Uitspraak · Internationaal strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 29 maart 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:1733Zaaknummer 13/751694-21 (EAB III)

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
11 april 2022
Zaaknummer
13/751694-21 (EAB III)
Rechtsgebied
Strafrecht, Internationaal strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Executie EAB Duitsland. Weigering en strafovername ex artikel 6a OLW.

8 Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Wolfach (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.

BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 29 maart 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid
  6. 5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsbepalingen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751694-21 (EAB III)

RK nummer: 21/4761

Datum uitspraak: 29 maart 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 augustus 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 juni 2021 door het Amtsgericht Wolfach (Duitsland) het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1],

verblijvende op het adres: [adres 2],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Wel is zijn gemachtigd raadsman, mr. H.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, verschenen.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22, eerste en derde lid, OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenneming.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en heeft vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor uitvoerlegging vatbaar vonnis van het Amtsgericht Wolfach van 16 december 2015, referentie: Az: 2 Cs 204 Js 8123/14 jug.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur 6 maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Uit de aanvullende informatie van 10 maart 2022 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid.

4 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit heeft aangeduid als feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 4, te weten:

seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie

Uit het EAB volgt dat op het feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 6a OLW kan de overlevering van een Nederlander worden geweigerd, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.

De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Duitsland

opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.

De in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden staan niet in de weg aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf.

Het feit is naar Nederlands recht strafbaar en levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben

Uit de Nederlandse kwalificatie volgt dat de opgelegde vrijheidsstraf niet het toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaximum overstijgt.

De opgelegde sanctie is naar haar aard niet onverenigbaar met Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. Zij is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In het onderhavige geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is, dient de overlevering te worden geweigerd.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 240b Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a en 7 Overleveringswet.

8 Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Wolfach (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.

BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 29 maart 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.