Conclusie · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH9748Zaaknummer 08/04184
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 8 mei 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04184
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 lid 3 onder c F.; cassatie, aan middel te stellen eisen (81 RO).
Volledige tekst
Zaaknummer: 08/04184
mr. Wuisman
Parket datum: 24 februari 2009
VERKORTE CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker 1],
en
[verzoeker 2],
verzoekers tot cassatie,
advocaat: Mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
Voorliggende zaak betreft een tussentijdse beëindiging op de voet van artikel 350 Fw van een bij vonnis d.d. 10 april 2007 door de rechtbank Breda ten aanzien van verzoekers tot cassatie van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling. De aangestelde bewindvoerster heeft met een aan de rechtbank Breda gericht verzoekschrift van 9 augustus 2007 om beëindiging van de schuldsaneringsregeling verzocht. Bij vonnis d.d. 12 februari 2008 heeft de rechtbank het verzoek ingewilligd. Het vonnis is door het hof 's-Hertogenbosch bij arrest d.d. 24 september 2008 bekrachtigd. Van dit arrest zijn verzoekers tot cassatie met een op 2 oktober 2008 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift in cassatie gekomen. De bewindvoerster is blijkens het griffiedossier van het cassatieberoep in kennis gesteld. Zij heeft bericht van het voeren van verweer af te zien.
Het Hof komt tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank op de grond dat naar het oordeel van het hof verzoekers tot cassatie hun uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen gedurende de looptijd van die regeling niet naar behoren zijn nagekomen dan wel door hun nalaten de uitvoering van de regeling anderszins hebben belemmerd of gefrustreerd (artikel 350, lid 3, sub c Fw).
's Hofs beslissing wordt in het voorgedragen cassatiemiddel tevergeefs bestreden en wel om de volgende redenen:
1. Voor zover in de derde alinea van het middel er over geklaagd wordt dat het hof geen toepassing heeft gegeven aan lid 1 van artikel 350 Fw, wordt daarbij uit het oog verloren dat in lid 1 niet meer wordt bepaald dan op wiens verzoek de rechter tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling kan beslissen. Lid 1 geeft niet aan op welke grond die beslissing kan worden genomen.
2. In de eerste en derde alinea van het cassatiemiddel wordt niet duidelijk gemaakt waarom het hof de beëindiging op de in artikel 350, lid 3, sub c Fw genoemde grond niet voldoende gemotiveerd heeft, terwijl aldaar verder wordt miskend dat het hof de beëindiging niet op artikel 350, lid 3, sub d Fw heeft gebaseerd.
3. In de vierde en vijfde alinea van het cassatiemiddel komt niet een voldoende concreet onderbouwde en uitgewerkte klacht voor.
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2009:BH9748 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2009:BH9748 Hoge Raad, 8 mei 2009 (insolventierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.