Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 28 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:24594Zaaknummer NL26.47195
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.47195
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening hangende vrijheidsbeperkende maatregel, uitspraak op beroep, vovo afgewezen
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.47195
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Procesverloop
Bij besluit van 15 augustus 2026 is aan verzoekster op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Schengengrenscode[_e98bd57e-46af-417b-94d5-be086d2f96bd] de toegang tot Nederland geweigerd. Ook is aan verzoekster een vrijheidsbeperkende maatregel voor verblijf in de Schiphol lounge opgelegd op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw.[_03c0a6f8-358c-47e4-878e-9b9e40da00fa] De maatregel is inmiddels opgeheven en omgezet in een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw.
Verzoekster heeft op 15 augustus 2026 beroep ingesteld tegen de vrijheidsbeperkende maatregel met het verzoek tot schadevergoeding. Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.47194, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.