoonnummer]: Als je die niet redt kan ik die ook zelf maken

[telefoonnummer]: Lukt binnen weekje denk je bro?

[naam]: Yes bro!

10 november 2024:

[naam]: deze is af

[naam]: [naam]

<bijlage>

[naam]: hier moet je ook even de beoordelingsformulier bij toevoegen op het einde die afgetekend is door je begeleider

[telefoonnummer]: Ja man

[telefoonnummer]: Die opdracht is van deze periode

[naam]: ik maak nu nog die 2 andere

[telefoonnummer]: dan heb ik alles gestuurd naar je

[telefoonnummer]: Van die nieuwe of doe oude?

[naam]: van deze heb ik nu net de eerste 2 gestuurd bro

[naam]: [naam]

<bijlage>

[telefoonnummer]: Kan je ze mailen bro

[telefoonnummer]: [e-mail address]

[naam]: yes

[naam]: heb je alle 6 de opdrachten gemaild bro

[naam]: je moet bij alle 6 dus die beoordelingsformulieren toevoegen en laten aftekenen

11 november 2024:

[naam]: broski, deze is gemaakt ook

[naam]: ik heb nu 7 opdrachten gemaakt broeder

[naam]: ik vraag normaal 100 euro voor opdrachten en 150 voor echt grote examens. Maar ik denk dat 75 euro een redelijke prijs is aangezien ik er veel voor je moet doen

[naam]: - [naam] gemaakt

- [naam] gemaakt

- [naam] gemaakt

- [naam] gemaakt

- [naam] gemaakt

- [naam] gemaakt

- Examen [naam]

Dit komt dan nu neer op 525 euro

13 november 2024:

[naam]: dit zijn echt grote opdrachten man bro

[naam]: heb er net eentje van de twee af

[naam]: 20 bladzijdes – 6000 woorden haha

[naam]: ik maak nu de tweede

[naam]: Examen [naam]

<bijlage>

[naam]: Examen [naam]

: Alsjeblieft bro allebei

[naam]: ik zal ze ook mailen

6 januari 2025:

[telefoonnummer]: Joo bro

[naam]: Yooo bro

[telefoonnummer]: Hoe is het

[naam]: goed man bro hoe is het met jou

[telefoonnummer]: Rustig bro

[telefoonnummer]: Paar opdrachten waren onvoldoende bro

[naam]: Kan je de feedback doorsturen bro? Dan pas ik dat zsm aan

[telefoonnummer]: Kan die feedback niet vinden

[telefoonnummer]: Lukt stagemap denk je ookv

[telefoonnummer]: ?

20 januari 2025

[telefoonnummer]: Had vraagje bro

[telefoonnummer]: De opdrachten waarvan ik alleen beoordeling moest invullen, moet ik ook evaluatieverslagen maken

[telefoonnummer]: Kan je die maken?

[telefoonnummer]: <afbeelding>

[naam]: die heb ik als het goed is allemaal opgestuurd man broeder

5 februari 2025:

[telefoonnummer]: Lukt het om aan stageverslag te beginnen bro?

[naam]: heb je daar de opdrachtomschrijving van bro in pdf bestand of word bestand?

[telefoonnummer]: Handleiding sep 23 stage en [naam]

<bijlage>

[naam]: top duidelijk bro

[naam]: wat is je deadline hiervoor?

[naam]: want ik vertrek morgen tm woensdag naar [plaats] voor [naam]

[telefoonnummer]: Ze zijn beetje onduidelijk

[telefoonnummer]: Ik ga ff vragen

19 februari 2025:

[naam]: broeder ik heb het bijna af

[naam]: is wel iets van 60-70 bladzijdes

[naam]: en 15.000 woorden haha

[naam]: echt een grote opdracht

[naam]: Stageverslag

<bijlage>

[naam]: en je moet ook ‘Logboek’ de data nog invullen bro

[naam]: dan is die helemaal af [_69e525ce-de62-40e7-8170-0b750c4293d0]

Door [medeverdachte] werden de opdrachten, die hij voor verdachte had gemaakt, verstrekt aan de politie. [naam] vergeleek deze opdrachten in hun plagiaatsysteem met de door verdachte ingeleverde documenten. Voor de ingeleverde documenten was de overeenkomst, op één opdracht na, groter dan 90%. Dit betroffen de opdrachten:

- Werkt aan kwaliteit [naam]; - Versterkt het sociale netwerk [naam];

- Ondersteunt bij praktisch functioneren en participatie [naam]; - Opzetten, uitvoeren, coördineren van activiteiten [naam];

- Evalueert de aanpak [naam]; - Voert administratieve taken uit [naam];

- Werkt aan kwaliteit [naam]; - Examen [naam];

- Examen [naam];

- Stageverslag [naam] ambulant begeleider bij [organisatie]. [_0782c125-c1f7-414d-a31e-14fde456b834]

[medeverdachte] verklaarde dat hij met verdachte sprak over het antwoord. De vragen voerde [medeverdachte] in op ChatGPT en het antwoord kwam er dan uitrollen. Op de vragen die op concrete antwoorden zagen, zoals wat er uitgevoerd was, werd input geleverd door verdachte. Vragen die zagen op bijvoorbeeld gevoel vulde AI in. Deze werkwijze gold voor alle gemaakte opdrachten.[_60d3d30b-2e83-48df-9cbd-ee99c849ca6b]

Conclusie

Op grond van artikel 225 lid 1 Sr is strafbaar degene die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of doet opmaken, met het oogmerk dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Op grond van lid 2 is strafbaar degene die opzettelijk van zo'n geschrift gebruik maakt als ware het echt en onvervalst.

De rechtbank zal beoordelen of de tenlastegelegde documenten geschriften met een bewijsbestemming zijn, of deze vals zijn en of verdachte deze documenten tezamen en in vereniging met [medeverdachte] heeft opgemaakt en vervolgens opzettelijk heeft gebruikt.

De vervaardiging

De rechtbank stelt vast dat verdachte weliswaar informatie heeft verstrekt over concrete activiteiten en werkzaamheden die in de opdrachten en verslagen moesten worden beschreven, maar dat [medeverdachte] de betreffende documenten vervolgens hoofdzakelijk heeft samen- en opgesteld. Dat volgt uit de verklaring van [medeverdachte] en uit de chats, waarin verdachte [medeverdachte] vroeg opdrachten te maken en daarbij weinig input leverde, [medeverdachte] de feedback aanpaste nadat verdachte onvoldoendes kreeg en [medeverdachte] de verbeterde documenten stuurde naar verdachte zonder dat van enige aanpassing van verdachte bleek. Bovendien was er sprake van meer dan 90% overeenkomst tussen de door [medeverdachte] gemaakte en de door verdachte ingeleverde documenten.

Dat verdachte bij concrete vragen inhoudelijke informatie verstrekte, maakt hem nog niet de opsteller van de geschriften. Het gebruik van ChatGPT door [medeverdachte] maakt dit evenmin anders. [medeverdachte] verklaarde dat hij de prompts invoerde, de antwoorden verwerkte, de documenten samenstelde en naar verdachte opstuurde. De rechtbank stelt daarom vast dat de documenten hoofdzakelijk en zonder veel input van verdachte door [medeverdachte] werden opgemaakt en vervolgens door verdachte onder eigen naam werden ingeleverd bij [naam].

Bestemd om tot bewijs te dienen

De door verdachte ingeleverde opdrachten, examens en stageverslagen zijn onderdeel van de opleiding [naam] en, voor zover het examenopdrachten betrof, ook van zijn examendossier. Deze documenten waren bestemd om de bekwaamheid van verdachte aan te tonen, zodat [naam] kon vaststellen of verdachte beschikte over de voor de opleiding en examinering vereiste kennis, vaardigheden en competenties.

Daarmee hadden de documenten naar hun aard en functie in het maatschappelijk verkeer een bewijsbestemming als bedoeld in artikel 225 Sr. Dat verdachte met de documenten thans nog geen diploma had behaald doet aan die bewijsbestemming niet af.

Valsheid

Bij valsheid in geschrift wordt onderscheid gemaakt tussen intellectuele en materiële valsheid. Van intellectuele valsheid is sprake indien de inhoud van een geschrift niet met de werkelijkheid overeenstemt. Van materiële valsheid is onder meer sprake indien een geschrift wordt gepresenteerd als afkomstig van een ander dan degene die het heeft opgesteld. Ook een inhoudelijk naar waarheid opgesteld geschrift kan valselijk zijn opgemaakt als een onjuiste voorstelling ontstaat omtrent de identiteit van de auteur en herkomst van het geschrift.

De verdediging heeft aangevoerd dat de door [medeverdachte] opgestelde opdrachten niet intellectueel vals zijn, omdat verdachte de beschreven activiteiten daadwerkelijk heeft verricht en de voor de opdrachten benodigde inhoud aan [medeverdachte] heeft aangeleverd.

De rechtbank stelt vast dat de vraag of de beschreven activiteiten daadwerkelijk door verdachte zijn verricht in dit kader niet beslissend is voor de valsheid. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte] de betreffende opdrachten en verslagen met weinig input van verdachte heeft opgesteld, terwijl deze door verdachte onder zijn eigen naam bij [naam] werden ingediend. Daarmee werd de indruk gewekt dat de geschriften door verdachte zelf waren geschreven. De valsheid is gelegen in de herkomst en auteurschap van geschriften en daarmee is sprake van materiële valsheid.

Het ontbreken van specifieke regels in het opleidingsreglement over het inschakelen van derden of gebruik van AI bij het maken van opdrachten leidt niet tot een ander oordeel. Voor de vraag of sprake is van valsheid in geschrift in de zin van artikel 225 Sr is bepalend of de geschriften valselijk zijn opgemaakt en bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen. De rechtbank concludeert dan ook dat er sprake is van valsheid in geschrift.

Door de valselijk opgemaakte geschriften vervolgens onder verdachtes eigen naam bij [naam] in te dienen, heeft verdachte deze bovendien opzettelijk gebruik als ware zij echt en onvervalst. Daarmee is ook het in artikel 225 lid 2 Sr bedoelde gebruik bewezen.

Medeplegen

Voor medeplegen is vereist een voldoende nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht.

Verdachte gaf aan [medeverdachte] de opdracht om zijn opdrachten, examens en stageverslagen te maken, verstrekte daartoe aan [medeverdachte] zijn inloggegevens zodat [medeverdachte] de opdrachten kon downloaden, sprak met [medeverdachte] over de bedragen per opdracht voor zijn werkzaamheden en leverde slechts summiere informatie voor de inhoud aan. [medeverdachte] stelde de documenten vervolgens op, verwerkte de feedback van verdachte en stuurde de aangepaste en voltooide documenten naar verdachte.

[medeverdachte] wist dat de documenten bestemd waren om door verdachte te worden ingeleverd: hij wees verdachte erop dat bij de opdrachten beoordelingsformulieren moesten worden gevoegd en door zijn begeleider moesten worden afgetekend. Hieruit volgt dat verdachte en [medeverdachte] bewust en in overleg hebben samengewerkt aan het valselijk opmaken van de documenten. De bijdrage van zowel verdachte als [medeverdachte] was daarbij van voldoende gewicht. [medeverdachte] stelde de documenten op, verdachte gaf daartoe de opdracht en leverde de opdrachten in. De rechtbank concludeert dat er sprake is van medeplegen.

4 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer 05-062225-25 en 05-231843-25 heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05-062225-25

1.

hij op/in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 26

februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 22,3 gram cocaïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 5,4 gram heroïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

Ten aanzien van parketnummer 05-231843-25

hij,

in of omstreeks de periode van 23 september 2024 tot en met 23 juni 2025, te Apeldoorn en/of

Amersfoort en/of Lelystad en/of ‘s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

meermalen, althans eenmaal

één of meer documenten (als onderdelen van de opleiding sociaal werker en/of als onderdeel van het eindexamendossier van verdachte [verdachte] ), te weten

- Een document met de naam ‘ [naam] ’ (p. 466 - in het kader van opdracht [naam] ‘werkt aan kwaliteit’) en/of

- Een document met de naam ‘ [naam] ’ (p. 467 - in het kader van opdracht [naam] ‘versterkt het sociale netwerk’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 468 - in het kader van opdracht [naam] ‘Ondersteunt bij praktisch functioneren en participatie’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (pagina 469 – in het kader van Examenopdracht 1

[naam] ‘opzetten, uitvoeren coördineren van activiteiten’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 470 – in het kader van de [naam] ‘Evalueert de

aanpak’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p. 472 - in het kader van opdracht [naam] ‘Voert

administratieve taken uit’) en/of

- Een document met naam ‘ [naam] ’ (p.473 – in het kader van de opdracht [naam], ‘Werkt aan kwaliteit’) en/of

- Een document met naam “Examen Keuzedeel ‘Ondernemendgedrag’’ (p.

474, ingeleverd op 16 november 2025 - in het kader van Keuzedeel ‘Ondernemend gedrag’) en/of

- Een document met naam ‘stageverslag 2025’ (p. 475, ingeleverd op 15 maart 2025 - in het kader van Keuzedeel ‘ [naam] ’ en/of

- Een document met naam ‘stageverslag 2025’ (p. 476, ingeleverd op 23 juni 2025 – in het kader

van diens stage als ambulant begeleider bij [organisatie])

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen,

(lid 1)

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of

heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om

die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen

gebruiken

en/of

(lid 2)

(telkens) opzettelijk van voormeld(e) geschrift(en) gebruik heeft/hebben gemaakt als ware

dit/deze echt en onvervalst en/of opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij, verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn (mede)dader(s)

- verdachte [verdachte] (telkens) opdracht(en) gegeven aan zijn medeverdachte [medeverdachte] om (tegen

betaling) opdrachten, gegeven in het kader van de door verdachte [verdachte] gevolgde

MBO-opleiding, te maken en/of

- verdachte [verdachte] daartoe aan medeverdachte [medeverdachte] inloggegevens gegeven zodat deze

(vervolgens) in staat was met die inloggegevens de opdrachten binnen de digitale

opleidingsomgeving (van [verdachte] bij ‘ [naam] ’) te downloaden en/of

- ( vervolgens) heeft [medeverdachte] de bovengenoemde documenten

geschreven/opgesteld en/of de opdrachten hoofdzakelijk uitgevoerd en/of

(telkens onder of met vermelding van de naam van [verdachte]) heeft gemaakt

en/of deze documenten aan [verdachte] ter beschikking gesteld en heeft afgeleverd bij [verdachte] (met het oog om deze bij het opleidingsinstituut in te leveren) en/of

- ( vervolgens) heeft [verdachte] deze documenten (onder vermelding van zijn

naam) bij ‘ [naam] ’ ingeleverd en/of

- documenten waarop door [verdachte] van begeleiders en docenten verkregen

feedback was verkregen, de inhoud daarvan besproken, waarop [medeverdachte] de

inhoud heeft aangepast, waarna [verdachte] een aangepaste versie onder diens

naam heeft ingeleverd en/of

- ( aldus) op genoemde (examen-/school-)opdracht(en) en/of (stage-)verslag(en) (bestemd tot het

behalen van een diploma bij opleidingscentrum ‘ [naam] ’) als zijnde opgesteld/geschreven

door [verdachte] bij opleidingscentrum ‘ [naam] ’ ingeleverd en/of doen inleveren.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05-062225-25

feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Ten aanzien van parketnummer 05-231843-25

feit 1:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

6 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er bij de strafoplegging rekening mee moet worden gehouden dat er in juli 2025 tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging overeenstemming was bereikt over de inhoud van de procesafspraken. Dit ging om een gevangenisstraf van 457 dagen waarvan 270 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 180 uren. Verdachte heeft zich tijdens de voorlopige hechtenis aan de voorwaarden gehouden, is gaan werken en heeft gezorgd voor zijn vader.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dealen in harddrugs over een zeer lange periode. Het dealen in harddrugs brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee en kan leiden tot verslavingen met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en hun omgeving. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de handel in harddrugs een lucratieve vorm van criminaliteit is die veelal gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit en daarmee de samenleving ernstige schade toebrengt. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het criminele drugscircuit en de daarmee samenhangende drugsproblematiek. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en zich niet bekommerd om de schadelijke gevolgen voor anderen. Daarbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking dat verdachte ook cocaïne en heroïne voorhanden heeft gehad.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en heeft hij vervolgens gebruik gemaakt van valse geschriften. In het kader van zijn MBO-opleiding [naam] heeft verdachte diverse documenten ingediend die door een ander voor hem waren opgesteld. Daarmee heeft verdachte niet alleen de regels van de opleiding overtreden, maar ook bewust een onjuiste voorstelling van zaken gegeven over zijn kennis en vaardigheden. Dit klemt temeer bij een opleiding die gericht is op het werken met (kwetsbare) mensen die ondersteuning en zorg nodig hebben. Het handelen van verdachte raakt daarmee niet alleen de betrouwbaarheid en de waarde van (zorg)diploma’s, maar kan ook afbreuk doen aan het vertrouwen dat patiënten in een gediplomeerde beroepsbeoefenaar kunnen stellen.

De persoon van verdachte

Uit het reclasseringsrapport van 15 januari 2026 is naar voren gekomen dat er bij een bewezenverklaring sprake is van een gemiddeld tot hoog recidiverisico gezien de lange periode waarin de tenlastegelegde feiten hebben plaatsgevonden. Gezien de proceshouding van verdachte, het ontbreken van een hulpvraag en lage responsiviteit voor reclasseringsbemoeienis adviseert de reclassering een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert verder om de schorsing van verdachte te beëindigen of de bijzondere voorwaarden te wijzigen, omdat zij geen meerwaarde ziet in het voortzetten van het toezicht.

De straf

Bij het bepalen van de hoogte van de straf zoekt de rechtbank in beginsel aansluiting bij uitspraken van rechtbanken in soortgelijke zaken en bij de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten vermelden alleen al voor het dealen in harddrugs gedurende 6 tot 12 maanden een gevangenisstraf van 12 maanden. De periode waarin verdachte zich heeft beziggehouden met de handel in harddrugs overstijgt deze termijn in aanzienlijke mate.

De lange duur van de drugshandel maakt dat de rechtbank de feiten als bijzonder ernstig aanmerkt. Verdachte heeft maar beperkte openheid van zaken gegeven, onder andere door maar voor een deel van de tenlastegelegde periode van het dealen verantwoordelijkheid te nemen. Verder weegt de rechtbank mee dat het recidiverisico door de reclassering als gemiddeld tot hoog wordt ingeschat. Gelet op de lange duur van de handel in harddrugs en daarmee de ernst van dat feit, is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het recidivegevaar en als waarschuwing aan verdachte, zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte opleggen.

In het kader van procesafspraken had het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van 457 dagen waarvan 270 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 180 uren aan verdachte voorgelegd. De rechtbank stelt voorop dat de rechtbank niet is gebonden aan procesafspraken die tussen partijen worden besproken of gemaakt. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een proces dat lang heeft geduurd, mede vanwege het niet voortzetten van de procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte. De rechtbank zal daar bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf in het voordeel van verdachte in enige mate rekening mee houden, maar de rechtbank is van oordeel dat met name de ernst van de feiten en de zeer lange periode van de drugshandel een aanzienlijk langere gevangenisstraf rechtvaardigen.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaren. In het kader van de schorsing van verdachte zal de meldplicht als bijzondere voorwaarde komen te vervallen, nu zowel de reclassering als verdachte daarin geen meerwaarde meer zien.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

9 De beoordeling van het beslag

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05-062225-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen telefoons verbeurd kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte is op 26 februari 2025 aangehouden door de politie. Verdachte had naast een hoeveelheid cocaïne en heroïne en een contant geldbedrag ook 3 iPhones bij zich. De iPhones (goednummers G3401996, G3401991 en G3401976) zullen worden verbeurd verklaard, nu door middel van deze goederen is gedeald in harddrugs.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet;

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de telefoons (goednummers G3401996, G3401991 en G3401976);

 wijzigt de bijzondere voorwaarden in het kader van de schorsing, in die zin dat de bijzondere voorwaarde inhoudende de meldplicht bij de reclassering komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025089909, gesloten op 6 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
  2. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.
  3. Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 132-136 met bijlagen p. 138 t/m 152.
  4. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 155-159.
  5. Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 167-170 met bijlagen p. 172 en p. 175.
  6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.
  7. Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 135.
  8. Proces-verbaal verhoor van getuige, p. 121-125.
  9. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 90 met bijlage p. 105.
  10. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.
  11. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] en [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ON34025007, gesloten op 24 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
  12. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.
  13. Het proces-verbaal van aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, p. 279-281.
  14. Bijlagen van het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 505-520.
  15. Het proces-verbaal van aangifte, p. 463-465 met bijlagen p. 466-476.
  16. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, p. 4.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.