Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 13 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2606Zaaknummer 16/03033
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2017
- Publicatiedatum
- 13 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/03033
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
13 oktober 2017
nr. 16/03033
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 mei 2016, nr. BK-14/01190, op het hoger beroep van belanghebbende alsmede het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 13/10301) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 6:7 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:9 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:11 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 7:1 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 8:29 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 8:31 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 8:42 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22j AWR meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 26c AWR meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 67e AWR meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 67f AWR meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 69 AWR meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 7 OB meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1628 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1628 Gerechtshof Den Haag, 13 mei 2016 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.