Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 10 december 2013

ECLI:NL:PHR:2013:2392Zaaknummer 12/02632

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10 december 2013
Publicatiedatum
14 januari 2014
Zaaknummer
12/02632
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR: 80a RO. Mede gelet op ECLI:NL:HR:2013:1430, betreffende de reikwijdte van een partiële vernietiging in cassatie, heeft het Hof na terugwijzing van de zaak terecht opnieuw beslist omtrent de vorderingen tul. ’s Hofs motivering van die beslissing moet aldus worden verstaan dat het Hof daarin tot uitdrukking heeft gebracht dat die beslissing steunt op dezelfde - door het Hof overgenomen en tot de zijne gemaakte - gronden als vermeld in het eerste arrest. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag.

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.

2. Het middel bevat de klacht dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, zonder die beslissing te motiveren.

3. Zoals in het middel valt te lezen heeft het Hof die beslissingen “ten overvloede" gegeven. Het gaat om beslissingen die reeds onherroepelijk waren geworden doordat de cassatie van 's Hofs arrest niet betrekking had op deze beslissingen. Op p. 6 van het onderhavige arrest verwijst het Hof naar zijn arrest van 8 september 2009. Het is ingegaan op een uitnodiging van de advocaat-generaal tot het verschaffen van duidelijkheid aan degenen die met de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof zijn belast.

4. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

5. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden

Waarnemend A-G

Volledige tekst

Mr Jörg

Nr. 12/02632

Zitting 10 december 2013

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.

2. Het middel bevat de klacht dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, zonder die beslissing te motiveren.

3. Zoals in het middel valt te lezen heeft het Hof die beslissingen “ten overvloede" gegeven. Het gaat om beslissingen die reeds onherroepelijk waren geworden doordat de cassatie van 's Hofs arrest niet betrekking had op deze beslissingen. Op p. 6 van het onderhavige arrest verwijst het Hof naar zijn arrest van 8 september 2009. Het is ingegaan op een uitnodiging van de advocaat-generaal tot het verschaffen van duidelijkheid aan degenen die met de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof zijn belast.

4. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

5. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden

Waarnemend A-G

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.