Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 maart 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:3506Zaaknummer NL25.7689

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
NL25.7689
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 6, derde lid, van de Vw. De minister heeft de kennisgeving onnodig gedaan. Geen belang bij een inhoudelijke beoordeling. Niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

05 maart 2025

Documentcode: DSR46216675

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Documentcode: DSR46216675
  5. Rechtsmiddel

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht zaaknummer: NL25.7689

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn), en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: M. Smeulders).

Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2025 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

De minister heeft de rechtbank op 18 februari 2025 op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Partijen hebben toestemming verleend om de zaak zonder zitting af te doen.1 De gemachtigde van eiseres heeft op 24 februari 2025 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 27 februari 2025 hierop gereageerd. De rechtbank heeft op 28 februari 2025 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

  • De rechtbank is van oordeel dat de minister de kennisgeving onnodig heeft gedaan, omdat eiseres zelf al op 3 februari 2025 beroep tegen de bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Omdat het beroep tegen de maatregel al op grond van het beroepschrift in de zaak met het nummer NL25.5117 is beoordeeld in de uitspraak van 21 februari 2025, bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan als gevolg van de door de minister ingediende kennisgeving. De rechtbank zal het onderhavige beroep (NL25.7689) daarom niet-ontvankelijk verklaren.
  • Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

1. Zie artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

05 maart 2025

Documentcode: DSR46216675

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.