Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 17 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:431Zaaknummer 18/04668
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 maart 2020
- Publicatiedatum
- 17 maart 2020
- Zaaknummer
- 18/04668
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek ex art. 512 Sv. Verzoeker was gedagvaard om door de Rh-C als getuige te worden gehoord. De raadsman heeft namens de verzoeker een verzoek tot wraking gedaan omdat de Rh-C geen voor h.b. vatbare beschikking heeft gegeven op het door de raadsman namens verzoeker gedane verzoek om ex art. 226a en/of art. 226m Sv te bepalen dat de identiteit van de verzoeker bij de gelegenheid van diens verhoor verborgen zou worden gehouden. De wrakingskamer heeft de verzoeker n-o verklaard kort gezegd omdat art. 512 Sv geen ruimte laat voor een wrakingsverzoek door anderen dan de verdachte of het OM. HR: Ex art. 515.5 Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep n-o is.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04668
Datum 17 maart 2020
BESLISSING
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Den Haag van 17 oktober 2018, nummer AV 001419-18, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verzoeker.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft M.J.G. Schroeder, advocaat te Voorburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep niet‑ontvankelijk is.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2020:33 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3183 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1180 Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3137 Gerechtshof Amsterdam, 14 november 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:33 Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3183 Gerechtshof Den Haag, 17 oktober 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.