Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 21 januari 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:2855Zaaknummer C/09/580469

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
31 maart 2020
Zaaknummer
C/09/580469
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

teruggeleidingsverzoek

De rechtbank:

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika,

drs. A. (Anneke) van Teijlingen, Mediation voor Jou, [adresgegevens]

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting haar schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;

houdt iedere verdere beslissing aan;

verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator
  2. Procedure
  3. Verzoek en verweer
  4. Feiten
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 19-6898

Zaaknummer: C/09/580469

Datum beschikking: 21 januari 2020

Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator

Beschikking op het op 23 september 2019 ingekomen verzoek van:

[Y],

de vader,

wonende te [woonplaats Y] Verenigde Staten van Amerika,

advocaat: mr. M.M. van Maanen te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X],

de moeder,

wonende te [woonplaats X],

advocaat: mr. H.P. Scheer te Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift.
  • een F2-formulier van 3 oktober 2019 van de zijde van de moeder;
  • een F9-formulier van 21 november 2019 van de zijde van de vader;
  • een F8-formulier van 7 januari 2010 van de zijde van de vader.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht, met toepassing van artikel 13 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet), de onmiddellijke terugkeer van na te melden kinderen te bevelen, althans de terugkeer van de kinderen uiterlijk op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen naar het adres te [woonplaats Y] Verenigde Staten van Amerika, aan de [adres Y] dan wel – indien de moeder nalaat de kinderen terug te brengen – te bepalen dat de moeder de kinderen, onmiddellijk, doch uiterlijk op een door de rechtbank te bepalen datum, met hun paspoort, aan de vader zal afgeven, zodat hij de kinderen zelf mee terug kan nemen naar de Verenigde Staten van Amerika, met veroordeling van de moeder in de kosten die de vader heeft gemaakt en nog dient te maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2003 te [huwelijksplaats], Brazilië.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] Verenigde Staten van Amerika, (hierna: [minderjarige 1]) en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika (hierna: [minderjarige 2] ).

  • De vader is Amerikaans staatsburger, de moeder is Amerikaans staatsburger en heeft de Braziliaanse nationaliteit.
  • De kinderen zijn Amerikaans staatsburger en hebben de Braziliaanse nationaliteit.
  • De vader heeft zich gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA).

Beoordeling

Uit de inhoud van het dossier is de rechtbank het volgende gebleken. Partijen hebben na binnenkomst van het verzoekschrift van de vader aan de rechtbank meegedeeld dat zij in overleg cross border-mediation gingen regelen. Op 12 oktober 2019 waren er twee mediation-sessies. Op 15 november 2019 is een daarop volgende sessie niet doorgegaan. In de maand december 2019, wanneer de vader weer in Nederland was, zou de cross border-mediation worden vervolgd. Op 7 januari 2020 heeft de rechtbank bericht ontvangen dat de cross border-mediation niet tot een oplossing heeft geleid. Partijen hebben verzocht om de zaak mondeling ter zitting te behandelen.

Op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van de kinderen, noodzakelijk om – vooruitlopend op een te plannen zitting – een bijzondere curator te benoemen. Daarbij is er mogelijk sprake van dat de belangen van de kinderen onderling verschillen.

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:

  • Wat geven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf aan over een eventueel verblijf in Amerika en een eventueel verblijf in Nederland?
  • In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich vrij te kunnen uiten?
  • In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de gevolgen van het verblijf in Amerika of het verblijf in Nederland te overzien?
  • Willen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met de rechter(s) spreken en zo ja, wensen zij dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?
  • Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] probeert zicht te krijgen op de mening van de beide kinderen ten aanzien van het verblijf in Amerika en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van de kinderen naar voren brengt in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij de ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met de bijzondere curator.

Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter terechtzitting toe.

De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika,

drs. A. (Anneke) van Teijlingen, Mediation voor Jou, [adresgegevens]

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting haar schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;

houdt iedere verdere beslissing aan;

verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.