Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 31 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21794Zaaknummer NL26.40341

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 juli 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.40341
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 6, derde lid, Vw. Lichter middel - ambshalve toetsing.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.F. Elzenaar, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.40341

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. C. Chen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 17 juli 2026 is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en verweerder heeft de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

1.1.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. [_a1ad895f-7550-43be-828b-8bfe12d76bab]

1.2.

Partijen hebben toestemming gegeven om de zaak schriftelijk te behandelen. De gemachtigde van eiseres heeft op 21 juli 2026 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft hierop op 22 juli 2026 gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek op 27 juli 2026 gesloten.

Overwegingen

Wat is het toetsingskader?

2. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.

3. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser voert aan dat de maatregel voor hem onevenredig bezwarend is, omdat hij bang is voor dichte ruimtes. Ook was hij emotioneel tijdens zijn gesprek met Vluchtelingenwerk Nederland.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Had verweerder moeten volstaan met een lichter middel?

5. Niet in geschil is dat eiser aan de grens een asielaanvraag heeft ingediend, terwijl hij niet aan de voorwaarden voor toegang tot Nederland voldeed. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat hiermee aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw wordt voldaan.[_3d112e9d-7e41-4e57-945e-1619f413dd3a] Daarnaast heeft de Afdeling ook geoordeeld dat het grensbewakingsbelang in beginsel steeds het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel vereist, omdat een minder dwingende maatregel tot gevolg heeft dat toegang tot Nederland wordt verkregen.[_1ade95ce-0d95-4fb8-9cdf-c1cdb888b5e7]

Naar het oordeel van de rechtbank maken de omstandigheden van eiser niet dat er sprake is van zodanige omstandigheden dat zijn belang zwaarder weegt dan het grensbewakingsbelang. Hierbij heeft verweerder erop kunnen wijzen op dat eiser niet heeft aangetoond dat de detentie voor hem onevenredig bezwarend is en dat er medische voorzieningen zijn in het detentiecentrum.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

6. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.[_ba7ab0eb-a6e5-4ef5-a336-f1592ba73732]

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.F. Elzenaar, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.