Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 15 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30453Zaaknummer C/09/701195 / FA RK 26-2450
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/701195 / FA RK 26-2450
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de rechtbank over beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd.
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboortedatum en woonplaats bij de rechtbank onbekend, en [belanghebbende], geboortedatum en woonplaats bij de rechtbank onbekend, over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1];
ontslaat de gecertificeerde instelling van de voogdij over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1],
benoemt de pleegouders [de pleegmoeder], geboren op [geboortedatum 2] 1984 in [geboorteplaats 2] en [de pleegvader], geboren op [geboortedatum 3] 1984 in [geboorteplaats 3] tot voogden over genoemde minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Meijers, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in aanwezigheid van mr. R.J. Gillot als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/701195 / FA RK 26-2450
Datum uitspraak: 15 september 2026
Beschikking van de rechtbank over beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
blijkens de registratie niet-ingezetene met woonplaats onbekend,
advocaat: mr. B.S. Haeften uit Den Haag,
[belanghebbende],
hierna te noemen: [belanghebbende],
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres in [land],
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
[de pleegmoeder],
hierna te noemen: de pleegmoeder,
en
[de pleegvader],
hierna te noemen: de pleegvader,
hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 maart 2026;
- bereidverklaring van de pleegouders van 25 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de pleegouders;
- de advocaat van de moeder;
- [naam 1], namens de gecertificeerde instelling.
- [naam 2], namens de Raad.
De moeder en [belanghebbende] zijn niet verschenen. De moeder en [belanghebbende] hebben geen bekende woon- of verblijfplaats. Gelet daarop zijn de moeder en [belanghebbende] openbaar opgeroepen voor de zitting van 15 september 2026 door middel van een advertentie in de op [geboortedatum 1] 2026 verschenen editie van de Staatscourant. De moeder en [belanghebbende] zijn niet ter zitting verschenen en hebben niet binnen de daarvoor gestelde termijn een verweerschrift ingediend.
2 De feiten
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, zijn de moeder en [belanghebbende] in [land] met elkaar gehuwd.
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, is [minderjarige] gedurende het huwelijk van de moeder en [belanghebbende] geboren.
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden zijn de moeder en [belanghebbende] belast met het ouderlijk gezag.
Deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 maart 2024 de gecertificeerde instelling tot voogdes over [minderjarige] benoemd.
[minderjarige] verblijft in een perspectief biedend pleeggezin, bij de pleegouders.
De pleegouders hebben zich bij brief van 25 juni 2026 bereid verklaard om de (pleegouder)voogdij te aanvaarden.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt het gezag van de moeder en [belanghebbende] te beëindigen en de pleegouders tot voogden over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt, samengevat weergeven, onderbouwd. De Raad is van mening dat de aanvaardbare termijn voor [minderjarige] ruimschoots is verstreken. [minderjarige] is kort na zijn geboorte uithuisgeplaatst en de voorlopige voogdij is destijds belegd bij de gecertificeerde instelling, vanwege de zorgelijke omstandigheden van de moeder. De gecertificeerde instelling is tot op heden de voogdes van [minderjarige]. De moeder kent een voorgeschiedenis van drugs- en alcoholgebruik, ook tijdens de zwangerschap van [minderjarige]. Hierdoor waren er na de geboorte zorgen over [minderjarige] zijn ontwikkeling. De moeder is volledig uit beeld geraakt bij de hulpverlening en het ontbreekt momenteel nog steeds aan contact met haar en zicht op haar situatie. Uit politiemeldingen kan de Raad afleiden dat de moeder een zwervend bestaan leidt zonder vaste woon- of verblijfplaats en dat de zorgen over haar drugs- en alcoholgebruik nog aanwezig zijn. De moeder heeft [minderjarige] in 2024 een keer gezien samen met de pleegouders, maar sindsdien is er geen contact meer met haar geweest. Ook vraagt zij niet om informatie over [minderjarige]. Over [belanghebbende] is de Raad er eerder onjuist vanuit gegaan dat hij geen gezag zou hebben, maar omdat hij getrouwd was met de moeder toen [minderjarige] werd geboren, is hij volgens de Raad de juridische vader van [minderjarige]. Er zijn nu duidelijke aanwijzingen dat hij waarschijnlijk niet de biologische vader van [minderjarige] is. [belanghebbende] verblijft onder kwetsbare omstandigheden in [land] zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij is nooit in het leven van [minderjarige] betrokken geweest en wenst dit ook niet. Gelet op de situatie van de moeder en [belanghebbende] zijn zij niet in staat en niet bereid om de zorgen weg te nemen en zelfstandig de verzorging en opvoeding voor [minderjarige] te dragen. [minderjarige] groeit inmiddels al ruime tijd op bij de pleegouders. Zijn opgroeiperspectief is in oktober 2024 door de gecertificeerde instelling ook bepaald bij de pleegouders. Door een definitieve beëindiging van het gezag van moeder en [belanghebbende] ontstaat er duidelijkheid en rust rondom gezag kwesties. Tevens kunnen de pleegouders op deze wijze worden belast met de pleegoudervoogdij en kan de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling worden afgesloten, nu de Raad de inzet van de gecertificeerde instelling niet langer nodig vindt.
4 De standpunten
De advocaat van de moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij na meerdere pogingen en via verschillende communicatiemiddelen niet met de moeder in contact is gekomen. Ter zitting heeft de advocaat van de moeder dan ook geen standpunt namens de moeder naar voren kunnen brengen.
De pleegouders stemmen in met het verzoek. Ter zitting hebben zij naar voren gebracht dat het momenteel goed gaat met [minderjarige]. De pleegouders verzorgen en voeden [minderjarige] op sinds hij vijf maanden oud is. Zijn opvoedvraag was aanvankelijk intensief vanwege de omvangrijke zorgen die er over hem waren. [minderjarige] ontwikkelt zich momenteel echter heel goed en de eerdere zorgen over hem zijn niet langer aan de orde. De pleegouders geven [minderjarige] sinds hij bij hen woont alle aandacht, tijd en liefde die hij nodig heeft en verdient. De pleegouders zijn zich er zeer van bewust dat [minderjarige] een biologische moeder en vader heeft, evenals overige familieleden in [land]. De pleegouders hebben de moeder van [minderjarige] één keer ontmoet, maar daarna is er geen contact meer met de moeder geweest. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] weet wie zijn (biologische) familie is en zij zetten zich dan ook in voor het bewerkstelligen van contact tussen [minderjarige] en zijn familieleden. Tot op heden is dat helaas niet gelukt, maar hier zullen de pleegouders zich voor blijven inzetten.
De gecertificeerde instelling stemt in met het verzoek. De gecertificeerde instelling is door de rechtbank benoemd als voogdes over [minderjarige]. De betrokkenheid van de gecertificeerde instelling bij [minderjarige] is vanwege het goede functioneren van de pleegouders echter beperkt. De pleegouders zijn meer dan in staat om de pleegoudervoogdij over [minderjarige] te dragen en de gecertificeerde instelling ziet dan ook niet langer de noodzakelijkheid van diens betrokkenheid. Bovendien kan de ondersteuning van pleegzorg alsnog betrokken in het kader van pleegoudervoogdij. Met de overdracht van de voogdij naar pleegoudervoogdij zou er feitelijk weinig aan de huidige situatie veranderen en er zal een gedegen overdracht plaatsvinden.
5 De beoordeling
Overweging vooraf met betrekking tot gezamenlijk ouderlijk gezag
De Raad is bij het verzoek om gezagsbeëindiging van [belanghebbende] uitgegaan van de verklaringen van de moeder en [belanghebbende] dat zij in [land] zijn gehuwd. De Raad beschikt echter niet over een huwelijksakte of ander bewijsstuk waaruit de rechtbank kan afleiden dat er daadwerkelijk een huwelijk tussen de moeder en [belanghebbende] is, of is geweest, waarbinnen [minderjarige] is geboren. Uit de beschikking van deze rechtbank van 4 april 2025 volgt dat de rechtbank er eveneens vanuit is gegaan dat er sprake was van een huwelijk en dat [belanghebbende] mogelijk de juridische vader met gezag zou zijn, maar dat hij (als hij al gezag zou hebben) naar Nederlands recht van rechtswege geschorst is in zijn gezag op grond van artikel 1:253r BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q BW gelet op de eerdere uitspraak van deze rechtbank van 25 maart 2024. Gelet op het voorgaande en in het belang van duidelijkheid voor [minderjarige] ziet de rechtbank aanleiding om er ook voor het onderhavige verzoek van uit te gaan dat [minderjarige] gedurende het huwelijk van de moeder en [belanghebbende] is geboren en zal het verzoek om gezagsbeëindiging van hen beiden worden beoordeeld.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank kan onder meer het gezag van een ouder beëindigen als een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn.[_f641d6e8-0f70-466d-a996-42770f9d31a0] De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij deze beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouders.[_e97f1f30-c5e0-4314-9b38-fd559a81a978] In die belangenafweging betrekt de rechtbank in onderhavige zaak de omstandigheid dat de moeder en [belanghebbende] nooit een opvoedrol hebben vervuld in het leven van [minderjarige]. Vanwege de kwetsbare omstandigheden waarin de moeder zich bevond en haar persoonlijke problematiek, is [minderjarige] vrijwel direct na zijn geboorte uithuisgeplaatst. De zorgen over de kwetsbare situatie van de moeder zijn er op dit moment nog steeds. Uit diverse politiemeldingen kan worden afgeleid dat de moeder in verschillende steden door de politie is gesignaleerd en dat er onder meer sprake van is van dakloosheid en alcohol- en drugsproblematiek. De moeder is verder al lange tijd volledig uit beeld bij de hulpverlening, zij heeft geen contact met [minderjarige] en evenmin contact met de pleegouders of pleegzorg. Wat betreft [belanghebbende] is het onduidelijk of hij de biologische vader, dan wel de juridische vader is. Hij verblijft in [land] en hij speelt geheel geen rol in het leven van [minderjarige]. Hij heeft aangegeven ook geen enkele betrokkenheid bij [minderjarige] te wensen. Gelet op deze omstandigheden ligt het niet in de rede dat de moeder of [belanghebbende] de verzorging en opvoeding van [minderjarige] kunnen en/of willen dragen. Het perspectief van [minderjarige] is door de gecertificeerde instelling al bepaald bij de pleegouders. [minderjarige] woont daar sinds hij vijf maanden oud is en hij ontwikkelt zich goed met de liefde, structuur en stabiliteit die zij hem geven. [minderjarige] is goed aan de pleegouders gehecht en zij doen alles binnen hun mogelijkheden om [minderjarige] gezond en positief op te laten groeien, met aandacht voor zijn verleden en zijn biologische familie. Ter ondersteuning kunnen zij blijvend profiteren van de hulp vanuit pleegzorg. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat zijn vaste opvoeders belangrijke beslissingen over hem kunnen nemen en dat hij hier ook voldoende op kan vertrouwen. Ook is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de gezagspositie van de moeder en [belanghebbende].
De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder en [belanghebbende] is voldaan en zal het verzoek toewijzen zoals is verzocht. De rechtbank is van oordeel dat de pleegouders in staat zijn om de juiste beslissingen te nemen die in het belang van [minderjarige] zijn. De rechtbank zal daarom de gecertificeerde instelling ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en de pleegouders benoemen tot voogden over [minderjarige].
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_99161225-fb2a-4a73-bb65-dd3e8dc732cc]
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboortedatum en woonplaats bij de rechtbank onbekend, en [belanghebbende], geboortedatum en woonplaats bij de rechtbank onbekend, over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1];
ontslaat de gecertificeerde instelling van de voogdij over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1],
benoemt de pleegouders [de pleegmoeder], geboren op [geboortedatum 2] 1984 in [geboorteplaats 2] en [de pleegvader], geboren op [geboortedatum 3] 1984 in [geboorteplaats 3] tot voogden over genoemde minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Meijers, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026, in aanwezigheid van mr. R.J. Gillot als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
- Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
- Artikel 2 Besluit Gezagsregisters.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.