Conclusie · Civiel recht

Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2011

ECLI:NL:PHR:2011:BU4965Zaaknummer 11/03252

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
18 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03252
Rechtsgebied
Civiel recht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met verstrijken cassatietermijn; art. 292 lid 5 in verbinding met lid 3 F.

2. Conclusie

Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Bijv. HR 28 november 2003, LJN AN8489, NJ 2005, 465 m.nt. Asser.

Volledige tekst

Nr. 11/03252

Mr. L. Timmerman

Parket: 23 augustus 2011

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

verzoeker tot cassatie

1. Feiten en procesverloop

1.1 Bij vonnis van 19 mei 2011 heeft de rechtbank te 's-Gravenhage het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat [verzoeker] ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest.

1.2 [Verzoeker] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het hof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 5 juli 2011 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is dat [verzoeker] ten aanzien van het ontstaan van nieuwe schulden en het onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest. Daarnaast is het hof van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [verzoeker] uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

1.3 Tegen dit arrest heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld middels op 19 juli 2011 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift. De termijn voor het instellen van cassatieberoep verliep overeenkomstig art. 292 lid 5 Fw binnen acht dagen na de datum van 's hofs arrest. 's Hofs arrest dateert van 5 juli 2011, zodat de cassatietermijn op 13 juli 2011 is verstreken. Mij is niet gebleken van omstandigheden die ertoe zouden moeten leiden dat in dit geval niet strikt de hand zou moeten worden gehouden aan de in art. 292 lid 5 Fw genoemde cassatietermijn, althans namens [verzoeker] is niets van die strekking aangevoerd.(1) Het cassatieverzoekschrift is aldus te laat ingediend, zodat [verzoeker] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2. Conclusie

Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Bijv. HR 28 november 2003, LJN AN8489, NJ 2005, 465 m.nt. Asser.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.