Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 mei 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:113Zaaknummer BON202500504 en BON202500506
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Publicatiedatum
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- BON202500504 en BON202500506
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
4 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt dat de vader één dagdeel per week omgang zal hebben met [minderjarige], in goed overleg tussen de vader en moeder te bepalen en in te vullen;
houdt verder iedere beslissing aan tot de rolzitting van 26 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500504 en BON202500506
datum beslissing: 27 mei 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[de vader],
wonend te Bonaire,
hierna: de man of vader,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de moeder],
wonend te Bonaire,
hierna: de vrouw of moeder,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad)
1 Het verdere procesverloop
Voor het verloop van de procedure tot 10 december 2025 wordt verwezen naar de beschikking die door dit gerecht op die datum is gewezen.
De verdere mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. Hierbij is de man met zijn gemachtigde mr. Winkel verschenen en is de vrouw met haar gemachtigde mr. Nicolaas verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.
Daarna is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2 Feiten
Op 10 december 2025 heeft dit gerecht een tijdelijke omgangsregeling bepaald tussen de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteland] (hierna: [minderjarige]), en zijn vader. Het gerecht heeft een nieuwe mondelinge behandeling bepaald om de omgang te evalueren. Het gerecht heeft de beslissing over het door de vader verzochte gezamenlijk gezag over [minderjarige] aangehouden in afwachting van het verloop van de tijdelijke omgangsregeling.
3 De beoordeling
Tijdens de verdere mondelinge behandeling is gebleken dat de omgangsregeling die tijdens de vorige zitting was afgesproken en in de tussenbeschikking is vastgelegd niet tot uitvoering is gekomen. De vader haalt [minderjarige] nu één keer per week op van school om hem naar communie te brengen en brengt hem vervolgens naar de moeder. De Voogdijraad heeft opgemerkt dat dit geen volwaardige omgangsregeling is. [minderjarige] is op dit moment onder behandeling van MHC en houdt omgang met zijn vader af. De vrouw heeft ter zitting verklaard dat de man zich niet aan de afspraken houdt en dat [minderjarige] daardoor geen vertrouwen krijgt in het slagen van een omgangsregeling. De man heeft verklaard dat hij door zijn drukke werkzaamheden niet veel mogelijkheden heeft om een duurzame omgangsregeling tot stand te brengen. Ter zitting hebben beide ouders verklaard geen conflict met elkaar te hebben en het beste met [minderjarige] voor te hebben.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide ouders te kennen gegeven dat zij op dit moment willen volstaan met de afspraak dat [minderjarige] één dagdeel per week omgang heeft met zijn vader, in goed overleg tussen de ouders in te vullen. Het gerecht zal voor de duidelijkheid deze afspraak opnemen in de onderstaande beslissing.
De Voogdijraad heeft ter zitting geadviseerd om iedere beslissing over de omgang en het gezag aan te houden, in afwachting van het behandeltraject bij MHC voor [minderjarige] dat pas onlangs is gestart, om te bezien of er mogelijkheden zijn om de omgang van de vader met [minderjarige] op te bouwen en verder invulling te geven. De Voogdijraad verwacht dat de uitkomsten van de behandeling handvatten kunnen geven voor de beoordeling of en hoe is te komen tot een duurzame omgangsregeling.
Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] en de ouders is om de uitkomsten van de behandeling door MHC af te wachten en tot die tijd iedere beslissing over het gezag en een definitieve omgangsregeling aan te houden. Omdat de behandeling van [minderjarige] onlangs is gestart zal het gerecht bepalen dat op de rolzitting van 26 augustus 2026 de stand van zaken kan worden geïnventariseerd, waarna zo nodig op korte termijn een nieuwe zittingsdatum kan worden gepland. Het gerecht acht het wenselijk informatie van MHC over de mogelijkheden van de door vader gewenste omgangsregeling te krijgen.
4 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt dat de vader één dagdeel per week omgang zal hebben met [minderjarige], in goed overleg tussen de vader en moeder te bepalen en in te vullen;
houdt verder iedere beslissing aan tot de rolzitting van 26 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.