Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 juli 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:11527Zaaknummer NL24.26965

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juli 2024
Publicatiedatum
24 juli 2024
Zaaknummer
NL24.26965
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser heeft op 7 juni 2024 beroep ingesteld tegen de oplegging van de maatregel. Bij uitspraak van deze rechtbank van 3 juli 2024 is het beroep tegen de maatregel en het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond verklaard. Deze uitspraak is, blijkens het geautomatiseerde systeem van de rechtbank, digitaal verzonden om 13.40 uur. De kennisgeving is blijkens het digitale systeem van de rechtbank ontvangen op 3 juli 2024, om 10.24 uur. Dat is dus vóórdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het door eiser ingestelde beroep. Omdat ten tijde van de kennisgeving al een beroep aanhangig was, bestond voor verweerder geen verplichting als bedoeld in artikel 94, eerste lid, van de Vw. Deze verplichting bestond ook niet op grond van het arrest van het Hof van 8 november 2022 in zaken C.B. en X, omdat op het moment van het indienen van de kennisgeving het beroep nog aanhangig was. Er bestond dan ook geen verplichting om die voortduring ter toetsing voor te leggen. Deze verplichting bestaat ook niet op grond van artikel 96 van de Vw. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onverplicht en onnodig een kennisgeving ingediend. Het hiermee ingestelde beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. S.R.N. Parlevliet, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.26965

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. T. Esen),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 juni 2024 aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Verweerder heeft op 3 juli 2024 een kennisgeving ingediend. Deze kennisgeving heeft de rechtbank aangemerkt als een beroep tegen de voortduring van de maatregel.

Partijen hebben op 9 juli 2024 ingestemd met schriftelijke afdoening.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Cubaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1968.

1.1

Aan eiser is eerder op 28 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Deze maatregel is opgeheven op 4 juni 2024, omdat eiser op die datum, vergezeld van escorts van de Koninklijke Marechaussee, naar Cuba is gevlogen. Bij aankomst in Cuba is eiser de toegang geweigerd door de Cubaanse autoriteiten. Daarop is eiser, met escorts, teruggevlogen naar Nederland, via Madrid, Spanje. Bij aankomst in Nederland op 5 juni 2024 is aan eiser de toegang geweigerd op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6, van de Schengengrenscode[_5e9b3fd9-29e7-4aab-91ea-f288ab233e54] en hem is de hiervoor genoemde maatregel opgelegd.

Eiser heeft op 7 juni 2024 beroep ingesteld tegen de oplegging van de maatregel. Bij uitspraak van deze rechtbank van 3 juli 2024[_efd92a56-3df1-4cf3-b973-0f3659bda9fd] is het beroep tegen de maatregel en het beroep

tegen de toegangsweigering ongegrond verklaard. Deze uitspraak is, blijkens het geautomatiseerde systeem van de rechtbank, digitaal verzonden om 13.40 uur.

2. De rechtbank stelt vast dat de kennisgeving blijkens het digitale systeem van de rechtbank, is ontvangen op 3 juli 2024, om 10.24 uur. Dat is dus vóórdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het door eiser ingestelde beroep. Omdat ten tijde van de kennisgeving al een door eiser ingesteld beroep aanhangig was, bestond voor verweerder geen verplichting als bedoeld in artikel 94, eerste lid, van de Vw om de rechtbank in kennis te stellen van de oplegging van de maatregel. Deze verplichting bestond ook niet op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022[_a58afc79-f8a9-407c-a545-2a7f234df7b9], omdat op het moment van het indienen van de kennisgeving het beroep van eiser tegen het opleggen en voortduren van de maatregel nog aanhangig was. Er bestond dan ook geen verplichting om die voortduring ter toetsing voor te leggen, omdat dit nog onderwerp was van beroep. Deze verplichting bestaat ook niet op grond van artikel 96 van de Vw.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder onverplicht en onnodig een kennisgeving ingediend. Het hiermee ingestelde beroep is daarom niet-ontvankelijk.

3. De rechtbank ziet geen aanleiding om het met de kennisgeving ingestelde beroep op te vatten als een vervolgberoep als bedoeld in artikel 96 van de Vw, alleen al omdat op het moment van instellen ervan nog een eerste beroep aanhangig was, waarop nog geen uitspraak was gedaan.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. S.R.N. Parlevliet, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.