Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:31082Zaaknummer C/09/682263

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/682263
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verjaring vorderingen ter vergoeding van schade naar aanleiding van een verkeersongeval. Aan de vorderingen in vrijwaring wordt daarom niet toegekomen.

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1.

wijst de vorderingen van AMS af,

6.2.

veroordeelt AMS in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als AMS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.

veroordeelt AMS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in de vrijwaringszaak

6.5.

wijst de vorderingen van [partij C] en One Underwriting af,

6.6.

veroordeelt [partij C] en One Underwriting in de proceskosten van € 14.697,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij C] en One Underwriting niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

6.7.

veroordeelt [partij C] en One Underwriting tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.8.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp, mr. P.M. de Keuning en mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Waar gaat de zaak over?
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK Den Haag

Team handel

zaak-/rolnummers: C/09/682263 / HA ZA 25-270 en C/09/701216 / HA ZA 26-250

Vonnis van 21 oktober 2026

in de zaak met zaaknummer C/09/682263 / HA ZA 25-270, de hoofdzaak, van:

ACCIDENT MANAGEMENT SERVICES B.V. te Almere,

in haar hoedanigheid van Nederlandse vertegenwoordiger van de buitenlandse vennootschap Euro Insurance DAC,

eiseres,

hierna te noemen: AMS,

advocaat: mr. I.K. Verhoeks,

tegen

1 ONE UNDERWRITING B.V.te Amsterdam,in haar hoedanigheid van Nederlandse vertegenwoordiger van de buitenlandse vennootschap Ethias N.V./S.A.,hierna te noemen: One Underwriting,

2. [partij C] te [woonplaats],hierna te noemen: [partij C],

gedaagdenadvocaat: mr. C. Banis,

en in de zaak met zaaknummer C/09/701216 / HA ZA 26-250, de vrijwaringszaak, van:

1 ONE UNDERWRITING B.V.te Amsterdam,in haar hoedanigheid van Nederlandse vertegenwoordiger van de buitenlandse vennootschap Ethias N.V./S.A.,hierna te noemen: One Underwriting,

2. [partij C] te [woonplaats],hierna te noemen: [partij C],

eisers in vrijwaring, advocaat: mr. C. Banis,

tegen

STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER te Den Haag,

gedaagde in vrijwaring,

hierna te noemen: het Waarborgfonds,

advocaat: mr. R. Gruben.

1 Waar gaat de zaak over?

In 2019 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de A12. AMS heeft voor een van de betrokken bestuurders de schade vergoed en wil het uitgekeerde bedrag verhalen op [partij C], omdat die plotseling naar links uitweek en de verzekerde van AMS aanreed. [partij C] heeft van meet af aan gezegd dat hij moest uitwijken voor een auto die is doorgereden en dat die onbekend gebleven bestuurder het ongeval veroorzaakte. Hij beroept zich op overmacht. Zijn eigen schade is door het Waarborgfonds vergoed en volgens [partij C] en zijn verzekeraar had AMS ook het Waarborgfonds moeten aanspreken. Daarom is het Waarborgfonds in vrijwaring opgeroepen. Aan die vrijwaringszaak komt de rechtbank echter niet toe omdat de vorderingen van AMS zijn verjaard, waardoor zowel de vorderingen in de hoofdzaak als de vorderingen in de vrijwaringszaak worden afgewezen.

2 De procedure

2.1.

Het procesdossier in de hoofdzaak bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaardingen van 17 maart 2026 en 18 maart 2026 met 15 producties,

- het vonnis in incident van 14 januari 2026 en de daarin genoemde stukken,

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van 25 februari 2026 met 10 producties,

- productie 16 van AMS.

2.2.

Het procesdossier in de vrijwaringszaak bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 27 februari 2026 met 7 producties,

- de conclusie van antwoord van 5 augustus 2026 met 2 producties.

2.3.

Op 14 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak.

3 De feiten

3.1.

Op 14 januari 2019 vond omstreeks 10:04 uur een verkeersongeval plaats op de A12 te Harmelen, gemeente Woerden (hierna: het verkeersongeval). Op de plek waar het om gaat zijn vier rijstroken. Op de meest links gelegen rijstrook reed de heer [naam 1] met de door hem bestuurde Tesla Model S 75 (hierna: de Tesla). Op de rijstrook rechts daarvan reed de heer [partij C] met de door hem bestuurde Volvo V40 (hierna: de Volvo). Op de meest rechter rijstrook reed de heer [naam 2] in een BMW 119i (hierna: de BMW).

3.2.

De Volvo week plotseling naar links uit en raakte daarbij de Tesla. Daardoor draaide de Tesla 180 graden en schoot naar rechts over de overige rijstroken om uiteindelijk op de vluchtstrook aan de rechterzijde tegen de daar aanwezige vangrail tot stilstand te komen. Daarbij raakte de Tesla de BMW. [partij C] week naar eigen zeggen uit voor een rode Volkswagen Up! bestuurd door een onbekend gebleven bestuurder (hierna: de Up!), die rechts van hem reed en plots naar links kwam.

3.3.

De auto’s van [naam 1], [partij C] en [naam 2] zijn door een berger afgevoerd. Zij hebben gezamenlijk een tweetal schadeaangifteformulieren ingevuld en ondertekend. Hierop heeft [partij C] ingevuld dat hij verzekerd was bij Delta Lloyd.

3.4.

De Tesla was op 14 januari 2019 verzekerd bij AMS, op basis van allrisk condities. Daarnaast was met betrekking tot de Tesla op 14 januari 2019 een Schadeverzekering Inzittenden van kracht.

3.5.

Ten tijde van het ongeval was de Volvo op basis van de Wet Aansprakelijkheid Motorijtuigen (hierna: WAM) verzekerd bij Ethias N.V./S.A., waarvan One Underwriting de vertegenwoordiger in Nederland is.

Correspondentie schade [partij C]

3.6.

De door One Underwriting ingeschakelde schaderegelaar Dekra heeft zich namens One Underwriting op 14 april 2021 overeenkomstig artikel 25 WAM tot het Waarborgfonds gewend. In het bericht aan het Waarborgfonds staat onder meer:

“[…]

Op 14 januari 2019 vond een ongeval plaats te Harmelen. Volgens onze informatie is de veroorzaker van dit ongeval een onbekend gebleven motorrijtuig (een rode Volkswagen Polo) aansprakelijk voor dit ongeval. Wij achten het onbekend gebleven voertuig aansprakelijk, omdat dit voertuig van rijstrook is gewisseld en hierbij ex artikel 54 RVV geen vrije doorgang aan het bij onze opdrachtgever verzekerd voertuig heeft verleend.

[…]”

3.7.

Op 21 april 2021 heeft het Waarborgfonds het recht op schadevergoeding toegekend:

“[…]

In dit geval kunnen wij het recht op schadevergoeding toekennen. Wij zien uw vordering met belangstelling tegemoet.

[…]”

Het Waarborgfonds heeft de door het onbekend gebleven voertuig veroorzaakte schade en kosten van [partij C] en One Underwriting vergoed.

Correspondentie schade [naam 1]

3.8.

Op 29 januari 2021 heeft AMS een e-mail gestuurd aan Delta Lloyd met de volgende tekst:

“Geachte heer/mevrouw,

Op 14 januari 2019 was uw verzekerde, [bedrijfsnaam] BV, betrokken bij een verkeersongeval op de A12. Hierbij raakte onze verzekerde, de heer [naam 1] gewond. Wij hebben de schade heer [naam 1] in behandeling genomen op grond van een bij ons afgesloten SVI verzekering.

Ik stuur u in de bijlage een kopie van het ter zake opgestelde politierapport en een door beide partijen ondertekend schade-aangifteformulier. Graag verneem ik van u of u de aansprakelijkheid kunt erkennen zodat ik u de relevante stukken uit mijn dossier kan toesturen en de door ons betaalde voorschotten terug kan vorderen.

[…]”

3.9.

Op 1 februari 2021 heeft AMS een e-mail gestuurd aan AON (One Underwriting) met de volgende tekst:

“Bijgaand stuur ik u een aansprakelijkstelling inzake een voertuigschade. Ik verwijs u naar de brief die ik in eerste instantie naar Nationale Nederlanden had gestuurd. Deze brief is volgens het RDW voor u bestemd.

[…]”

3.10.

Op 24 februari 2021 heeft AON (One Underwriting) een e-mail gestuurd aan de ingeschakelde schaderegelaar Dekra, met AMS in cc, waarin staat:

“Beste Dekra,

Hierbij nog enkele stukken voor uw dossier.

Gelieve in behandeling te nemen en AMS te contacten.

[…]”

3.11.

Op 26 februari 2021 heeft Dekra een e-mail gestuurd aan AMS waarin staat:

“Via onze opdrachtgever One Underwriting hebben wij de bijlagen behorende bij uw aansprakelijkstelling ontvangen. De aansprakelijkstelling zelf ontbreekt echter, wilt u deze alsnog toesturen?”

3.12.

Op 16 januari 2024 heeft AMS opnieuw een e-mail gestuurd aan Dekra waarin het volgende is opgenomen:

“Bij bestudering van het dossier is gebleken dat u nimmer heeft gereageerd op onze aansprakelijkstelling vervat in bijgesloten mail.

Ik verzoek u vriendelijk mij te berichten of u de aansprakelijkheid kunt erkennen.”

3.13.

Op 10 juni 2024 heeft de advocaat van AMS een brief gestuurd aan [partij C] waarin hij aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die is ontstaan door het verkeersongeval.

4 Het geschil

in de hoofdzaak

4.1.

AMS vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. van recht verklaart dat (1) [partij C] aansprakelijk is voor het ontstaan van de aanrijding met de Tesla Model S 75, met kenteken [kenteken] en (2) One Underwriting verplicht is de door AMS geleden schade, kosten en wettelijk rente daarover aan AMS te betalen; en

II. [partij C] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan AMS van:

  • de cascoschade van € 37.123,97;
  • de bedrijfsschade van € 1.400;
  • de wettelijke rente daarover vanaf 14 januari 2019;
  • de SVI-schade van € 674.111,93, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2024;
  • de nakosten.
4.2.

AMS legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij naar aanleiding van het verkeersongeval op basis van de verzekeringsdekkingen die [naam 1] bij haar had aan diverse rechthebbenden schadevergoedingen heeft betaald en kosten heeft vergoed. Met het plotseling veranderen van rijstrook, reed [partij C] tegen de Tesla aan terwijl hij die ongehinderd voor moest laten gaan (op grond van artikel 54 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV). [partij C] heeft het ongeval veroorzaakt en [partij C] en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar zijn aansprakelijk voor de schade die door de aanrijding is veroorzaakt. De vordering is niet verjaard omdat AMS op 1 februari 2021 de aansprakelijkstelling aan One Underwriting heeft (door)gestuurd.

4.3.

[partij C] en One Underwriting voeren verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van AMS, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van AMS in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.

4.4.

[partij C] en One Underwriting leggen daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. De vorderingen van AMS zijn verjaard. De verjaringstermijn voor zowel de vordering van de letselschade als de casco- en bedrijfsschade is op de datum van het ongeval, dus 14 januari 2019, gaan lopen. Dit betekent dat de vordering op One Underwriting binnen drie jaren vanaf die datum had moeten worden gestuit (artikel 10 lid 1 WAM) en de vordering op [partij C] binnen vijf jaar (artikel 3:310 lid 1 BW). Pas op 10 juni 2024 is [partij C] aansprakelijk gesteld. Op dat moment was zowel de driejarige als de vijfjarige verjaringstermijn verlopen. De e-mail van 1 februari 2021 aan One Underwriting heeft de verjaring niet gestuit aangezien een aansprakelijkstelling daarbij ontbrak. Ook de e-mail van 16 januari 2024 kan niet als stuitingshandeling worden gezien, aangezien ook bij die e-mail geen aansprakelijkstelling was gevoegd. [partij C] is niet aansprakelijk voor enige schade omdat hij vanuit een overmachtssituatie naar links is uitgeweken, dit om de onbekend gebleven bestuurde van de Up! te ontwijken. De door AMS gestelde schade is niet voldoende onderbouwd en van het ontstaan van de schade kan haar verzekerde (ook) een verwijt worden gemaakt omdat uit de verklaringen van de betrokken bestuurders blijkt dat hij te hard reed. Tot slot geldt dat AMS bij het Waarborgfonds had kunnen en moeten aankloppen voor de vergoeding van de schade.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.6.

[partij C] en One Underwriting vorderen – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het Waarborgfonds veroordeelt tot voldoening aan [partij C] en One Underwriting van al hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak worden veroordeeld jegens AMS, vermeerderd met de wettelijke rente en het Waarborgfonds te veroordelen in de proceskosten en nakosten.

4.7.

[partij C] en One Underwriting leggen daaraan – samengevat – ten grondslag dat het Waarborgfonds op grond van artikel 6:10 BW in samenhang bezien met artikel 6:102 en 6:101 BW gehouden is om [partij C] en One Underwriting ter zake van de schade en kosten van AMS volledig te vrijwaren, aangezien de onbekend gebleven bestuurder van de Up! het verkeersongeval heeft veroorzaakt. Daarbij wijzen zij erop dat het Waarborgfonds aansprakelijkheid heeft erkend en de schade en kosten van [partij C] zonder enig voorbehoud vergoed.

4.8.

Het Waarborgfonds voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [partij C] en One Underwriting in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.

4.9.

Het Waarborgfonds beroept zich onder meer op verjaring De regresvordering van [partij C] en One Underwriting, voor verhaal van de door hen mogelijk aan AMS te vergoeden schade, is pas op 14 november 2025 kenbaar gemaakt aan het Waarborgfonds. Op dat moment was de driejarige verjaringstermijn (te rekenen vanaf de dag van het ongeval) ruimschoots voltooid.

4.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1.

[partij C] en One Underwriting doen in de eerste plaats een beroep op verjaring. Het gaat om een verjaringstermijn van drie jaar voor vorderingen op grond van de WAM, dat is in deze zaak de vordering tegen One Underwriting, een termijn van vijf jaar voor vorderingen op grond van onrechtmatige daad, dat is in deze zaak de vordering tegen [partij C] als bestuurder. De verjaringstermijnenzijn gaan lopen op 14 januari 2019 en geëindigd op 14 januari 2022 (artikel 10 WAM) en 15 januari 2024 (artikel 3:310 BW).

5.2.

Tussen partijen is in geschil of de verjaring is gestuit. AMS heeft aangevoerd dat de verjaring op 1 februari 2021 is gestuit door een bericht aan One Underwriting waarmee zij een e-mail met een aansprakelijkstelling doorstuurde. In het bericht aan One Underwriting wordt verwezen naar een aansprakelijkheidstelling die eerder (ten onrechte) aan een andere verzekeraar was gestuurd. Die aansprakelijkstelling maakte volgens AMS deel uit van de zogenoemde ‘e-mailslinger’ die als bijlage bij het bericht van 1 februari 2021 was meegestuurd. One Underwriting heeft de stukken blijkbaar doorgestuurd aan schadebehandelaar Dekra. AMS verwijst naar de hiervoor onder 3.8 tot en met 3.10 weergegeven berichten. [partij C] en One Underwriting betwisten dat de aansprakelijkstelling destijds is meegestuurd en dat de verjaring door het bericht is gestuit.

5.3.

Om werking te kunnen hebben en de verjaring te kunnen stuiten, moet de aansprakelijkstelling duidelijk zijn en One Underwriting daadwerkelijk hebben bereikt. Dat kan de rechtbank niet vaststellen. Bewijs dat bij het bericht van AMS aan One Underwriting de bedoelde ‘e-mailslinger’ met de e-mail aan Delta Lloyd uit 2019 was meegestuurd is niet geleverd. Het bericht van Dekra van 26 februari 2021 (zie hiervoor in 3.11) met de opmerking dat de aansprakelijkstelling ontbrak, wijst juist op het tegendeel.

En als de bedoelde bijlage al was meegestuurd, geldt dat AMS met het bericht van 1 februari 2021 niet voldoende duidelijk is geweest over de vordering die zij meende te hebben op One Underwriting. Een verwijzing naar een bijlage met een serie berichten waaronder – onderaan in die e-mailslinger – een relevant bericht, volstaat niet als aansprakelijkstelling en stuitingshandeling. Daar moet degene die wordt aangesproken niet naar hoeven zoeken. AMS mocht er in deze zaak ook niet op vertrouwen dat One Underwriting het relevante bericht had ontvangen en begrepen. Dekra had haar immers juist laten weten van niet. Het bericht van 1 februari 2021 heeft de verjaring dus niet gestuit.

5.4.

Omdat niet is gesteld of gebleken dat One Underwriting en [partij C] binnen vijf jaar na het ongeval andere berichten hebben ontvangen waaruit bleek dat [naam 1] en/of AMS aanspraak maakte op vergoeding van schade door het ongeval, is de vordering jegens beiden verjaard. De vorderingen van AMS worden daarom afgewezen.

5.5.

AMS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij C] c.s. worden begroot op:

- griffierecht€6.861,00
- salaris advocaat€7.446,00(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€14.496,00
5.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in de vrijwaringszaak

5.7.

Omdat de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen en [partij C] en One Underwriting niet worden veroordeeld enig bedrag aan AMS te betalen, zijn de vrijwaringsvorderingen niet toewijsbaar. Wat partijen in het kader van de vrijwaringszaak naar voren hebben gebracht behoeft daarom geen bespreking.

5.8.

[partij C] en One Underwriting zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van het Waarborgfonds worden begroot op:

- griffierecht€7.062,00
- salaris advocaat€7.446,00(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten€189,00(plus verhoging bij betekening)
Totaal€14.697,00
5.9.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1.

wijst de vorderingen van AMS af,

6.2.

veroordeelt AMS in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als AMS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.

veroordeelt AMS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in de vrijwaringszaak

6.5.

wijst de vorderingen van [partij C] en One Underwriting af,

6.6.

veroordeelt [partij C] en One Underwriting in de proceskosten van € 14.697,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij C] en One Underwriting niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

6.7.

veroordeelt [partij C] en One Underwriting tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.8.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp, mr. P.M. de Keuning en mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.